'Spelers van Ajax bewaren meer afstand, Feyenoorders zijn amicaler'

Hij behoort niet tot de achttien voetballers die én bij Ajax én bij Feyenoord hebben gespeeld. Toch kent GEERT MEIJER beide clubs door en door. Hij speelde bij Ajax en is nu trainer van Feyenoord. Mét Willem van Hanegem als beroemde collega.

Vroeger reed Geert Meijer op zondag na zijn eigen wedstrijd met de jeugd van DWS snel op de fiets van de Jan van Galenstraat naar de Watergraafsmeer om Ajax te zien voetballen. “Daar deed ik zeker een half uur over.” Hij bezocht ook de Europa-Cupduels in het Olympisch Stadion en ging in 1971 als supporter mee naar Wembley waar Ajax de finale van Panathinaikos won. Later stond hij zelf bijna vier jaar onder contract bij de Amsterdammers.

Meijer noemt Ajax “een fantastische club”. Ajax straalt allure uit. “Alles is op en top gesoigneerd.” Hij merkte dat in zijn beginperiode alleen al aan het eten dat hij kreeg voorgezet. De Ajax-selectie trainde toen regelmatig in de duinen bij Zandvoort en gebruikte dan in hotel Bouwes de maaltijd. “Dan kon je kiezen tussen biefstuk of zeetong en kregen we ook nog soep en fruit. Ik wist niet wat ik meemaakte.”

“Bij Ajax moet je altijd scherp zijn”, weet Meijer. “Elke training doet daar pijn.” Dat is bij Feyenoord anders. Daar wordt ook hard getraind, maar “op een andere manier. Hier moeten spelers dingen zelf leren ontdekken.” Bij Ajax staat er volgens Meijer meer druk op de ketel, het móeten winnen. “Dat hoort bij die club en bij de Amsterdammer. De bluf. Als je bij Ajax speelt ben je een kanjer. Na Ajax is er niets meer.” Het is aan de houding van de spelers te zien, stelt Meijer. “Bij Ajax bewaren de voetballers meer afstand tot het publiek. Bij Feyenoord zijn ze amicaler.”

Hij lijkt zo op het eerste gezicht meer geschikt voor een club als Feyenoord dan voor Ajax. Meijer voorzichtig: “Ach, dat weet ik niet...”

Ondanks zijn Ajax-verleden heeft Meijer geen nostalgische gevoelens wanneer, zoals morgenavond, hij met Feyenoord tegen de Amsterdamse club speelt. “Nee, dan had ik er misschien vanaf de jeugd moeten voetballen. Waarschijnlijk zou ik dan nu ook niet bij Feyenoord hebben gezeten.” Hij kreeg ooit via-via de vraag of hij interesse had bij Ajax te komen trainen. Hij zou terugbellen, maar deed dat niet. Hij heeft er eigenlijk geen verklaring voor. “Ik woonde net in Strijen. Misschien was het anders geweest als ik in Vinkeveen of zo had gewoond.”

Meijer groeide op in de hoofdstad, maar is geen echte Amsterdammer. Hij werd geboren in het Groningse Sellingen. Toen hij zes jaar was verhuisde het gezin naar Amsterdam-Slotervaart. Hij kwam in Strijen in de Hoekse Waard terecht door zijn transfer naar Sparta. “We zaten eerst in een hotel en hebben gewoon de krant gepakt om een huis te zoeken.” Feyenoord benaderde hem vier jaar geleden, blijkbaar geattendeerd door zijn successen met amateurclubs uit de buurt. Die kans greep hij wel met beide handen aan. “Ik heb niet eens gekeken wat ik kon verdienen.”

Bij Feyenoord trof hij lang niet zo'n organisatie aan als destijds bij Ajax. Hij omschrijft de situatie als “rommelig”. Er is inmiddels al veel verbeterd, maar het moet nog veel beter. Zonder schroom stelt Meijer dat Ajax daarbij als voorbeeld geldt. “We moeten van elkaar leren.” Hij heeft zelf met ingang van volgend seizoen een belangrijke functie gekregen in het opzetten van een perfecte organisatie. Zijn taakomschrijving lijkt op die van een technisch directeur. Meijer lacht. “Ik heet hier straks trainer-coördinator.” Het maakt hem niets uit hoe hij wordt genoemd.

Meijer is wars van uiterlijk vertoon. Daarom heeft hij er ook geen moeite mee om in de ogen van de buitenwacht in de schaduw van Van Hanegem te leven. “Je weet dat als je met Van Hanegem en Jansen werkt men liever met hun praat. Dat geeft toch niet?” Hij wordt als kleurloos afgeschilderd. En als de assistent van Van Hanegem. Ook dat kan hem niets schelen.

