Toch akkoord Treuhand met Elf over olieproject

BONN, 26 MAART. Het Franse Elf Aquitaine, de Duitse Thyssen Handelsgruppe en het Treuhand-instituut in Berlijn hebben gisteren, na maanden van zeer harde onderhandelingen, alsnog een akkoord bereikt over een miljardenproject in de Oostduitse chemiedriehoek Bitterfeld-Halle-Merseburg. Het gaat om de koop van zeshonderd Minol-tankstations en de bouw van een olieraffinaderij in het stadje Leuna.

Met de uitvoering daarvan had volgens een twee jaar geleden getekend contract eigenlijk januari' 94 al moeten worden begonnen. Dat ging niet door omdat Elf niet meer voor 67 procent wilde deelnemen maar nog slechts voor minder dan de helft. Dat leidde tot politieke spanningen tussen Parijs en Bonn. Van Duitse kant was wegens contractbreuk al met een schadeclaim van 1,6 miljard mark gedreigd.

Voor de financiering van dit 4,3 miljard mark kostende project, waarin de koop van de tankstations en de bouw van de olieraffinaderij verplicht aan elkaar gekoppeld zijn, heeft de Treuhand nu als nieuwe partner het Russische staatsconsortium Rosneft voor 24 procent ingeschakeld. Daardoor kan Elf zijn aandeel terugbrengen tot 43 procent. Bovendien heeft de Treuhand Elf ook ontslagen van de contractuele verplichting om in 1997, als de raffinaderij in Leuna klaar moet zijn, nog 33 procent over te nemen van Thyssen, de bouwer van de raffinaderij. In plaats daarvan neemt het Treuhandbedrijf Buna NV (de belastingbetaler dus) straks dat Thyssen-belang over, tot daarvoor een andere financier gevonden is, dan wel tot er voor Buna een koper komt die deze verplichting wil overnemen. Als het een of het ander niet lukt krijgt Elf maar 400 van de 600 lucratieve Minolstations.

Deze nieuwe deal houdt in dat de Treuhand als privatiseringsinstituut, via de Buna NV, voor het eerst in haar bestaan een vroeger DDR-staatsbedrijf voor een deel 'terugkoopt'. Al meteen gisteren werd dat, gezien de economische malaise in Oost-Duitsland waar vele door de Treuhand geprivatiseerde vroegere DDR-staatsbedrijven moeite hebben om het hoofd boven water te houden, her en der getypeerd als een gevaarlijk precedent.

Dat de Treuhand en dus ook de regering in Bonn alsnog gezwicht zijn voor de eis van Elf om een al getekend contract open te breken, valt mede te verklaren uit de al enkele weken merkbare politieke irritaties tussen Frankrijk en Duitsland, die beide landen niet op de spits willen drijven. Bovendien had het Leuna-project een extra politieke gevoeligheid omdat zowel kanselier Kohl als president Mitterrand er enigszins aan gecommitteerd zijn. Mitterrand omdat hij eind '91 persoonlijk bij Kohl intervenieerde om Elf voorkeur te laten krijgen boven het Britse BP als participant. En de kanselier omdat hij, vlak voor het contract in 1992 werd getekend, Oostduitse werknemers in de zeer noodlijdende chemiedriehoek (dat ooit tot de industriële voorhoede van de DDR behoorde) beloofde dat hij alles op alles zou laten zetten om er zoveel mogelijk werkgelegenheid te houden of te scheppen.

    • J.M. Bik