Studenten Seoul debatteren over rijst, niet over oorlog

SEOUL, 26 MAART. De kolossale spandoeken aan de gevels van de Nationale Universiteit, schitterend gelegen in het gebergte ten zuiden van de hoofdstad Seoul, laten aan duidelijkheid niets te wensen over. 'Bescherm onze boeren', 'Stop de invoer', 'Geen parlementaire goedkeuring van het GATT-akkoord'.

In Zuid-Korea zijn de studenten een politieke macht van betekenis. Het grote politieke debat op de campus van de meest activistische en meest vooraanstaande universiteit van Korea gaat, ondanks de nucleaire dreiging uit het noorden, over rijst. Opgeroepen wordt tot massabijeenkomsten en massademonstraties tegen de regering. Geen woord over Noord-Korea.

Op de trappen van de universiteitsbibliotheek legt Roh Kyun Ju, die voedingsleer studeert, uit waarom. Oorlog? Voor Noord-Korea is zij helemaal niet bang. Al dat gedoe over oorlog is maar Amerikaanse propaganda. Ze is ervan overtuigd dat de hereniging snel komt. Als de regering maar eerlijk is. Maar dat is ze niet. Geen wonder dat Noord-Korea vorige week kwaad wegliep uit de onderhandelingen met Zuid-Korea. Fel: “De regering maakt de publieke opinie blind.”

In de kantine van de campus, met een weids uitzicht op de besneeuwde bergen, is het om halftwaalf al een drukte van belang. Park Hee Myong komt ongenood aan onze tafel zitten. Of zijn vriendin Seok You Sun ook welkom is. Zij studeert cello en is erg verlegen. Hij doet muziektheorie en voert het woord. Niet elke dag komt er bezoek uit het Westen. Hij wil wel kwijt dat hij heel bang is. “Ik wil helemaal geen oorlog. We zijn één land. Dat maakt me zo droef.” Hij praat er veel over met zijn vriendin. De Noordkoreanen begrijpen de wereld niet. En zij begrijpen hen soms ook niet. “Wie zegt er nu dat Seoul in vlammen zal opgaan, dat zeg je na de Koude Oorlog toch niet meer. Dat is zo stom.”

Terug aan de linkeroever van de Han-gang, de rivier die Seoul majestueus doorsnijdt, is het in een van de grote, ondergrondse winkelcentra als elke doordeweekse dag stampvol. Voetje voor voetje wurmt het koopgrage publiek zich door de smalle winkelstraten. In de horlogerie van Yun Jag Kap staan twee bejaarde dames druk met elkaar te converseren. Nee, over Noord-Korea willen zij niet praten. “Dat willen ouderen niet, de meesten hebben er familie wonen”, legt de horlogemaker even later uit. Hij heeft in het Noorden geen verwanten. Gebogen over een microscoop vertelt hij kalm dat hij niet bang is. Zeker, Noord-Korea heeft atoomwapens, weet hij, maar die zal het niet gebruiken tegen Zuid-Korea. “Wij zijn één land, één volk”, zegt hij.

Pag.4: Wapens gericht op Japan

“Die wapens zijn gericht tegen Japan.” Op de televisie in de winkel houdt de Zuidkoreaanse president, Kim Young Sam, op staatsbezoek in Tokio, juist zijn toespraak tot het Japanse parlement. Tegen Japan? Dat hoor je Zuidkoreanen vaak zeggen. Amerika zou ook alleen maar indirect zijn geïnteresseerd in het Noordkoreaanse probleem. Zolang het Noordkoreaanse nucleaire probleem niet uit de wereld is, zou Japan wel eens kunnen besluiten kernwapens te maken - in weerwil van herhaalde verzekeringen van Tokio van het tegendeel. Alleen daarom willen de VS in Zuid-Korea blijven. Sommigen, niet alleen de protesterende studenten, zien Amerika om die reden liever vertrekken uit Zuid-Korea. “Laten de Amerikanen opdonderen, we hebben hen niet nodig voor de hereniging”, zegt de jonge passant Lee Q-Sang op straat. “We hebben niemand nodig, ook China niet, we kunnen het zelf wel af.”

