Vertelsels Chabot en Spanjer zijn nog geen theater

Voorstelling: Hemels, door Maarten Spanjer en Bart Chabot. Gezien: 25/3 in De Vest, Alkmaar.

Het noemt zich een theaterprogramma, en inderdaad reizen Maarten Spanjer en Bart Chabot dit seizoen langs het reguliere theatercircuit met hun gezamenlijke debuutvoorstelling Hemels. Maar wat zich op de planken blijkt af te spelen, is nog stevig geworteld in de literaire voorleespraktijk. Om beurten betreden ze het podium voor hun volgende verhaal - pas aan het slot staan ze even naast elkaar - en alleen Chabot kent intussen al hele stukken uit zijn hoofd. Spanjer verspreekt zich zelfs af en toe nog, de indruk wekkend dat hij het geschrevene voor het eerst onder ogen krijgt.

Theater is het niet, nee. Hier lezen, in navolging van Campert & Mulder, twee auteurs voor uit eigen werk. Dat van Chabot is archaïsch, vaak gezwollen geformuleerd, dat van Spanjer is meestal naturalistisch miniatuurwerk. Van dit tweetal is Chabot de retorische spreker, die minstens één keer in elke zin een aanloop neemt, op zijn tenen gaat staan, met de armen wappert en uit zijn strakgespannen nek een woord perst dat dan ver boven de ware betekenis moet uitstijgen. Dikwijls is het gevolg dat andere woorden bekneld raken en met een dof plofje op de vloer vallen, niet verstaan en niet begrepen. Spanjer, hoewel voorheen werkzaam als acteur, leest veel soberder voor - met een ietwat Reve-achtige intonatie (en hij kan prachtig Johnny van Doorn imiteren).

Hun verhalen zijn overwegend vliesdunne vertelseltjes. Over de Philiptina Jeugdgrammofoon van vroeger, het ziekbed van A. Moonen, het eerste bezoek aan een hoer, voetballen met artiesten, een ontmoeting met de beroemde schrijver Harry M., een demonstratie van parachute springen door gehandicapten en een reisbeurs van het Fonds voor de Letteren. De één herdenkt Johnny van Doorn en de ander heeft een herinnering uit zijn krantebezorgerstijd opgeschreven: hoe Victor van Vriesland altijd de krant meteen uit de bus naar binnen trok en hoe de bezorger het dagblad dan soms, om te pesten, aan de andere kant van de deur nog een heel klein stukje terug rukte.

Soms is het een beetje grappig, maar veel is het niet. Chabot en Spanjer zijn minor writers wier columnistische stukjes zelden vleugels krijgen. Toen tenslotte Chabot een reeks onopmerkelijke dagboekaantekeningen begon voor te lezen over zijn gemiddelde dag als jonge vader, had ik wel genoeg gehoord.

    • Henk van Gelder