Zieke geesten in gedrogeerde lichamen

Het grootste raadsel van de moderne journalistiek is dat er zoveel inzet, vakmanschap en schrijftalent verloren gaat aan het berichten over zoveel onbenulligs.

Waarom onderschatten redacties toch zo systematisch het intelligentieniveau van de lezers door hen dagelijks aan de kop te zeuren met pagina's vol sportnieuws? Waarom smijten kranten tonnen over de balk door hun beste mensen naar uithoeken van de wereld te sturen om aldaar een Nederlandse neo-prof tijdens een hoogtestage te ondervragen over zijn aambeien die, zo is aan het thuisfront vernomen, de trainingsopbouw ongunstig zouden beïnvloeden?

Vaak moet de journalist zich daar aansluiten bij een moedeloze rij collega's die met dezelfde vragen klaarstaat, maar nog niet bij de puisterige spierklomp wordt toegelaten omdat de cameraploeg van Studio Sport al uren bezig is met het uitlichten van de blessure van de wielerbelofte. Als de arme letterknecht dan eindelijk zijn nietszeggende gesprekje heeft gehad moet hij al zijn stilistische vaardigheden uit de kast halen om althans de indruk te wekken dat de taalarme puber van zoëven de journalistieke wereldreis meer dan waard was. Het gevolg hiervan is een soort verslaggeverij waarin de literaire ambitie van de schrijver het eigenlijke onderwerp dreigt te worden. Een vergeefser genre is er in de hele krant niet te vinden.

Toch gaat men er maar mee door, want 'de lezer wil het', en dus liggen de vliegtickets al klaar voor weer een tafeltennistoernooi, ditmaal in West-Mongolië, waarvandaan onze speciale verslaggever met de primeur zal komen dan de behaalde zesde plaats voor Mirjam wel, en voor Bettine niet de belangrijkste reden was voor het wegblijven op het verjaardagfeestje van de bondscoach, dat begeleidende officials in de hotellobby zo spontaan hadden geregeld. Wekenlang zal er dan nog doorgezanikt worden over deze rel.

De lezer wil dat helemaal niet natuurlijk. De lezer wil geïnformeerd worden over zaken die er werkelijk toe doen, en topsport in Nederland heeft daarmee niets te maken. De rituele bladvulling op de sportpagina's heeft in werkelijkheid dan ook geen andere functie dan het genereren van advertentieruimte (iets wat trouwens voor de sport zelf ook in toenemende mate geldt). Dat daarmee een groot deel van de abonnees ten diepste beledigd wordt schijnt een ingecalculeerd bedrijfsrisico te zijn waarvan het krantemanagement niet wakker ligt.

Gelukkig zijn er tekenen die erop wijzen dat de sport in Nederland haar beste tijd gehad heeft. De resultaten in internationaal verband worden met de dag minder en minder. Dat zal hopelijk de belangstelling enigszins doen verflauwen, hoe bloemrijk ook over de debâcles geschreven wordt.

Maar er is nog iets anders aan de hand. Langzaam maar zeker groeit het inzicht, al is het niet in de pers, dan toch in de wetenschap en de politiek, dat al dat zweten, hijgen, stoempen en brullen niet alleen de belangrijkste oorzaak is van het hoge ziekteverzuim in ons land, maar ook leidt tot milieuvervuiling, preparatenverslaving, belastingontduiking, vandalisme en plat nationalisme. Supportersverenigingen van clubs uit het betaald voetbal vormen al jaren de belangrijkste recruteringsgrond voor rechts-extremistische partijen. Het racisme en de homohaat nemen op het voetbalveld onrustbarende vormen aan. Dat bleek onlangs uit onderzoek van de universiteiten van Leiden en Amsterdam. De onderzoeker Hekma concludeert op grond hiervan dat als een homo wil voetballen hij dat in Nederland alleen maar kan in een eigen 'homoteam' omdat hij door de gewone voetballerij wordt uitgekotst. Zieke geesten in gedrogeerde lichamen. Het is niet denkbeeldig dat als deze ontwikkeling doorgaat straks de hele sportbeoefening alleen nog maar mogelijk is onder een strikt apartheidsregime. Compleet met oproerpolitie, pasjesregeling en kilometers, kilometers prikkeldraad. In een beschaafde samenleving behoort zoiets verboden te worden.

Minister Van Thijn is de eerste politicus die de politieke moed toonde hiermee te willen beginnen. Hij heeft deze week publiekelijk laten weten dat hij 'het betreurt dat de KNVB niet streeft naar vermindering van het aantal clubs in het betaald voetbal'. Want de minister is boos en teleurgesteld omdat hij iedere woensdag, zaterdag en zondag zijn beste politiemensen moet missen om de sportieve treffens tussen de ABN-AMRO en De Stad Rotterdam mogelijk te maken, en hij is boos en teleurgesteld omdat zijn minderhedenbeleid zo weinig indruk maakt op de plaatselijke mafia in de business-seats en op de zetbaasjes beneden die de training verzorgen. Het nieuwe KNVB-bestuur krijgt van de bewindsman voorlopig 'het voordeel van de twijfel' en dus nog een laatste kans om zelf het rotte vlees weg te snijden, maar als de bestuurders in Zeist elkaar blijven aankijken zal hij niet aarzelen in te grijpen, zo laat Van Thijn dreigend weten in zijn voortgangsrapportage voetbalvandalisme. Iedere politieke waarnemer weet dat als een minister zo teleurgesteld is zijn ambtenaren bijna klaar zijn met een wetsontwerp waarmee de steen des aanstoots uit de weg geruimd kan worden. Als ze een nacht doorwerken zal de sportwet van Van Thijn nog voor de verkiezingen door de Kamer geloodst kunnen worden, en wordt het na mei een stuk rustiger op de velden van Nederland als het voetbal officieel verboden is. Heerlijk, een zomerstop die nooit meer ophoudt. Ook de hele ellende van het Nederlands elftal op de wereldkampioenschappen hoeven we dan niet mee te maken. En voor de sportjournalisten is het een unieke kans, nu ze zo onverwachts bevrijd worden van hun meest stompzinnige onderwerp, eindelijk eens dat prachtboek te schrijven dat al jaren in hun hoofd zit.

    • Jaap Boerdam