Een buitenlandse diplomaat, die zijn naam niet in de krant wil hebben, meent dat de Verenigde Staten absoluut niet bang voor zijn voor een nucleair Japan, hoewel hij toegeeft dat Japan redenen heeft om bezorgd te zijn. Meer redenen dan het nabije China. “Historische redenen”, zegt hij. In dat verband noemt hij het Russische voorstel om de oude grote mogendheden het Noordkoreaanse probleem uit de wereld te laten helpen nogal ongelukkig geadresseerd. Nota bene aan de Japanse minister van buitenlandse zaken, toen die kortgeleden in Moskou op bezoek was. “Stel je dat eens voor vanuit de Koreaanse perceptie.” Bovendien was het een slecht voorstel, wil hij ook nog wel kwijt.

Niet enkel over de eventuele Japanse keuze voor kernwapens, ook over de rol van Japan straks bij eventuele sancties door de Veiligheidsraad lopen de meningen in Seoul uiteen. Op het ministerie van buitenlandse zaken weet men heel zeker dat Japan zal worden gevraagd een handelsblokkade van Noord-Korea logistiek te ondersteunen. Volgens de buitenlandse diplomaat zal Tokio alleen de geldstroom van de pro-Noordkoreaanse gemeenschap in Japan moeten stoppen, naast natuurlijk algemene instemming met de sancties. Daar zal het bij blijven. “Bij een internationale blokkade zal het Japanse leger niet worden ingeschakeld”, meent hij.

Hij is nu vier jaar in Seoul gedetacheerd en heeft sinds het einde van de Koude Oorlog een radicale verandering van de stemming in Zuid-Korea opgemerkt. Voorheen hadden de Zuidkoreanen van de hereniging een romantisch beeld. Alleen emoties speelden een rol, à la Beethovens 'Alle Menschen werden Brüder'. Dat is voorbij. De Duitse eenwording schudde Zuid-Korea wakker. Voornaamste reactie: 'Godallemachtig, dat gaat ons straks een geld kosten!'

Intussen gist menigeen in het welvarende Seoul naar wat er zich precies afspeelt in het benarde, armlastige, maar aggressieve Noorden. Niemand die het weet. Niemand die ook weet hoe groot de Chinese invloed op Noord-Korea nog is, behalve dan dat men weet dat China nog de meeste invloed heeft. Niemand die weet wat Peking en Pyongyang onderling bespreken. En óf er nog wel wordt gesproken. Sommigen menen dat China via zijn militaire attaché, die ruim bestafd kantoor houdt in de Noordkoreaanse hoofdstad, goed moet zijn ingelicht. Anderen zeggen dat de voornaamste informatiebron de 1,8 miljoen Koreanen zijn die in het noordoosten van China wonen, van wie er jaarlijks honderdduizenden op familiebezoek gaan in Noord-Korea. Maar de meesten weten vrijwel niets.

De afgelopen dagen wist men in Seoul zelfs niet of Kim Il Sung (81) nog wel de onbetwiste leider was van Noord-Korea. De Zuidkoreaanse minister van defensie meldde in het parlement dat in Panmunjom, het beruchte grensplaatsje in de gedemilitariseerde zone, uit de Noordkoreaanse luidsprekers een stem luidkeels Kim Yong Il (52) aanprees als 'De Grote Leider', een titel die tot nu toe was voorbehouden aan zijn vader. Was die afgetreden en was zijn zoon hem opgevolgd? Had Noord-Korea een nieuwe president en wist men dat niet 50 kilometer zuidelijker in Seoul?

Park Sung Soo, topambtenaar op het ministerie van informatie in Seoul, weet het antwoord. De afgelopen vijf dagen is de zoon via de luidsprekers dertig keer zo geprezen, via de radio nog eens twintig keer. Beide media zijn in handen van het Noordkoreaanse leger. Het leger staat onder opperbevel van de zoon. Die zal omstreeks 15 april, de dag waarop de vader 82 wordt, worden aangewezen als diens opvolger door de Opperste Volksvergadering die dan bijeen is. Park: “Daarop vooruitlopend heeft de zoon het leger opdracht gegeven de nieuwe president alvast te prijzen.”

    • Paul Friese