Turkije is van zichzelf vervreemd

Atatürk wilde dat Turkije tot de beschaafde wereld ging behoren en dat was voor hem Europa. Hij brak de macht van de islam en de samenleving verwesterde. Maar de ontstane consumptiemaatschappij ondermijnt de basis van de Turkse maatschappij. J.J. Jonker Roelants verwacht bij de Turkse gemeenteraadsverkiezingen van zondag stemmenwinst voor de fundamentalistische partijen. Onlangs verzuchtte een Turkse journaliste na een bezoek aan Kairo dat ze zich daar zo thuis voelde, omdat de mensen daar een eigen identiteit hebben. Een vriendin van ons zegt bij de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen op de fundamentalistische welzijnspartij te zullen stemmen uit protest tegen de morele verloedering van de maatschappij. Een succesvolle zakenman van middelbare leeftijd maakt zich juist zorgen over de opkomst van het fundamentalisme. Dit zijn kinderen en kleinkinderen van de culturele revolutie die Turkije nu al 70 jaar geleden radicaal op een westerse koers zette. Alle drie genoten een moderne opleiding en studeerden aan een buitenlandse universiteit. Zij voelen zich bedreigd in hun identiteit of voelen zich onzeker.

Hun uitspraken zijn verrassend gezien de modernisering die Turkije heeft ondergaan. In de jaren zeventig ging de telefoonverbinding buiten de stad nog via een telefoniste en was het bezit van een dollar van onduidelijke herkomst strafbaar. Het was ook een tijd dat de voorzitter van de fundamentalistische Welzijnspartij in het hele land eerste stenen legde voor fabriekscomplexen die in dat stadium bleven steken. Nu zijn de verste uithoeken automatisch bereikbaar en kun je naar believen vreemd geld opnemen. In Ankara worden F 16's geassembleerd en er is een scala aan andere high-tech hoogstandjes. Espresso-bars, modieuze winkels en luxe restaurants bepalen het aanzien van de betere stadswijken. De avontuurlijke toerist en hippie hebben plaatsgemaakt voor miljoenen Westeuropeanen die de kust bevolken. Turkije, dat sterk naar binnen gericht was en naar economische autarkie streefde heeft de vleugels uitgeslagen. De handel is verveelvoudigd, buitenlandse investeringen zijn vertienvoudigd en in de regio heeft Turkije een duidelijk profiel gekregen.

Maar de vooruitgang heeft een prijs. De enorme migratie naar de steden heeft een nieuw stadsproletariaat gecreëerd dat niet langer beschutting vindt in dorpse geborgenheid en tradities tegen de uitwassen van een consumptiemaatschappij waarvan de vruchten haar grotendeels voorbijgaan. Wijlen president Özal die de particuliere economie bevrijdde van het staatscorset heeft miljoenen mensen in korte tijd een westerse levensstijl gebracht maar ook een klasse nieuwe rijken geschapen, wier opzichtige levensstijl in strijd is met de traditionele eenvoud van de Turken. Familiewaarden worden aangetast door commerciële tv-programma's die in een meedogenloze competitie om de gunsten van de adverteerder 'grensverleggende' erotiek en misselijkmakend geweld tonen, daarin gesteund door de populaire pers. Morele waarden en normen zijn opzij gezet voor het profijtbeginsel. Het aanzien van de staat wordt geschaad door de vele corruptieschandalen waarin vooraanstaande politici en zakenmensen worden genoemd.

De consumptiemaatschappij ondermijnt ook de basis van de Turkse samenleving, de onderlinge solidariteit, vooral in familieverband. Er is een nieuwe middenklasse aan het ontstaan van tweeverdieners die hun kinderen op de crèche doen en het niet meer zo vanzelfsprekend vinden dat zij hun ouders thuis verzorgen. Turkije beleeft een slechte imitatie van de westerse consumptiemaatschappij die vervreemdend werkt.

Atatürk wilde dat Turkije zou behoren tot de beschaafde wereld, dat was voor hem Europa. Het ging hem niet zozeer om economische en technologische veranderingen maar om de westerse cultuur, westerse scholen en universiteiten, emancipatie van de vrouw en moderne wetgeving. De islam zag hij als een reactionaire kracht en controle van de staat over de islam als een noodzakelijke voorwaarde voor hervorming. Daartoe diende echter de macht van de islam over het volk te worden gebroken en het geloof te worden geseculariseerd naar westers voorbeeld. Laïcisme, de kern van het kemalisme, een verzamelnaam voor niet al te precieze maatschappelijke ordeningsprincipes, werd in de constitutie vastgelegd en bijna een meetlat voor 'politieke betrouwbaarheid'. Sinds de invoering van het meerpartijenstelsel na de Tweede Wereldoorlog heeft de islam een deel van het verloren terrein heroverd. In sommige staatsorganen hebben fundamentalisten merkbaar invloed, maar in het onderwijs is de grootste winst geboekt. Godsdienstonderwijs is, zij het met veel referenties aan Atatürk, na de militaire coup sinds 1982 weer verplicht. Verder zijn duizenden koran-scholen ontstaan en instellingen van middelbaar onderwijs op islamitische grondslag, waarvan de leerlingen hun weg vinden naar de bureaucratie en het hoger onderwijs. Het budget van het presidium voor godsdienstzaken is groter dan de onderwijsbegroting.