Toch merkt Meijer op dat de mensen geen besef hebben wat hij allemaal voor Feyenoord doet. Gelukkig, stelt hij, krijgt hij binnen de vereniging zelf wel de waardering. Dat blijkt uit de functie die hem is aangeboden. “Ik probeer Willem aan te vullen en hoop dat ze tevreden over me zijn.” Van Hanegem en Meijer kunnen goed met elkaar overweg. Soms is één blik van verstandhouding genoeg. Zoals afgelopen seizoen na het eindsignaal in de kampioenswedstrijd in Groningen. “We keken elkaar aan en hadden zoiets van: hé, we hebben het geflikt. Dat duurde maar een seconde. Toen was het over. Ik weet niet hoe het bij Willem is, maar voor mij was dat een emotioneel moment.”

Voordat hij met Van Hanegem ging samenwerken had Meijer tegen hem gevoetbald. Eén keer had hij hem de hand geschud, op een avond met een optreden van Vanessa. Hij las destijds op teletext dat Van Hanegem naast hem was aangesteld als trainer. 's Avonds belde voorzitter Van den Herik. Meijer werkte toen al twee jaar bij Feyenoord, had het tweede elftal en de jeugd onder zijn hoede gehad en had Dorjee en Wim Jansen geassisteerd. Ook hij kende de verhalen over Van Hanegem. “Maar ik heb nooit vooroordelen. Ik stel me altijd blanco op, wil het zelf ondervinden.”

Hij noemt Van Hanegem een liefhebber van voetbal. Net zoals hij zelf. Ze hebben nooit grote meningsverschillen over de opstelling of te volgen taktiek. “En als er tussen twee spelers moet worden gekozen, laat ik Willem de beslissing nemen.” Meijer doet de wedstrijdbespreking. Want hij bekijkt meestal de tegenstanders. Dat doet Van Hanegem niet. Het staat wel in zijn taakomschrijving voor volgend seizoen. “Misschien blijf ik het wel doen, of in ieder geval alleen voor de belangrijke wedstrijden”, aldus Meijer.

Ze hebben beiden twee jonge zonen thuis. Die zijn dan ook vaak onderwerp van gesprek in de trainerskamer. Toch zijn ze nog niet bij elkaar over de vloer geweest. “Daar zou ik ook geen tijd voor hebben”, stelt Meijer. “Wij hebben als trainers geen sociaal leven. Dag en nacht ben je met de club bezig. Ik heb ook geen vrienden. Kennissen, ja. Mijn buurman gaat drie keer per jaar op vakantie. Ik heb één keer drie weken vrij. De kinderen vragen wanneer wij nou eens naar Euro Disney gaan. Dat kan dus niet.”

Vorige week was Meijer jarig, werd hij 43. “Ik had geen tijd om mensen op bezoek te vragen. Mijn ouders zijn overdag geweest, maar toen belden ze van het stadion of ik naar een bespreking wilde komen. Heb ik die mensen maar een half uurtje gezien.”

Meijer zegt laatst een interview met de werkloze Ab Fafié te hebben gelezen. “Die man heeft zich vier jaar de pestpokken gewerkt bij Feyenoord. Trainde naast het eerste elftal ook nog de D-, E- en F-jeugd. Die werd van de ene op de andere dag op een zijspoor gezet. Ik lees dat en vergeet het nooit meer.” Zoiets kan hem ook gebeuren, beseft hij. Voor Meijer is dat echter geen reden om een andere baan te zoeken. “Ik relativeer wel alles. Ik heb geen oogkleppen voor. Ik weet dat ik zo op mijn bek kan vallen.” En wat dan? “Als ze me hier niet meer willen hebben, ga ik toch terug naar de amateurs?”

Zijn leven heeft altijd in het teken gestaan van voetbal. Via DWS kwam hij bij fusieclub FC Amsterdam terecht. Daar kreeg hij een contract en maakte later deel uit van de legendarische 'Lieverdjes' van voorzitter Dingeman Stoop die opmerkelijke successen boekten , maar meestal in een akelig leeg Olympisch Stadion speelden. Meijer omschrijft het elftal van toen als “een heel goede mix, met drie onervaren wilde honden (Van der Lem-Nico Jansen-Meijer, red.) in de voorhoede.”

Jong en oud leefden bij FC Amsterdam vrolijk naast elkaar. “Het kwam voor dat we voor een uitwedstrijd met de bus bij een stadion aankwamen en spelers als Jongbloed en Flinkevleugel nog aan het kaarten waren en gewoon bleven zitten totdat het spelletje af was. Dan kwamen zij pas de kleedkamer binnen als wij als jongeren al klaar waren voor de warming-up.”

