Weense exposities met klassieke moderne schilders

Meisterwerke aus dem Guggenheim, Kunstforum der Bank Austria, Freyung 8, 1010 Wenen. Tot 5 juni. Picasso. Die Sammlung Ludwig. 20er Hans, Schweizer Garten, 1030 Wenen, tot 19 juni. Le Corbusier, Eine Retrospektive. KunstHausWien, Untere Weissgerberstrasse 13, 1030 Wenen. Tot 1 mei. Oskar Kokoschka, 200 Exponate aus seinem Frühwerk 1898-1917. Albertina, Augustinerstrasse 1, 1010 Wenen. Tot 23 mei.

WENEN, 26 MAART. Dit voorjaar is Wenen de stad waar de 'klassieke modernen' uit de beeldende kunst hun intrek hebben genomen. In maar liefst vier tentoonstellingen in verschillende musea worden de grote namen van de eerste helft van onze eeuw met doeken en plastieken gepresenteerd en wie kubisme, expressionisme, constructivisme en wat daarop volgde voor en na de Tweede Wereldoorlog een warm hart toedraagt moet een bezoek aan Wenen brengen. In het Kunstforum der Bank Austria is de kernexpositie te zien: 59 werken uit het Guggenheim Museum in New York, die bijna zonder uitzondering hoogtepunten zijn uit de twintigste-eeuwse schilderkunst: kubistische, orfische stillevens van Braque en Picasso, Delaunay's fameuze rode Eiffeltoren, lyrische Chagalls van kort na zijn verhuizing naar Parijs in 1910, een Matisse, een Brancusi, een Modigliani.

Verder hoofdmomenten uit het expressionisme, Franz Marcs Gelbe Kuh, drie essentiële Kandinsky's (van deze schilder kocht Solomon Guggenheim indertijd 150 doeken), een fameuze Kirchner, Kokoschka's profetische in 1914 onder de indruk van de breuk met Alma Mahler geschilderde doek Der irrende Ritter, waarop zijn zware verwonding in de oorlog, die toen nog niet was uitgebroken, voorspeld lijkt, twee karakteristieke Beckmanns.

Bij de contructivisten Klee's Neue Harmonie, magische vierkanten uit 1936, meer Kandinsky's, Gabo, een Van Doesburg, Mondriaans. En zo gaat de tentoonstelling, 'de droom van iedere expositiemaker' zoals Klaus Albrecht Schröder haar noemde bij de perspresentatie, verder met 'klassieke' Miro's, Giacometti's (twee verbluffende sculpturen Femme-cuiller en Le Nez) via Dubuffet, Appel en Jorn naar het afzichtelijke, elke esthetica tartende slotakkoord van Francis Bacons tryptiek Three Studies for a Crucifixion.

Is het Guggenheim Museum met deze topcollectie (verzekerde waarde één miljard gulden) in Wenen er op uit zijn ambitie in Oostenrijk, namelijk in Salzburg een 'Guggenheim' te bouwen, kracht bij te zetten? “Onzin”, zegt de Newyorkse directie, al geeft deze wel toe te hopen dat de publiciteit rondom de tentoonstelling het nu sluimerende project in Salzburg zal doen ontwaken.

De Newyorkers blijven intussen vol lof over het spectaculaire ontwerp van de Weense architect Hans Hollein, die het museum in Salzburgs Mönchsberg wil bouwen. Daaraan houden we vast, zoals men ruim een halve eeuw geleden aan het ontwerp van Frank Lloyd Wright heeft vastgehouden voor het museum op Fifth Avenue, zei de in Wenen aanwezige onderdirecteur bij de opening, en hij herinnerde er aan dat het destijds zeventien jaar heeft geduurd voordat Frank Lloyd Wrights 'Guggenheim' tot stand was gekomen. (Het denkbeeld dat Wenen kandidaat voor een Oostenrijks Guggenheim Museum zou zijn, nu de Salzburgers afwijzend doen, lijkt ondanks enthousiaste uitspraken van burgemeester Zilk nog geen serieuze propositie).

Wie zich na de Guggenheim-collectie wil 'specialiseren' heeft dit voorjaar in Wenen verschillende mogelijkheden. Er is in het Museum voor de Twintigste Eeuw een Picasso-tentoonstelling van 182 werken uit de collectie van Peter en Irene Ludwig, de na de oorlog begonnen te verzamelen en in totaal 841 Picasso's bijeenbrachten. Alle perioden, technieken en motieven van Picasso's oeuvre zijn vertegenwoordigd.

Verder zijn er in het Hundertwasser-museum KunstHaus Wien 150 schilderijen, tekeningen en sculpturen te zien van de Zwitser Charles-Edouard Jeanneret, beter bekend onder zijn architectennaam: Le Corbusier. Het is werk dat op een tweede niveau de grote ontwikkelingen in de beeldende kunst begeleidt met als meest gelukte uitingen tekeningen van objecten in de ruimte (zoals de Akropolis) en een wandkleed Bonjour Calder. De bijdragen aan de beeldende kunst van Jeanneret-Corbusier, die in de jaren tien Adolf Loos en Josef Hoffmann in Wenen leerde kennen, zijn voor het eerst in deze stad te zien.

Het Albertina-Museum, dat binnenkort voor een lange tijd dicht gaat voor een verbouwing, biedt tenslotte een van de mooiste exposities van het ogenblik: 225 tekeningen en aquarellen van de vroege Kokoschka. Sterk door Schiele beïnvloede vroege bladen met jonge meisjes, portretten, waaiers voor Alma Mahler (1912), de neerslag van een reis met haar naar Italië in de vorm van tekeningen en aquarellen, zelf gemaakte ansichtkaarten, ontwerpen voor een crematorium in Breslau, illustraties, onder andere bij Ehrensteins beroemde novelle 'Tubutsch', etc.

Kokoschka is nog jong in dit werk, maar de expressionistische beeldenstormer is al in zicht. Voor de tijdgenoten die kunst als een gecultiveerde tuin wilden genieten had hij zich al laten kennen als een wilde man.

    • André Spoor