MICHEL VASSALLUCCI 1961 - 1994; Kleurrijk uitgever

“Ik wilde de Nederlandse Gaston Gallimard worden, maar zie me nu als boerenlul eindigen”, schreef Michel Vassallucci, oprichter en mede-directeur van uitgeverij Arena, vorig jaar september in het Hollands Dagboek van deze krant. Hij nam toen afscheid van Nederland, na een verblijf van veertien jaar, en ging wonen in een dorpje bij Toulouse. Daar wilde hij van meer dan alleen ons land afscheid nemen, verzwakt door een ziekte waarvan hij, zo schreef hij, de naam niet wilde noemen: “niet uit schaamte, maar meer uit verdriet”. Dat was, temidden van al zijn dapper-frivole observaties, een prachtige bijzin. Anderhalve maand later was hij weer terug in Nederland, heftig fulminerend tegen alles wat Frans was. Hier stierf hij dan ook, afgelopen vrijdag, op 32-jarige leeftijd aan de gevolgen van aids.

Zo jong als hij slechts geworden is, hij keek tevreden terug op zijn leven. Hij heeft een rol gespeeld in de kunst - en daar was het hem om begonnen. Hij wilde geen kunstenaar zijn, dat was een veel te eenzame bezigheid. Organiseren, initiëren, aandacht vragen voor kunstenaars en voor zichzelf en de glamour die daarmee gepaard ging, lagen hem veel beter. Zijn ambitie om vóór zijn dertigste galeriehouder, journalist en uitgever te zijn geweest, heeft hij dan ook waargemaakt, met verbluffend gemak zelfs. Hij kreeg er, begin vorig jaar, een hoge Franse onderscheiding voor. Hij werd benoemd tot Chevalier dans l'Ordre des Arts et des Lettres, net als bij voorbeeld Bernard Haitink, Rudolf Noerejev en Sylvester Stallone. Op verzoek noemde hij graag nog een hele rits andere geridderden.

Gezien zijn stellige voornemen beroemd te worden, liet Vassallucci het leven opmerkelijk lankmoedig komen zoals het kwam. Zonder voorbedachten rade want verliefd belandde hij in Nederland, meegetroond door Lex Spaans, destijds gemeenteraadslid voor de PSP te Boskoop. Tijdens een bezoek aan Parijs ontmoette hij bij toeval de schatrijke Jacques Damase, die hem werk meegaf van de hem onbekende Sonia Delaunay, Roland Topor en Man Ray. Er zat niets anders op dan een galerie te openen. Tegelijkertijd beheerde hij, samen met Spaans, uitgeverij De Woelrat, gespecialiseerd in 'homoseksuele' literatuur. Ze verzorgden uitgaafjes van onder meer Jean Cocteau, Dominique Fernandez en Yves Navarre, maar serieus werd het uitgeverijtje nauwelijks genomen.

Dat veranderde langzaam nadat De Woelrat opging in Arena, in 1988 - de galerie was inmiddels opgedoekt. Doorbraak was Vassallucci's 'ontdekking' van Zout op mijn huid van Benoîte Groult, waarvan 300.000 exemplaren werden verkocht. Naast haar bestaat het fonds uit (vertaald) werk van Jean Genet, Paul Guimard, Charles Johnson, Viviane Forestier en Eduardo Mendoza. In dezelfde tijd maakte Vassallucci enkele reportages, onder meer over racisme in zijn geboortestad Marseille, voor de VPRO-televisie.

Vorig jaar bekende Vassallucci nog in een interview van de zeventig boeken die hij had uitgegeven, er “misschien” vijf te hebben gelezen. Of dat klopte, was maar de vraag. Dat soort provocatie paste bij zijn karakter, dat voor minstens de helft zijn reputatie vestigde. Hij droeg het hart op de tong, haalde in het openbaar met merkbaar genoegen uit naar mede-uitgevers en was, waar hij kwam, het middelpunt. Hij was een causeur, vilein, geestig en als hij wilde, innemend en charmant. Cocteau was zijn grote voorbeeld, hij wilde net zo 'diepzinnig oppervlakkig' zijn. Ook dat is hem gelukt, zelfs uiterlijk leek hij op hem, al vond hij zichzelf bij tijd en wijle onweerstaanbaar mooi. “Beloof mij altijd van mij te houden”, zo besloot hij zijn dagboek in deze krant. Dat zal velen geen enkele moeite kosten.