Verbod op export van giftig afval

GENEVE, 26 MAART. Vierenzestig landen zijn het gisteren in Genève eens geworden over een onmiddellijk verbod op de export van giftig en gevaarlijk afval naar de Derde wereld. Het verbod is niet van toepassing op afval dat in de Derde wereld opnieuw gebruikt zal worden, want dat zal tot 1997 geëxporteerd mogen worden.

De 64 landen die in 1990 de zogeheten Conventie van Basel over de export van afval hebben ondertekend, hebben een jaar lang over het verbod onderhandeld. Canada, Australië, Japan en de Verenigde Staten lieten pas op het allerlaatste moment hun bezwaren tegen de maatregel vallen. Over de uiteindelijke tekst van het verbod werd niet gestemd, omdat enkele geïndustrialiseerde landen gedreigd hadden de amendementen op de conventie niet te ratificeren, als het verbod in de resolutie te radicaal geformuleerd zou zijn.

BIj de Conventie van Basel, die in 1992 van kracht werd, is de export van gevaarlijk chemisch afval niet expliciet verboden. In de conventie werd slechts een beroep gedaan op de 64 landen die de conventie hebben ondertekend, om “zelfvoorzienend” te zijn wat de produktie en verwerking van gevaarlijk en giftig afval betreft.

De Europese Unie was aanvankelijk verdeeld over het verbod. Het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland waren tegen een verbod, maar deze week gingen Parijs en Bonn alsnog met het voorstel akkoord, waarna ook Londen het voorstel tot een verbod ondersteunde. Denemarken had zich vanaf het begin een enthousiast voorstander getoond van het verbod en heeft enkele malen gedreigd zich niets meer van zijn EU-partners aan te zullen trekken, als deze in hun verzet tegen het verbod zouden volharden. Vertegenwoordigers van organisaties die de bescherming van het milieu tot doelstelling hebben, zijn teleurgesteld over het verbod, omdat de export van giftig afval dat in de Derde wereld hergebruikt kan worden, pas na 1997 wordt verboden. (Reuter)