Proces tegen topman Van den Nieuwenhuyzen drukt aandeel verder omlaag; Begemann berust in lage koers

AMSTERDAM, 26 MAART. Jaren geleden liet bestuursvoorzitter J. van den Nieuwenhuyzen van het industriële concern Begemann zich ontvallen dat elke koers van het aandeel in zijn bedrijf onder de 200 gulden 'belachelijk' was. Afgelopen week erkende Van den Nieuwenhuyzen tijdens een entr'act in de rechtszaal dat een koers van 185 gulden definitief tot het verleden behoort. Om precies te zijn tot het jaar 1990, toen het aandeel Begemann op 26 juli een hoogste koers aller tijden noteerde op 190 gulden.

Door de twijfels van beleggers over de bestendigheid van het gediversificeerde en financieel wankele conglomeraat is de koers sindsdien langzaam afgegleden tot een dieptepunt van 27,10 gulden in juni 1993. De algemene hausse op de beurs die vorig jaar zomer inzette trok ook het aandeel Begemann de laatste maanden weer wat omhoog tot een niveau boven de vijftig gulden.

Deze week leek Van den Nieuwenhuyzen zich echter voorgoed neer te leggen bij een koers die fors lager ligt dan hij ooit had gehoopt. Het strafproces deze week tegen onder meer Van den Nieuwenhuyzen over vermoedelijk misbruik van voorwetenschap in 1991 bij de mislukte redding van het automatiseringsconcern HCS, heeft hem een enorme schade bezorgd. De erkende 'koersorkestratie', de gevangenisstraf van een half jaar die tegen hem is geëist, zijn mogelijke valsheid in geschrifte en een omstreden aandelenverkoop bij de overname van RDM hebben de beleggers (vooral de Britse) op de vlucht gejaagd. Daardoor daalde de koers van Begemann de afgelopen dagen opnieuw, van 52,70 gulden vorige week vrijdag tot een slotkoers van 47,40 gulden gisteren na even op 45,50 gulden te hebben gestaan.

De treurzang van Van den Nieuwenhuyzen en zijn concern vormde geen dissonant op de Amsterdamse effectenbeurs, die tamelijk treurig was gestemd door de onzekerheid van de beleggers over de rente-ontwikkelingen. De renteverlagingen van de afgelopen maanden zijn verantwoordelijk geweest voor de spectaculaire koersstijgingen sinds vorig jaar zomer. De lage rente maakte de rentedragende investeringen minder aantrekkelijk, waardoor miljarden naar de aandelenmarkten vloeiden. Het goedkope geld maakt het bedrijven makkelijker om te investeren en consumenten om de produkten te kopen.

Beleggers vrezen nu een omslag. De centrale bank in de Verenigde Staten, de Fed, stond dinsdag toe dat een rentetarief met 0,25 procentpunt steeg tot 3,5 procent. In eerste instantie reageerden de financiële markten tamelijk opgelucht, omdat een grotere rentestijging was gevreesd. Ondanks opmerkingen van president Duisenberg van De Nederlandsche Bank dat de rentehobbel tijdelijk is, groeide in de loop van de week de vrees dat verdere renteverlagingen in Europa voorlopig niet meer zijn te verwachten nu de tijd van het 'gratis geld' in de VS al voorbij is. De Amsterdamse EOE-index (AEX), die begin februari een all time high op 440,69 punten bereikte, sloot gisteren de week op 406,83 punten, terwijl volgens handelaren de grens van 400 punten spoedig genomen kan worden.

Het enige fonds dat zich van de malaise niets aantrok was het chemieconcern DSM, dat lange tijd uit de gratie was door zijn sterke afhankelijkheid van de conjunctuurgevoelige bulkchemie. Vorig jaar stond DSM op een dieptepunt van 66,40 gulden, maar het sloot gisteren op 129 gulden door gunstige berichten over de Duitse bulkchemie.

Daarmee staat de koers eindelijk weer eens royaal boven de uitgiftekoers van 108 gulden, die werd vastgesteld bij de beursgang in 1989. In de maanden erna steeg het fonds naar 138 gulden, waarna het afglijden begon. Voor de Nederlandse staat, die 31,3 procent van de aandelen bezit, wordt het misschien eens tijd de voorgenomen verkoop van haar pakket te realiseren. De 1,4 miljard gulden die de ruim 11 miljoen aandelen nu waard zijn kan de overheid wel gebruiken voor de honderden miljoenen guldens steun aan KLM en Hoogovens, de twee grootste verliezers afgelopen week.

    • Karel Berkhout