Beierse musici spelen subliem met Maazel

Concert: Symphonie Orchester des Bayerischen Rundfunks. Dirigent: Lorin Maazel. Programma: G. Rossini: Ouverture La scala di seta; A. Dvorák: Symfonie nr. 9; B. Bartók: Concert voor orkest. Gehoord: 27/3 Doelen Rotterdam

In tegenstelling tot de frequent voorkomende vroegrijpheid bij jeugdige instrumentalisten is het wonderkind als orkestdirigent een zeldzaamheid. Lorin Maazel, na vele jaren te gast in Rotterdam met het Symfonie-orkest van de Beierse Radio, studeerde al orkestdirectie toen hij acht jaar oud was. Als puber vervulde hij tal van gastdirecties, was concertmeester en assistent-dirigent in Pittsburgh, richtte een strijkkwartet op en studeerde daarnaast nog talen en filosofie. Een schoolvoorbeeld dus van een hoogbegaafd kind in een tijd, waarin men daarmee nog nauwelijks raad wist.

Lorin Maazel heeft er een exhibitionisme in zijn directie aan overgehouden dat niet voor hem inneemt. Aan de andere kant biedt zijn overvloedige vakkennis hem zoveel overtuigingskracht en dusdanig veel reserves, dat elk orkest zich blindelings aan hem kan toevertrouwen. Laat staan als het om een orkest gaat als dat van de Bayerische Rundfunk, een der beste na-oorlogse Duitse ensembles met een opmerkelijke staat van dienst.

Het is absoluut niet te merken dat Maazel nog maar aan zijn eerste seizoen bij dit orkest bezig is. De musici volgen hem moeiteloos, ook waar zijn eigenzinnige visie op een kasstuk als Dvoráksymfonie 'Uit de nieuwe wereld' tempofluctuaties en dynamische extremen eist die zeer ongebruikelijk zijn. De orkestleden bespelen hun instrumenten dan ook even virtuoos als de dirigent het orkest bespeelt. De strijkers klinken uiterst homogeen en sonor, mede door de 'ouderwetse' maar zeer effectieve opstelling met de celli in het front en de alten rechts terzijde van de dirigent. Ook de blazers hebben een opvallend ronde klank die zich zowel weet te onderscheiden als te mengen.

Rossini gelukte in synchronisatie nog niet volmaakt maar Dvorák en Bartók werden wat timing en koloriet betreft subliem gerealiseerd. Een partituur, hoe gecompliceerd ook, heeft Maazel niet nodig. De muziek zit in zijn hoofd, zijn hart, zijn intellect en in zijn hoogst individuele gebarentaal. Hij is en blijft een fenomeen.

    • Elly Salomé