Toernee

In Nederland was vroeger de Vroom & Dreesman simultaantoernee. Ieder jaar na het Hoogovenstoernooi ging een maand lang een karavaan van meesters en grootmeesters langs de verschillende filialen. De buitenlandse aanvoerders speelden iedere dag. Een simultaan geven is een genoegen dat in duivelsplicht verkeert als je het te vaak achter elkaar doet. Hübner vertelde eens dat hij na zo'n maand, toen hij weer terug was in Keulen, iedere dag om acht uur 's avonds, alsof er een sleuteltje in zijn lichaam was omgedraaid, rondjes in zijn kamer ging lopen als een zombie, onderweg voortdurend mompelend tot denkbeeldige tegenstanders: u bent aan zet mijnheer, u moet spelen.

Het was een licht uitstapje vergeleken bij de toernee die Bobby Fischer in 1964 in de Verenigde Staten en Canada hield. John Donaldson, die er nu een boekje over heeft geschreven, A Legend On the Road, (uitg. ICE, postbus 59064 1040 KB Amsterdam) noemt het de 'grootpapa van alle toernees'. Fischer begon in Detroit op 9 februari 1964. De laatste simultaan, aan de universiteit van Pennsylvania, was op 31 mei. Daartussen was hij in Canada geweest, in New Orleans en omstreken, in California en vandaar via Denver naar de Oostkust. Iedere dag spelen kon natuurlijk niet, daarvoor waren de afstanden te groot. Donaldson heeft 43 voorstellingen getraceerd, waarin Fischer in totaal tegen ongeveer 2000 tegenstanders speelde, maar hij houdt er rekening mee dat hij er een aantal over het hoofd heeft gezien.

Ik heb op de kaart van Amerika de lijntjes van Fischers reizen getekend, om te zien hoe hij het handelsreizigersprobleem had opgelost; zo veel mogelijk steden aandoen op een zo kort mogelijk traject. Geometrisch was de oplossing lang niet perfect, en dat kon ook niet, want er moest natuurlijk rekening gehouden worden met de wensen van de plaatselijke schaakclubs. Fischer kreeg per voorstelling 250 dollar. Ter vergelijking: de dure overhemden van Fischer worden in een verslag '35 dollar shirts' genoemd, een paperback kostte tussen de 50 cts. en $1.50, de eerste prijs van het interzonale toernooi van 1964 was 'ongeveer $250'. Ik schat het honorarium van Fischer op ongeveer 4000 hedendaagse guldens. Kasparov, Karpov en Timman zal je daar nu niet voor krijgen, maar in die tijd werd het als een gigantisch bedrag beschouwd. De tegenstanders van Fischer moesten meestal vijf dollar betalen, toeschouwers één dollar. Soms moeten de organisatoren een flinke winst hebben gemaakt. In Milwaukee bijvoorbeeld waren 750 mensen aanwezig bij de simultaan.

Fischer werd tijdens de toernee 21 jaar. Hij stond al bekend als lastig, vooral door zijn match tegen Reshevsky, die voortijdig gestaakt was wegens ruzie tussen Fischer en de sponsor. In de verslagen die in Donaldsons boek zijn opgenomen, tonen de plaatselijke schaakleiders zich vaak opgetogen over Fischers vriendelijkheid, gevoel voor humor en inschikkelijkheid. Dat is het voordeel van een reputatie als lastpost, als je je een beetje normaal gedraagt vloeit iedereen over van dankbaarheid. Maar Fischer was ook echt vriendelijk. Aan het begin van de toernee liet hij alle tegenstanders desgewenst beurten overslaan in moeilijke situaties, waardoor de voorstellingen lang konden duren, maar daar hield hij mee op toen hem ter ore was gekomen dat een speler zich had beklaagd over zijn trage tempo. In Richmond liet hij zich na de voorstelling door een paar schaakliefhebbers naar een klein dorpje meenemen om 's nachts nog wat vluggertjes met hen te spelen. De schaakliefhebbers hadden gezegd dat de bus naar Washington de volgende ochtend door hun dorp zou komen. Dat was ook zo, maar ze verzwegen dat die bus er niet stopte. De volgende ochtend werd Fischer op de snelweg neergezet, met de boodschap dat hij een goede kans zou maken dat de busbestuurder zijn hand over zijn hart zou strijken.

Tijdens de toernee werden een paar typische Fischer-uitspraken opgetekend. Wat vond hij van Botwinnik? “Als partijannotator is hij een paardereet!“ In een andere stad noemde hij Paul Morphy iemand die in drie jaar meer aan het schaken had bijgedragen dan Botwinnik in dertig jaar. Tenminste, zo is het opgetekend. Fischer had het idee dat de meeste journalisten hun stukje al klaar hadden voor ze hem gesproken hadden, en vaak zal dat waar geweest zijn.

