Van den Broek blijft 'vechten voor Europa'

BRUSSEL, 26 MAART. De Europese Unie verkeert in een crisis. Het Europese onvermogen een krachtdadig buitenlands beleid te voeren is door de oorlog in voormalig Joegoslavië op onthutsende wijze blootgelegd. Elf lidstaten kijken machteloos toe hoe Griekenland de Europese rechtsregels aan zijn laars lapt, door een economische boycot in te stellen tegen buurland Macedonië.

En de laatste hoop op nieuw élan voor de Unie, de uitbreiding met Zweden, Finland, Oostenrijk en Noorwegen, dreigt met de starre houding van Groot-Brittannië en Spanje nu ook de grond in geboord te worden. Maar Europees commissaris Hans van den Broek (57), verantwoordelijk voor het buitenlands beleid en de uitbreidingsonderhandelingen van de Europese Unie, is niet pessimistisch te krijgen. “Ik zie de problemen huizehoog voor me. Maar al is het tot de laatste snik, dat Europa moet er komen.”

De lidstaten hebben de commissaris tot dusver niet veel ruimte gegeven om zijn in het Verdrag van Maastricht vastgelegde taak uit te voeren. Terwijl zijn Britse collega van buitenlandse handel, Sir Leon Brittan, overal lof oogstte voor de succesvolle afronding van de GATT-onderhandelingen, moest Van den Broek machteloos toezien hoe EU-bemiddelaars hun tanden stuk beten op de Bosnische vredesonderhandelingen in Genève. “Publicitair timmer ik wat minder aan de weg dan vroeger”, zegt de voormalige Nederlandse minister van buitenlandse zaken .

Van den Broek had er niet op gerekend dat Groot-Brittannië en Spanje het conflict over aanpassing van de stemverhoudingen in de ministerraad zo op de spits zouden drijven. Londen en Madrid vrezen na de uitbreiding van de EU aan macht te moeten inboeten als het aantal stemmen om in de Europese ministerraden een besluit te blokkeren wordt verhoogd naar 27. Ze willen dat aantal stemmen handhaven op 23. Achter die harde opstelling gaat een ideologisch conflict schuil tussen lidstaten die de samenwerking binnen de EU willen verdiepen, en zij die pleiten voor een 'lossere' Unie met beperkte supranationale bevoegdheden. Dat conflict, even gesust met het Verdrag van Maastricht, is eigenlijk nooit uit de wereld geweest.

Groot-Brittannië en Spanje hadden vorig jaar wel al gezegd niet akkoord te gaan met een 'mechanische' aanpassing van het aantal stemmen in de ministerraad als er nieuwe lidstaten zouden toetreden. Maar die boodschap had Van den Broek niet opgevat als conditio sine qua non voor uitbreiding. Pas vorige week, toen hij de Britse kranten doornam en daaruit begreep dat “bepaalde delen in de Conservatieve partij de hakken in het zand aan het zetten waren en de regering tot vergaande uitspraken hadden uitgelokt” drong tot hem door dat de uitbreiding van de Unie echt op het spel stond.

Hoe moet het nu verder met de Unie?

“Als Londen en Madrid onverkort aan hun benadering vasthouden, wordt de uitbreiding uitgesteld. Mischien zal de Raad besluiten om de in 1996 geplande intergouvernementele conferentie naar voren te halen. Dat wordt het uur der waarheid, dan zullen de lidstaten zich over het communautaire gehalte van de gemeenschap moeten uitspreken.

“Waar ik het meest benauwd voor ben, is dat de verhoudingen binnen de Unie zich gaan verscherpen en dat ons dat op alle terreinen parten gaat spelen. Dat je bij wijze van spreken niet meer bij elkaar kunt komen als ministers, zonder dat op de achtergrond dit diepgaande verschil van opvatting een rol speelt”.

Voor u persoonlijk moet de gang van zaken ook een drama zijn. De toetredingsonderhandelingen waren juist een van de weinige concrete zaken waarmee u bezig was.

De woordvoerder: “Nou, nou.”

De commissaris: “Ik geef toe dat er veel tijd in is gaan zitten. Er zijn nog nooit eerder met vier landen tegelijkertijd onderhandelingen gevoerd. En niemand hield het voor mogelijk dat we er in zo'n korte periode in zouden slagen om de gesprekken af te ronden.”

Van den Broek wil de indruk wegnemen dat hij alleen maar bezig is geweest met de toetredingsonderhandelingen. Hij wijst op de snelle opbouw van zijn ambtelijk apparaat. “We waren hier nog nauwelijks binnen of we zaten al een beleid voor Oost-Europa uit te stippelen.” Hij noemt ook de inspanningen van de EU voor het vredesproces in het Midden-Oosten.

