Van oude mensen

Er komt een vrouw binnen. Ze komt dichterbij, kijkt me aan en zegt: “Bent u Koos van Zomeren?”

Ik zit achter een tafel met boeken van Koos van Zomeren en overal in de winkel hangt de aankondiging dat Koos van Zomeren zal signeren. Ontkennen is zinloos. En dan zegt die vrouw: “Ik had me u ouder voorgesteld. Altijd die droevige stukjes over dood en ouderdom...”

Dat droevige zou ik willen bestrijden. Ik wil niet graag worden vergeten als schrijver van droevige stukjes. Ik word liever vergeten als schrijver van vitale stukjes.

Maar verder? Ik herinner me de handdruk van een vrouw die zich mij niet alleen ouder had gedacht, maar ook lang en slank en op een gedistingeerde manier grijs. En de brief van een man die met me wou corresponderen over het Arnhem van de jaren '30. Het ís ook zo, ik verplaats me makkelijker in oude mensen dan in jonge. In mijn romans en verhalen spelen figuren die veel ouder zijn dan ikzelf.

Jonge mensen interesseren me ook, maar meer zoals vogels me interesseren. Heel boeiend, maar je zult er nooit een worden. In oude mensen, hoe lelijk, onverstandig of onhebbelijk ook, trekt me het afgeronde, de samenhang, het leven in de vorm van een terugblik. Dus neem ik nu en dan een voorschotje op mijn tachtigste, en straks ben ik tachtig en dan heb ik dat allemaal al gehad, dan heb ik mijn handen helemaal vrij voor wat anders.

    • Koos van Zomeren