'Bosnische Kroaten geloven niet in staat met moslims'

MOSTAR, 28 MAART. “Ik zeg u: de mensen geloven niet in een gezamenlijke Bosnische staat. Die is ons opgedrongen, door de strot geduwd door het buitenland. Als ze hier in Mostar straks vrij verkeer tussen ons Kroaten en de moslims toelaten, dan garandeer ik u: binnen drie dagen is het weer oorlog.”

Slobodan Lovrenovic laat een scherpe lach horen. Een “staat in de lucht”, een “illusie”, noemt hij het op 18 maart plechtig in Washington ondertekende akkoord tussen de Bosnische Kroaten en de moslims voor de vorming van een nieuwe federale staat in Bosnië-Hercegovina. Lovrenovic - medewerker van Mate Boban, de vroegere leider van de Bosnische Kroaten - praat over het gevaar van een “moslim-natie” en over “Kroaten die altijd Kroaten blijven”, of ze nu in Londen, in Kroatië of in Bosnië zijn geboren. “We kunnen beter gescheiden blijven, en dat zeg ik ook voor het bestwil van de moslims”, zegt Lovrenovic.

Officieel is het in Mostar vandaag - zaterdag - een grote dag. Om 11 uur zal het 'parlement' van de eenzijdig door de Kroaten uitgeroepen maar door niemand erkende 'republiek' Herceg-Bosna bijeenkomen voor de goedkeuring van het federatie-akkoord, zoals dat door Bobans opvolger Kresimir Zubak in Washington werd getekend. Tijdens die parlementszitting zal niet de stem van Lovrenovic de boventoon voeren, want de Bosnische Kroaten zullen zich niet kunnen veroorloven het akkoord van Washington af te wijzen.

Een vervallen gebouw op de binnenplaats van een flatblok in West-Mostar. De muren zijn uitgebeten door de kogels, alsof er een vreemde betonworm huist. Tussen opgestapelde zandzakken en uitgebrande autowrakken stoppen de glimmende Mercedessen van de 'autoriteiten' van Herceg-Bosna. Gepantserde wagens, meestal zonder nummerbord maar mèt een grote D, want ze komen uitDuitsland. Onwennig in hun nette pakken stappen de afgevaardigden rond tussen het puin. Het is pas de zesde keer dat ze in hun zelfgeproclameerde parlement vergaderen. En als straks alles volgens plan verloopt is het ook de laatste keer. De vijf maanden jonge republiek Herceg-Bosna zal verdwijnen, en een deel van de afgevaardigden zal naar Sarajevo gaan om daar met de moslims zitting te nemen in het parlement van de nieuwe federatie.

Het wordt elf uur en twaalf uur, maar niemand maakt aanstalten om te beginnen. Op de trappen van het gebouw laten de parlementariërs zich fotograferen. Praten doen ze liever niet. “Het zou me minstens een dag kosten om u mijn standpunt over de federatie uit te leggen”, zegt de burgemeester van Tomislavgrad.

Pag.5: 'We moeten accepteren wat we niet willen accepteren'

Anderen zijn apert vijandig. Ze duwen vragenstellers ruw van zich af, en staan in groepjes bij elkaar, terwijl op de achtergrond de geweerschoten klinken van een bestand dat zo te horen nog steeds wat gaten vertoont.

Dan, om half een, persen meer dan 75 mannen zich in de triplex bankjes van de zonovergoten zaal. De voorzitter opent de vergadering, maar het is alsof de opheffing van Herceg-Bosna in dit parlement niet aan de orde is. Mannen lopen naar het spreekgestoelte dat in allerijl in elkaar is getimmerd. Er wordt gesproken over de vraag of de minister van volksgezondheid wel nevenfuncties mag hebben. Over de uitbreiding van het ziekenhuis in Livno. Over de vraag of agendapunt 12 - de evaluatie van het optreden van de regering - niet beter naar de volgende zitting kan worden verschoven. “De vorming van de federatie is een langzaam proces dat stap voor stap moet gebeuren”, legt Zubak later uit.

Eindelijk, als agendapunt 13, komt Zubak aan het woord, met zijn 'verslag van de onderhandelingen in Washington': “De atmosfeer van de besprekingen was zodanig, dat er een overeenkomst moest worden gesloten”, vertelt hij de parlementariërs. “De ondertekening van het akkoord in Washington werd ondersteund op de hoogste niveaus, ook van de Verenigde Naties.” Met klem vraagt hij de parlementariërs om dit akkoord goed te keuren. “Het is belangrijk dat we de wereld laten zien dat we één zijn in de ondersteuning van het plan.” Zalvende woorden: “Ik geloof dat de nieuwe grondwet door het Kroatische volk gemakkelijk kan worden geaccepteerd. We hebben vele jonge levens verloren. Maar er is geen andere toekomst dan deze. Het is onze plicht dit akkoord te accepteren.” En om de eenheid te versterken wordt de vergadering verder binnenskamers voortgezet.

Vermoeid komt Zubak een paar uur later in de pauze naar buiten. Is hij nu ècht tevreden met dit akkoord? Is het niet vooral het resultaat van Amerikaanse druk? “Wij staan achter de plannen voor de federatie”, zegt hij neutraal. “Anders had ik het akkoord niet ondertekend.”

Was hij niet gelukkiger geweest met de republiek van Herceg-Bosna? “Dit is een compromis. Maar ik geloof dat dit plan vrede brengt.” Hij had het in zijn toespraak over een 'eenheid gebaseerd op etnische lijnen'. Staat dat niet haaks op de afspraken zoals die in Washington zijn gemaakt? “Ik geloof dat etnisch schone gebieden onmogelijk zijn”, zegt de man die mogelijk volgende maand al president van Bosnië wordt. En dan, opnieuw: “Als ik het akkoord niet had gewild, zou ik het niet hebben ondertekend.”

Gerinkel van glazen en de geur van gehakt. Aan lange wankele tafels zitten de parlementsleden aan het diner. De zon boven Mostar staat al laag. Maar nog steeds is de dicussie niet uitgewoed. Nog steeds is er geen unanieme stem voor de aanvaarding van het akkoord, zoals Zubak zo graag wil. Op tafel staan brandy en flessen met wijn die nog in 'Joegoslavië' zijn geproduceerd.

De drank maakt de tongen in elk geval losser. “Ik zit nu vijf maanden in de politiek”, vertelt Dragutin Perice in zijn versgestoomde pak. Daarvóór heeft hij in een gevangenkamp van de moslims gezeten. “Ze zeiden dat ik een oorlogsmisdadiger was.” Hij lacht. Hij twijfelt aan de federatie. “Als je ziet wat we hebben doorgemaakt, hoe kunnen we dan ooit in één staat samenleven?” Natuurlijk, dit is het moment dat de Kroaten iets moeten beslissen. Iedereen is moe van de oorlog. Eerst tegen de Serviërs, daarna tegen de moslims. Er moet een oplossing worden geaccepteerd. Maar vraag je hem echt zijn mening, dan zegt hij: “We worden gedwongen iets te accepteren dat we eigenlijk niet willen. Wat we willen is de Kroatische republiek van Herceg-Bosna zoals die nu is, met de moslims misschien in de grensgebieden”.

Maar deze zaterdagavond laat heeft Dragutin Perice toch maar met de rest van het parlement - er was maar één tegenstem - voor het akkoord van Washington gestemd.