Leger Suriname blijft verbonden met onderwereld

PARAMARIBO, 28 MAART. Hoe betrouwbaar is het Surinaamse leger? De regering-Venetiaan is er met veel moeite in geslaagd de oude legertop van Desi Bouterse en zijn aanhangers weg te krijgen, maar de verdere reorganisatie van het leger verloopt pijnlijk traag. Een aantal incidenten, zoals de gijzeling bij de Afobakadam, wijst er bovendien op dat de verstrengeling van militaire macht en onderwereld in Suriname nog niet is beëindigd.

Sinds het vertrek van Bouterse als bevelhebber en zijn opvolging door kolonel A. Gorré in juni 1993 is de regering één keer eerder opgeschrikt door een zware terreurdaad waar militairen bij betrokken waren. Voor de aanslag op het televisiestation STVS, op het hoogtepunt van het conflict over de vervanging van de legertop, werden vorig jaar twee sergeants en een ex-lijfwacht van Bouterse veroordeeld tot celstraffen. De lijfwacht was niet geregistreerd als militair, maar in zijn woning werden legerpasje, uitrusting en een wapenarsenaal aangetroffen. Zijn proces werd pontificaal bezocht door manschappen van het Korps Speciale Troepen, een elite-eenheid die door Bouterse werd ingeschakeld voor 'gevoelige' opdrachten.

Hoofd van de speciale troepen was jarenlang Melvin Linscheer, dezelfde die vorige week de leiding had bij de omstreden 'mini Blitzkrieg' bij de Afobakadam. Linscheer, een Bouterse-die hard die nu het bevel voert over de zuidelijke troepenmacht in het binnenland, wordt door de mensenrechtenactivist Stanley Rensch omschreven als “een zware jongen - en dan druk ik me nog zacht uit”. Rensch: “Linscheer ergens op af sturen om de rechtsstaat te beschermen is net zoiets als de kat op een schotel melk laten passen.”

Linscheer vestigde een bloeddorstige reputatie in de guerilla tegen het junglecommando van Ronnie Brunswijk in de jaren tachtig. Later onderhield hij contacten met de door het leger bewapende Tucajana-indianen en met de Angula-rebellen, twee groepen die ervoor moesten zorgen dat politie en regering geen greep kregen op het uitgestrekte Surinaamse binnenland. Linscheers naam is verder veelvuldig genoemd in verband met drugshandel en grootscheepse illegale goudwinning.

De commandant van de zuidelijke troepen is niet de enige veteraan van de Bouterse jaren die nog actief is in het leger. Een jaar nadat de regering de oude legertop wegstuurde, is van de plannen om het leger te reorganiseren en in omvang terug te brengen van de huidige 4000 naar ongeveer 2000 manschappen, nog weinig terechtgekomen. Minister van defensie Siegfried Gilds wil geen politieke zuivering houden om de verhoudingen in het leger niet verder op scherp te zetten. Ook wil de regering niet het risico lopen dat door een drastische reductie van het leger de weggesaneerde militairen werkloos worden.

Het Surinaamse leger verkeert bovendien in ernstig verpauperde staat. Er is gebrek aan bijna alles. De oude legertop heeft het militair apparaat niet alleen gebruikt als politiek wapen, maar ook als een soort wingewest om privérijkdommen te vergaren. Terwijl de marine wegkwijnde, liet de betrokken commandant Chas Mijnals dienstplichtigen zijn woning opknappen. Plaatsvervangend bevelhebber Iwan Graanoogst probeerde manschappen in te schakelen voor zijn groentebedrijf en maakte fortuin als agent voor een Zwitsers-Britse wapenfabriek. Geïnvesteerd in voorzieningen voor de manschappen werd er nauwelijks, wel werden veel vriendjes bevorderd. “Sommige militairen klagen nu wel over de toestand van het leger”, zegt een defensieambtenaar, “maar ze moeten wel bedenken dat ze die toestand te danken hebben aan hun eigen oude leiding. Die had alleen oog voor eigen voordeel.”

Nederland heeft steun toegezegd met scholingsprojecten, trainingen, het opknappen van de vervallen kazernes, tot en met de “toiletgroepen”.

Het tempo van de hulp maakt echter weinig indruk op de gemiddelde soldaat, die in een tijd van torenhoge inflatie moet zien rond te komen van 1500 tot 2000 Surinaamse guldens per maand, omgerekend volgens de huidige zwarte koers zo'n 30 Nederlandse guldens. “Men laat het leger gewoonweg doodbloeden”, klaagt een jonge onderofficier. “De mannen in het veld lijden honger. Ze moeten koken op houtvuurtjes. Hoe moet je als militair dan ook nog je gezin in leven houden?”

Hun miserabele financiële positie werkt dienstverzuim en 'bijklussen' onder de manschappen in de hand en maakt hen een prooi voor topmilitairen als Linscheer. “Je krijgt corruptie”, zegt de jonge onderofficier. “Op den duur gaan soldaten hun wapens verkopen. Er wordt tegenwoordig veel gescholden op Bouterse, maar die heeft toch ook veel goeds gedaan voor het leger en voor het hele land.” Of hij zelf ook op Bouterse zal stemmen bij de volgende verkiezingen? De militair glimlacht. “Dat hangt van zijn verkiezingsprogramma af.”

Enige vooruitgang is inmiddels wel geboekt door het ministerie van defensie dat van een doorgeefluik voor de legertop is uitgegroeid tot een volwaardig departement. Om de verleiding van machtsmisbruik door hoge militairen tegen te gaan werkt het ministerie aan allerlei nieuwe wetten en regels. Aan de ongebreidelde financiële vrijheid van de legertop is al een einde gemaakt: de administratie wordt gevoerd door het ministerie en niet meer vanuit de kazerne. Kosten moeten worden gedeclareerd en verantwoord. “De periode van graaien is voorbij”, zegt een ingewijde in defensiekringen. Een Wet op het Nationaal Leger, ingediend bij de regering, moet binnen het kader van de grondwet de precieze taken van het leger vaststellen. De rechtspositie van militairen moet worden geregeld in een Wet Rechtstoestand Militaire Ambtenaren. Criteria en procedures voor benoemingen en bevorderingen - in het verleden een zaak van vriendjespolitiek en willekeur - worden in die wet gestandaardiseerd.

Ten slotte moet een inspecteur-generaal voor de krijgsmacht het functioneren van alle militairen - ook dat van de bevelhebber - controleren.

Of het allemaal lukt en voldoende is om de macht van de oude garde in het leger definitief te breken is de vraag. De harde kern van Bouterse-getrouwen, die ook elders in de samenleving vaste voet aan de grond heeft, zal moeilijk helemaal te verwijderen zijn. Een onderzoek naar de exacte gebeurtenissen bij de Afobaka-dam kan voor de regering wel aanleiding zijn Linscheer te ontslaan - als uit dat onderzoek tenminste blijkt dat hij zijn superieuren heeft voorgelogen. De loyaliteit van 'bekeerlingen' zoals E. Boerenveen - ooit rechterhand van Bouterse en veroordeeld wegens cocaïnehandel in Miami, nu adviseur van Gilds en medeopsteller van de reorganisatieplannen voor het leger - blijft onzeker.

De gewone militairen hopen voorlopig op verbeteringen. Haast is wel geboden voor het ministerie. De meeste manschappen die tot nu toe teleurgesteld het leger verlieten, deden dat uit eigen beweging en stapten over naar het bedrijfsleven, zegt een defensieambtenaar. “En dat waren niet de slechtsten”, stelt hij vast.