Auteursrecht

Volgens een Europese Richtlijn moeten termijnen op het gebied van het auteursrecht worden gelijkgetrokken.

In dit geval heeft men besloten zich aan te sluiten ij de huidige Franse wetgeving, die een termijn van 70 jaar kent. De beschermingstermijn van het auteursrecht in Nederland wordt daarom met 20 jaar verlengd tot 70 jaar. Waren de rechten van een auteur al niet meer beschermd (de auteur is al langer dan vijftig maar korter dan zeventig jaar geleden overleden) dan heeft de nieuwe regelgeving geen invloed. De stelling van Wilfried Uitterhoeve in NRC Handelsblad van 24 maart, dat de rechten op de werken van bijvoorbeeld Ter Braak en Du Perron, die in 1991 zijn vrijgevallen, weer zouden worden hersteld, is dus onjuist. En wie plannen koestert na 31 december van dit jaar een boek over Mondriaan (1872-1944) uit te geven met goedkope reproducties van diens werken kan dat ongehinderd doen, want de rechten van kunstenaars die in 1944 zijn overleden vallen pas per 1 januari 1995 in het publiek domein.

Uitterhoeve vraagt zich verder af hoe de Nederlandse regering haar standpunt over dit onderwerp heeft bepaald. Die nieuwsgierigheid is gemakkelijk te bevredigen. Het ministerie van justitie vraagt in dergelijke gevallen de Vereniging voor Auteursrecht en allerlei Nederlandse organisaties van belanghebbenden (auteursrechtenbureaus, uitgevers) om hun oordeel. Mede aan de hand van de in het veld ingewonnen adviezen bepaalt Den Haag haar standpunt, dat vervolgens in Brussel naar voren wordt gebracht en verdedigd. Het is dus nogal tendentieus te beweren, dat 'Brusselse circuits buiten elke openbaarheid en zonder een spoor van discussie deze zaken bedisselen'.

    • Mr. L. Verkoren