We willen niet doen voorkomen of u stil hebt gezeten. Maar bent u door de oorlog in voormalig Joegoslavië niet tot de conclusie gekomen: het wordt niets meer met Europa. Ik zie een gemeenschappelijk buitenlands beleid van de Unie niet van de grond komen?

“De commissie heeft in Joegoslavië een belangrijkere rol kunnen spelen, dan ik had vermoed. En dan heb ik het niet uitsluitend over het geven van humanitaire hulp. Wij hebben meegewerkt aan een omslag die ertoe heeft geleid dat Washington zich is gaan engageren in het onderhandelingsproces.”

Wie bedoelt u met wij?

Van den Broek: “Wij is de commissie”.

Maar het zijn toch de Fransen geweest die de Verenigde Staten hebben overgehaald?

“Niets ten nadele van Frankrijk dat er zeker samen met de Amerikanen voor heeft gezorgd dat het NAVO-ultimatum (aan de Servische troepen rond Sarajevo) er ten slotte is gekomen. Dat ging gepaard met het besluit van Washington om zich ook meer rechtstreeks politiek te engageren bij de onderhandelingen.

Het verband tussen de actieve betrokkenheid van Washington en uw inspanningen ontgaat ons.

“Ja, dat is inderdaad moeilijk uit te leggen en ik wil er ook niet overuitwijden. Ik wil alleen zeggen dat wij zelf het gevoel hebben dat de gesprekken die zijn gevoerd met de Amerikanen een heel bevredigend resultaat hebben opgeleverd”.

Dat de Europese commissie een constructieve bijdrage heeft geleverd aan de vredesonderhandelingen?

“Ja, formuleer het maar zo. Dat lijkt me niet overbelicht. Wij hebben gezegd dat er geen evenwichtig akkoord zou komen als niet iets werd gedaan aan de onevenwichtige krachtsverhoudingen tussen de partijen. Ik ben naar Christopher (de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken) gegaan en heb gezegd: steun voor een regeling die door alle partijen is goedgekeurd, is niet voldoende. Je moet je zelf engageren.”

Dat is toch tamelijk verrassend. Het beeld dat bestaat over de mogelijkheden van uw functie, is heel anders.

“Hou dat maar zo. Ik vind dat niet erg. Dat klinkt nu wat raar, maar ik wil geen artikelen in de krant waarin ik opeens allerlei dingen zou gaan claimen die andere er weer toe brengen om vervolgens weer andere dingen te claimen. Ik zie niets in zo'n debat.”

De onderhandelingen over Bosnië zijn gevoerd in Washington. Daar zat Europa niet aan tafel.

“Maar de Europeanen waren wel geheel op de hoogte. Natuurlijk kun je vragen: had Europa niet gekund wat de Amerikanen blijkbaar wel kunnen? Nou, dan ben ik wat gelaten en zeg ik: ja, het opbouwen van een gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid zal ons de nodige tijd kosten. Voordat de individuele lidstaten van de Europese Unie voorrang geven aan een gemeenschappelijk Europees optreden boven hun eigen nationale inbreng, zal er tijd nodig zijn. De overtuiging zal moeten groeien dat we met conflicten worden geconfronteerd die we alleen maar gezamenlijk kunnen oplossen. En ook alleen maar als je power behind your politics ontwikkelt. Die hebben de Amerikanen wel en wij niet. Althans niet op dit punt.”

Bent u een gefrustreerde commissaris die er spijt van heeft de Haagse politiek te hebben verlaten?

“Oh nee. Ik hoop dat ik hier mag blijven - schrijf op, schrijf op”, moedigt hij lachend aan. Dan: “Dat is serieus. Nu kun je wel zeggen: hij loopt met zijn kop in de wolken, hij ziet de realiteit niet meer. Maar zijn er nu echt landen die denken dat ze al die grote problemen alleen aankunnen? Ik vecht graag door voor een eensgezind en krachtig Europa.”

Meent u het echt als u zegt dat u nog een volgende termijn van vijf jaar als commissaris in Brussel wilt blijven?

“Ja, ja. Maar ik zeg het niet te hard want dan lijkt het weer alsof ik Lubbers voor de voeten wil lopen. (Als Ruud Lubbers EU-voorzitter Jacques Delors opvolgt, kan Van den Broek geen commissaris blijven, red.) Als Lubbers beschikbaar is en als de Europese Raad van regeringsleiders vindt dat hij het moet doen, dan is dat goed voor Nederland, en ook voor Europa. Met andere woorden: dan ga ik weg.”