Zeventien intrigerende portretfoto's van Roland Fischer; Zwembadwater als een strapless jurk

Tentoonstelling: Roland Fischer. Nijmeegs Museum Commanderie van St-Jan, Nijmegen. T/m 10 april. Ma-za 10-17u, zo 13-17u.

Of iemand wat op z'n kerfstok heeft valt onmogelijk van z'n gezicht af te lezen. De grootste schurk kan een leven lang onopgemerkt blijven tussen de vroomste kloosterlingen. Van zaken als goed en slecht trekken gezichtsspiertjes - waarvan de mens er van alle zoogdieren de meeste heeft - zich bitter weinig aan. Toch als je weet dat je naar een foto van een seriemoordenaar zit te kijken, ben je ook geneigd zijn gelaatstrekken als die van een seriemoordenaar te interpreteren.

In het kader van de manifestatie 'Bezielde Kunst' worden in het Nijmeegs Museum van Sint Jan zeventien bijzonder intrigerende portretfoto's getoond van Roland Fischer (Saarbrücken, 1958). De foto's zijn afkomstig uit twee reeksen. Tien portretten uit de serie 'Nonnen en Monniken', gemaakt in Frankrijk tussen 1984 en 1986, en zeven portretten uit de nog onvoltooide serie 'Los Angeles Portretten'.

De foto's - ectachromes - zijn in kleur en hebben een imponerend formaat; zo'n drie keer ware grootte. Ze hangen in een U-vorm. Vijf kloostervrouwen tegenover, zo naar het zich laat aanzien, zeven welvarende Amerikaanse vrouwen met tussen hen in vijf monniken. Allen kijken recht de lens in. We krijgen alles van ze te zien, ondanks of misschien wel dankzij het feit dat elke informatie over de geportretteerden ontbreekt: zelfs hun namen konden er niet af.

De foto's zijn zo perfect geschoten, zo volgens plan geënsceneerd, scherp waar ze scherp moeten zijn en onscherp in de bijzaken, dat we van elk model drie karakters op een presenteerblaadje aangereikt krijgen. Hun ware aard, het beeld dat ze van zichzelf naar buiten brengen en het karakter dat we als kijker in de geportretteerde leggen. Wat de geportretteerden met hun gelaat uitdrukken lijkt in de ogen van de toeschouwer voortdurend te wisselen. Het ene moment zie je in een van de nonnen een gemene heks, het volgende de goedheid zelve.

Gaan de kloosterlingen gekleed in hun voorgeschreven gewaad en zijn ze gezet tegen een neutrale achtergrond, de dames uit de nieuwe wereld poseren in het hemelse blauw van een zwembad. Ze hebben hun uiterlijk tot in de puntjes verzorgd, alsof ze zojuist door de schoonheidspecialist onder handen zijn genomen. Er zit geen wenkbrauwhaartje teveel in hun licht opgemaakte gezicht; als een strapless jurk reikt de waterspiegel tot aan hun schouders. Hoe verleidelijk is het niet om die wereldse gezichten af te zetten tegen de van ijdelheid gespeende, verinnerlijkte blikken van de kloosterlingen. Maar zijn die monniken en nonnen wel zo vroom? Het is een grote verdienste van Fischer om de kijker met een zo zuiver realisme zo hevig in verwarring te brengen. Zijn foto's zijn nu al klassiek.