Zo'n simultaantoernee van bijna vier maanden zou nu niet meer kunnen bestaan. De topspelers hebben het te druk gekregen. Vier slopende maanden in vliegtuigen, bussen en treinen kunnen ze zich niet meer permitteren en ze zouden er ook geen zin in hebben, want ze kunnen hun geld op andere manieren verdienen. Donaldson geeft nog een andere reden. Doordat er tegenwoordig zoveel open toernooien in de Verenigde Staten zijn, zijn de plaatselijke schaakclubs, die de simultaan zouden moeten organiseren, in verval geraakt.

In 1964 was Fischer voor veel Amerikaanse schakers een god die één keer in hun leven uit de hemel in hun stadje neerdaalde. Wie van hem won werd door zijn vrienden op de schouders de speelzaal uitgedragen. Toch hebben maar weinig spelers hun notatiebiljet bewaard. Ik zou het aardig vinden om bijvoorbeeld de partij te zien die Fischer in New Orleans speelde tegen Jim Garrison, de beroemde speurder naar de moordenaar van Kennedy, maar die is kennelijk verloren gegaan. In totaal heeft Donaldson 151 partijen bijeengebracht, sommige uit andere verzamelwerken, vele uit obscure plaatselijke blaadjes en een aantal nooit eerder gepubliceerde partijen die door Fischers tegenstanders zelf zijn aangeleverd.

Wit Fischer-zwart Osbun, kloksimultaan, 10 borden, Davis, 16 april.

1. e2-e4 e7-e5 2. Pg1-f3 Pb8-c6 3. Lf1-c4 Lf8-c5 4. b2-b4 Fischer speelde heel vaak het Evansgambiet tijdens deze toernee. 4...Lc5xb4 5. c2-c3 Lb4-a5 6. d2-d4 e5xd4 7. 0-0 d7-d6 8. Dd1-b3 Dd8-d7 9. c3xd4 La5-b6 10. Lc4-b5 Ke8-f8 11. d4-d5 Pc6-a5 12. Db3-a4 c7-c6 13. d5xc6 b7xc6 14. Lb5-d3 Pa5-b7 15. Pb1-c3 Pb7-c5 16. Da4-c2 Pg8-e7 17. Lc1-a3 Pe7-g6 18. Tf1-d1 Pg6-f4 19. Ld3-f1 Kf8-g8 20. Pf3-e5 Dd7-c7 21. Pe5-c4 Lc8-e6 22. Pc4xd6 Ta8-d8 23. e4-e5 f7-f6 24. La3xc5 Lb6xc5 25. Pc3-e4 Lc5xd6 26. e5xd6 Dc7-c8 27. Pe4-c5 Le6-d5 28. d6-d7 Dc8-c7 29. g2-g3 Pf4-e6 30. Pc5xe6 Ld5xe6 31. Lf1-c4 Kg8-f7 32. Lc4xe6+ Kf7xe6 33. Td1-e1+ Ke6-f7 34. Dc2-c4+ Kf7-g6 35. Te1-e7 Th8-g8 36. Ta1-e1 h7-h5 37. Dc4-f7+ Kg6-h6 38. Te1-e6 Dat moest nauwkeurig berekend worden. 38...Td8-f8 39. Te6xf6+ g7xf6 40. Df7-h7+ Kh6-g5 41. h2-h4+ Kg5-g4 42. Te7-e4+ Kg4-h3 43. Dh7-f5+ Tg8-g4 44. Te4xg4 h5xg4 45. Df5-d3

DIAGRAM 1

x

Zwart gaf op, één zet voordat er een aardige matstelling op het bord zou komen.

Wit Fischer-zwart R. Burger, San Francisco, 13 april, 50 borden.

1. e2-e4 e7-e5 2. Pg1-f3 Pb8-c6 3. Lf1-c4 Pg8-f6 4. Pf3-g5 d7-d5 5. e4xd5 Pc6-d4 6. c2-c3 b7-b5 7. Lc4-f1 Pf6xd5 8. c3xd4 Dd8xg5 9. Lf1xb5+ Ke8-d8 10. Dd1-f3 Lc8-b7 11. 0-0 e5xd4

DIAGRAM 2

12. Df3xf7?? Pd5-f6 Wit gaf op. Robert Burger is een Amerikaanse 'Master' die later nog eens een boek over Fischer heeft geschreven. Over het algemeen was Fischer in zijn simultaans juist heel oplettend tegen de sterkere spelers, maar hier moet hij even geslapen hebben.

    • Hans Ree