De islamitische Welzijnspartij opereert behendig. Zij blijft buiten de vele corruptieschandalen en heeft een goede naam in het bestuurlijke vlak. In de gemeenten waar de partij aan de macht is verdwijnt het geld niet in zakken van corrupte politici. De partij zet zich af tegen het bloot in de nieuwsmedia maar maakt wel gebruik van modern ogende vrouwen zonder hoofddoeken voor de verkiezingscampagnes. Het is de enige partij die zich bekommert om de kleine man, daarbij geholpen door een goed gevulde partijkas. Volgens de laatste opiniepeilingen staat de Welzijnspartij gelijk met de leidende regeringspartij.

Jongere intellectuelen vinden deze ontwikkelingen niet zo dramatisch en zien in de opkomende islam de uitkomst van een democratisch proces dat de massa in staat stelt zich te emanciperen via de islam. Zij wijzen erop dat de Turkse maatschappij zich in een overgangsfase bevindt en dat de staat aan gewicht verliest ten gunste van belangengroepen, verenigingen, gemeenschappen en individuen. Turkije is naar hun mening op weg naar een identiteit die beter aansluit bij het eigen verleden, een visie die doorklinkt in de door Özal geïnspireerde discussie over de 'Tweede Republiek', aanpassing van de kemalistische staatsideologie aan de Turkse realiteit van vandaag. Het gaat vooral om het karakter van de geseculariseerde staat en de plaats van de islam. De voorstanders willen geen re-islamisering van de staat maar aan de andere kant willen zij af van staatscontrole over de islam.

Onder het establishment is de angst en afkeer van de islam wijdverbreid. Religie vinden zij privézaak en men vreest Iraanse toestanden. Vertrouwd wordt op het leger als bolwerk voor het secularisme maar er heerst ook een gevoel van machteloosheid tegenover een politieke beweging die appelleert aan diepe religieuze gevoelens. Deze angst is prominenter dan de zorg over de Koerdenproblematiek die men ziet als een van buiten geïnspireerd complot tegen de eenheid van de staat.

Het kemalisme heeft Turkije naar de moderne tijd gebracht. Het is het geloof van een elite geworden die zich weliswaar nog moslim noemt, maar praktisch atheïstisch is. In hun wedijver om de gunsten van de kiezer hebben alle partijen sinds de invoering van het meerpartijenstelsel in 1945 het religieuze element aangemoedigd. De religieuze stem vindt men thans vertegenwoordigd in alle partijen, in het bijzonder die aan de rechterkant. Het aandeel van de fundamentalistische stemmen is al jaren ongeveer 15 procent. De Welzijnspartij profiteert vooral de laatste paar jaar van de verslechterende sociaal-economische toestand van het uitdijende stadsproletariaat. Ofschoon de partijen verschillende richtingen en nuances kent, is de ideologie fundamenteel anti-westers. De vrees voor re-islamisering lijkt ongegrond. Drie generaties kemalisten, een snelle verwesterlijking van Turkije, een nieuwe economische middenklasse en de aanwezigheid van 20 miljoen heterodoxe Alevi's die niets met de fundamentalistische Sunni's van doen willen hebben, zijn een waarborg tegen vergaande desecularisering van het staatsbestel.

De maatschappelijke emancipatie waarin de islam een belangrijke rol speelt is in de eerste plaats een Turkse aangelegenheid, maar de uitkomsten ervan raken ook de buitenlandse verhoudingen. De fundamentalisten zouden belangrijke financiële steun van Iran en Saoedi-Arabië ontvangen. De westerse normen en waarden worden uitgedragen door een relatief kleine, intellectuele elite die het gevoel heeft in een geïsoleerde positie te staan. Hun strijd is niet makkelijker geworden door de onderhandelingen over de toetreding van Turkije tot de Europese Unie. Het is een westers belang dat het maatschappelijke emancipatieproces zich in een democratische context voltrekt. De beste dienst die Europa Turkije en daarmee zichzelf kan bieden is Turkse instellingen en instituten waar mogelijk te integreren in de Europese culturele netwerken. In een programma van de Europese Commissie voor mediterrane samenwerking waaraan ook Nederlandse universiteiten en steden deelnemen is daartoe een aanzet gegeven. Nederland heeft een uitstekende naam in Turkije en kan op dit gebied een voortrekkersrol.