In het seizoen 1974-'75 bereikte FC Amsterdam de kwartfinale van het UEFA-Cuptoernooi, onder meer door het vermaarde Inter uit te schakelen, 1-2 in Milaan en 0-0 in Amsterdam. “De dag voor de wedstrijd in Milaan zagen we ergens een boot liggen en zijn we met z'n zessen van tien tot vier uur het Comomeer opgeweest. Niemand wist waar we waren. Er is grote paniek geweest. We kregen ook flink op onze sodemieter van Stoop en trainer Van de Meent. Maar we versloegen wel Inter.”

Het seizoen daarop speelde Meijer bij Ajax. Ex-speler Sjaak Swart bekeek hem een aantal wedstrijden en belde de linksbuiten voor Ajax-FC Amsterdam op om te vertellen dat die wedstrijd de doorslag zou geven. Meijer scoorde na een 2-0 achterstand twee keer, gaf nog een beslissende pass en Amsterdam won de derby verrassend met 4-2. “Ik kon zo tekenen”, weet Meijer nog.

Hij had nooit lang een vaste plaats bij Ajax. Meijer keerde in '77 zelfs nog voor een half jaar terug naar FC Amsterdam dat in degradatiegevaar verkeerde. Uitgerekend tegen Amsterdam werd Ajax toen kampioen. Zodoende ontstond de vreemde situatie dat Meijer als uitgeleende Ajacied toch de winstpremie kreeg. “Wij zaten toen in het Olympisch Stadion in kleedkamer 52, zij in 53. Ik ben nog even naar ze toegegaan, maar ze waren aan het feesten en zagen me niet staan. Ik hoorde er niet bij.” Een week later won FC Amsterdam met 8-3 van VVV en bleef behouden voor de eredivisie.

Meijer ging na Ajax naar het Engelse Bristol City en speelde ook nog voor Sparta, DS'79 en NAC. Bij Sparta speelde hij samen met Ajax-trainer Louis van Gaal en weer met diens assistent Gerard van der Lem. “Die heb ik samen met Joop Brand overgehaald om bij ons te komen spelen.” Hij heeft geen speciale band met Van der Lem. “Nico Jansen en Gerard hadden wel iets met elkaar. Dat waren ook echte Amsterdammers, uit de Jordaan. Ik woonde aan de buitenkant. Van der Lem en ik hebben elkaar bij FC Amsterdam wel geld laten verdienen. In de tijd dat we allebei als linkerspits werden gebruikt deed de één in de slotfase of hij pijn had zodat de ander er nog even in kon en de volle premie kon opstrijken.” Hij komt ex-ploeggenoten Van Gaal en Van der Lem morgen weer tegen in De Kuip. “Het zijn leuke gasten.”

Meijer omschrijft zichzelf als speler als “behoorlijk snel en een goed linkerbeen. De man van de beslissende pass”. “Ja, ik denk dat linkse spelers inventiever zijn, Van Hanegem, Keizer.” Al als jeugdspeler en supporter van Ajax dacht de Feyenoord-trainer diep na over voetbal. Waarom neemt Keizer die vrije trap met buitenkant voet? Waarom passt Cruijff die bal zo? Op straat oefende hij tot vervelens toe de schaarbeweging van Keizer.

Later noteerde hij de oefenstof van zijn trainers Zwartkruis, Ivic, Michels en Hughes in boeken. Hij kijkt er nu nog weleens naar. “Ik vroeg me altijd af waarom een trainer een bepaalde beslissing nam. Waarom hij die ene speler wel en die andere niet opstelde.” Meijer mist af en toe betrokkenheid bij spelers. Dat stoort hem. “Soms zie ik bij ons een vrije trap worden genomen waarvan ik denk hoe is het in vredesnaam mogelijk. Dan wordt de bal in de muur gepeerd, terwijl we net de hele week ermee bezig zijn geweest.”

Toch is Meijer over het algemeen niet ontevreden over de verrichtingen van Feyenoord in dit seizoen. “Vorig jaar werden we kampioen, nu staan we in de bekerfinale. Wat wil je? Het is nog niet zo lang geleden dat jeugdspelers hier niet met een Feyenoord-tas in de tram durfden te stappen. Zo slecht ging het met de club. We zijn van heel ver gekomen.” Natuurlijk is Meijer ook niet blij met de lange serie gelijke spelen en het verlies tegen Willem II. “Veel spelers zijn gefocust op de vraag: ga ik mee naar het WK? Daarom zijn ze niet scherp voor elke partij.”

Hij schreef voor de start van de tweede helft van de competitie op het bord het aantal punten dat Feyenoord behaalde in de eerste wedstrijden tegen de acht komende tegenstanders tot en met Ajax. Vijftien. Om aan te geven hoe goed het eigenlijk was gegaan. Tegen dezelfde tegenstanders, exclusief Ajax, behaalde Feyenoord nu nog maar zeven punten. Meijer achteraf: “Misschien is dat psychologisch niet zo slim van me geweest.”

    • Hans Klippus