DRIES ROELVINK OVER Het Concertgebouw

Dries Roelvink in concert: 6 april Concertgebouw, Amsterdam (uitverkocht).

“Ja, je zou misschien zou zeggen dat Carré meer bij me hoort dan het Concertgebouw. Maar ik heb mijn hele jeugd op een minuut afstand van het Concertgebouw gewoond, terwijl Carré meer iets was van ver weg in de binnenstad. Van het Concertgebouw had ik altijd het idee: híer gebeurt het! 't Is toch de muziektempel, hè? Dat gevoel is nog versterkt toen ik daar André Hazes had gezien en Koos Alberts. Nee, andere concerten heb ik er nooit bijgewoond. En nou sta ik er zelf, voor 2000 mensen die allemaal speciaal voor mij komen. Dat is wel wat hoor, daar ben ik al een jaar onrustig van.”

Dries Roelvink (35), zanger van het Nederlandse inhaaklied en sinds kort vader van Davy, is dinsdag het middelpunt van een muzikale avond in het Concertgebouw in Amsterdam, met gasten als Ruth Jacott en Lee Towers, de begeleidingsgroep Rendez Vous en Veronica-presentator Chiel van Praag, die in het dagelijks leven zijn boekingen verzorgt. De plaatskaarten, gedistribueerd via café Van Dijk, sigarenmagazijn Ekels en het weekblad Story “dat door mijn publiek veel wordt gelezen”, waren binnen enkele dagen uitverkocht.

“Twee jaar geleden, toen ik een avond Dries Roelvink in concert in een uitverkochte Kleine Komedie had gedaan, wist ik al dat mijn volgende stap het Concertgebouw zou zijn. Maar zoiets moet je niet overhaasten; als je mij daar toen meteen al had neergezet, had ik het menselijk gesproken niet aangekund. Je moet er rijp voor zijn. Een jaar geleden zei ik opeens: nú ga ik het doen. En sinds die tijd ben ik er al mee bezig. Alle ideeën voor de avond, van het repertoire tot aan de catering, komen van mij. Dan is de bevrediging, als het een succes wordt, ook des te groter. Ik wil dat de mensen zeggen: goh, wat kan die jongen zingen. Mijn plaatjes zijn natuurlijk leuk en gezellig, maar ik heb niet de illusie dat het publiek mij nou zo'n geweldige zànger vindt.”

“Ik begin de avond met een gezellige Amsterdamse walsmedley en dan ga ik zeggen: ja, dames en heren, dat kàn eigenlijk helemaal niet hier. Kijk nou eens om je heen - en dan wijs ik op die namen van Bach en Beethoven en zo en dan ga ik Torna Sorrento zingen, een liedje van Pavarotti. Ik ben er speciaal voor naar een Italiaanse ijswinkel gegaan om mij te laten uitleggen wat het betekent.”

“Nee, de akoestiek in het Concertgebouw is helemaal niet goed. Maar ik heb de technische jongens erbij die het concert van Koos Alberts hebben gedaan. Daar hebben ze veel van geleerd. Je moet bijvoorbeeld niet vooraan op het podium die hele toren speakers neerzetten, want dan heb je halverwege de zaal al helemaal niets meer. Wij gaan de speakers over de hele zaal verdelen, dat is veel beter. Maar moeilijk blijft het, daar ben ik me van bewust.”

“Dit is een belangrijke stap voor mij, maar ik ben er nog niet aan toe om hierna alle theaters in Nederland te bespelen. Ik weet dat als ik nu de Stadsschouwburg van Groningen zou afhuren, dat die dan niet vol zou zitten. Ik ben nog niet zo ver als René Froger. Er zijn nog steeds mensen die mij niet kennen. Zelf vind ik dat heel vreemd; ik denk altijd dat heel Nederland mij kent. Ik heb toch vorig jaar acht weken in de Nederlandse top-veertig gestaan met Maria Magdalena - hoe kan het dan dat mensen mij niet kennen?”

    • Henk van Gelder