Uitkeringen ziektewet 85 pct. gedaald

DEN HAAG, 26 MAART. Het aantal door de bedrijfsverenigingen uitgekeerde Ziektewet-uitkeringen is in januari spectaculair gedaald met 85 procent. Dit maakte de Sociale Verzekeringsraad gisteren bekend.

In januari 1994 werd aan 96.000 werknemers een nieuwe Ziektewet-uitkering toegekend, terwijl dat er in december 1993 nog 626.000 waren. Het aantal uitkeringen wegens arbeidsongeschiktheid (AAW/WAO) stabiliseerde zich op 921.000 en het aantal WW-uitkeringen steeg met 15.000 tot 343.000.

De sterke daling van het aantal uitkeringen wegens ziekte is het gevolg van de per 1 januari 1994 ingevoerde wet Terugdringing Ziekteverzuim (TZ). Vanaf begin dit jaar dienen werkgevers, afhankelijk van de grootte van hun bedrijf, bij ziekte van hun werknemers het loon voor een periode van 2 of 6 weken door te betalen. Het uitgekeerde bedrag daalde minder sterk, namelijk van 820 miljoen gulden in december 1993 naar 597 miljoen gulden in januari. In dit bedrag zijn nog betalingen opgenomen voor rechthebbenden uit december 1993. Verwacht wordt dat het uitgekeerde bedrag de komende maanden nog verder afneemt.

Het aantal WW-uitkeringen is ten opzichte van januari 1993 toegenomen met 78.000. Dit betekent dat in januari 1994 6 procent van het aantal verzekerden tegen werkloosheid een WW-uitkering ontving. Dat is veel meer dan in januari 1993 toen dit percentage nog op 4,7 procent lag en in januari 1992 toen dat nog 4 procent was.

De vorig jaar aangenomen WAO-herziening heeft in tegenstelling tot de wet terugdringing ziekteverzuim nog geen effect gesorteerd. Tegenover 8.800 beëindigingen van uitkeringen wegens arbeidsongeschiktheid stonden in januari evenveel nieuwe uitkeringen. Op wat langere termijn overtreft het aantal nieuwe het aantal beëindigde uitkeringen in steeds sterkere mate. Vorig jaar was daarvan in 8 van de 12 maanden sprake. Na een afname van het aantal nieuwe uitkeringen in 1992 is dat aantal vorig jaar weer harder toegenomen tot 103.700 nieuwe uitkeringen. Die toename vond vooral plaats in de marktsector (plus 84.000). Het Centraal Planbureau wijt dat in het nog niet officieel gepubliceerde Centraal Economisch Plan aan de vorig jaar op grote schaal afgesloten aanvullende verzekeringen tegen arbeidsongeschiktheid. Door deze bovenwettelijke verzekeringen, waarvoor een aanvullende premie werd betaald van gemiddeld 1,3 procent van het bruto-loon, is de gemiddelde WAO-uitkering in de marktsector nauwelijks gedaald. Werknemers krijgen nu gemiddeld 73 procent van het laatst verdiende loon als uitkering, zo heeft het CPB becijferd. Voor de herziening van de WAO was dit maar een fractie meer: 75 procent. Bij de overheid trad wel een forse daling van de uitkering op: van 76 naar 70 procent. En volgens het CPB is dat de reden dat het aantal nieuwe arbeidsongeschikten bij de overheid al twee jaar op rij afneemt.

Dat de stijging van het aantal nieuwe uitkeringen nog niet heeft geleid tot een toename van het aantal uitkeringsjaren komt volgens het CPB omdat de gemiddelde mate van arbeidsongeschiktheid daalt. Dit wordt vooral veroorzaakt door de uitstroom van oudere, volledig arbeidsongeschikten. Nieuwe arbeidsongeschikten blijken juist in steeds hogere mate arbeidsongeschikt te worden. Ook dat ziet het CPB als een teken aan de wand. Nieuwe richtlijnen voor de keuringen, die sinds januari 1994 volledig worden toegepast, en een aanpassing van de definitie van gangbare arbeid (arbeidsongeschikten moeten voortaan elke baan accepteren en niet meer alleen die banen die passen bij hun opleiding en ervaring) hebben volgens het CPB blijkbaar niets uitgehaald.