Procedure Betuwelijn opnieuw vertraagd

ROTTERDAM, 26 MAART. De procedure voor de aanleg van de Betuwelijn heeft opnieuw vetraging opgelopen. Dit blijkt uit antwoorden van minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) op schriftelijke vragen uit de Eerste Kamer. De senaat debatteert dinsdag over de goederenspoorlijn van de Maasvlakte naar Duitsland.

In het kabinetsstuk over de Betuwelijn dat vorig jaar aan de Tweede Kamer werd aangeboden werd er nog van uitgegaan dat het ontwerp-tracébesluit, waarin het tracé op twee meter nauwkeurig wordt uitgewerkt, in januari zou worden vastgesteld. Op een congres liet de projectleider Betuwelijn van het ministerie van verkeer en waterstaat, H. Boom, zijn gehoor tussen neus en lippen door weten dat het ontwerp-tracébesluit in april zou worden genomen. Nu schrijft de minister in antwoord op een vraag van het Eerste-Kamerlid Pitstra (GroenLinks) dat het ontwerp-tracébesluit te verwachten valt in de tweede helft van mei.

Dit betekent dat ook het tracébesluit, waarin de precieze ligging van de spoorlijn met alle viaducten en bruggen uiteindelijk wordt vastgelegd, ook weer een maand opschuift. Dit besluit komt dan op de agenda voor oktober. Maar dan zit er naar alle waarschijnlijkheid een nieuwe kabinet, en het het staat geenszins vast dat dit de huidige plannen voor de uitvoering van de goederenspoorlijn zal doorzetten. Immers, zowel D66 als de VVD als GroenLinks hebben in de Tweede Kamer tegen de kabinetsplannen gestemd.

Ook de werving van private financiers is uitgesteld. In de beantwoording van vragen uit de Tweede Kamer, vorig jaar november, liet Maij-Weggen nog weten de openbare aanbesteding dit voorjaar te starten. Nu stelt ze in antwoord op een vraag van GroenLinks in de Eerste Kamer dat deze procedure pas in het najaar zal worden geopend. Overigens wordt noch bij het ontwerp-tracébesluit, noch bij de aanbesteding expliciet vermeld dat sprake is van uitstel. Evenmin geeft de minister hiervoor een reden.

De Eerste Kamer diende meer dan honderd schriftelijke vragen in. Ondanks de enorme stroom nota's en rapporten zijn er kennelijk nog veel onduidelijkheden rond de Betuwelijn. Dat bleek ook wel uit de beantwoording ervan. Hoewel het ministerie de antwoorden binnen enkele dagen wist te produceren, zijn die niet overal even duidelijk. Zo wilden de meeste fracties nadere inlichtingen over de procedure rond de Noordtak van de Betuwelijn, die via Oldenzaal naar Duitsland gaat. Het Eerste-Kamerlid Baarda (CDA) kreeg als daarop als antwoord dat “de studie naar de doortrekking van de Betuweroute in noordelijke richting nog moet worden gestart”. De PvdA-, en VVD- kregen als antwoord dat “de werkzaamheden met betrekking tot de partiële herziening van het Tweede Structuurschema Verkeer en Vervoer in verband met de noordelijke aftakking reeds zijn gestart”. De minister liet deze fracties bovendien weten dat een kabinetsbesluit daarover reeds komende maand is te verwachten. De directie Gelderland van Rijkswaterstaat heeft overigens al een verkenning opgesteld, waarin verscheidene tracé-alternatieven naast elkaar worden gezet.

De senatoren waren dan ook niet erg tevreden over de beantwoording en dienden opnieuw enkele tientallen schriftelijke vragen in, hier en daar duidelijk kribbig geformuleerd. Zo had Maij-Weggen, gevraagd naar de kosten van de Noordtak, in eerste instantie geantwoord dat zij het noemen van bedragen “op dit moment niet opportuun” achtte. “De leden merkten op dat de beslissing of beantwoording van een vraag opportuun is, aan de vragenstellende leden is en niet aan de minister”, wees de VVD-fractie Maij-Weggen terecht. Zij kon niet anders dan inbinden en erkende dat het woord 'opportuun' niet op zijn plaats was. Vervolgens gaf ze een schatting van 3 tot 5 miljard gulden voor aanleg van de Noordtak, bedragen die zij overigens ook reeds in de beantwoording van vragen uit de Tweede Kamer had genoemd.

In eerste instantie had Maij-Weggen geweigerd een rapport van het bureau OTB van de TU Delft over de capaciteit van het spoorwegnet aan de Eerste Kamer beschikbaar te stellen, met het argument dat het nog niet officieel was vastgesteld. Ook dat pikten de senatoren niet. “Het circuleert op het departement van V&W en is dus wel degelijk 'beschikbaar'. Wat hiervan verder ook zij, de leden wensten inzage van de thans voorhanden tekst van het rapport of een concept daarvan, hoe ook genaamd, waarbij deze leden voor zoveel nodig wezen op artikel 68 van de Grondwet”, repliceerde de VVD-fractie. Ook D66 en GroenLinks eisten het rapport, dat de minister uiteindelijk toch maar in concept aan de senaat toezond.

De Eerste Kamer toonde zich in dit opzicht wat assertiever dan de Tweede Kamer eerder. Deze laatste had bijvoorbeeld een concept-rapport van het adviesbureau Knight Wendling over de potentiële vervoersstromen over de Betuwelijn tot 2030 nimmer opgeëist. Het concept was reeds in september vorig jaar aan ambtenaren van Verkeer en Waterstaat bekend. Het definitieve rapport werd officieel bij het departement bezorgd terwijl de minister eind december in de Tweede Kamer zat om de eindstemming over de Betuwelijn bij te wonen. De Kamer kreeg het in januari.

Knight Wendling houdt het in het meest optimistische scenario voor mogelijk dat er in 2030 95 miljoen ton goederen per jaar over de Betuwelijn wordt vervoerd, zes keer zoveel als NS Cargo nu over alle spoorlijnen bij elkaar vervoert. “Dit betekent dat het rendement van de Betuwelijn beter is dan verwacht. Daarom kunnen particuliere beleggers en banken een groter deel van de investering betalen”, aldus Maij-Weggen in januari in het Algemeen Dagblad. Maar in antwoord op een vraag van de Eerste-Kamerfractie van GroenLinks antwoordt ze nu: “Mijn verwachting is dat de goede lezer van bedoeld rapport geen verbinding zal leggen tussen dat cijfer en de te verwachten werkelijkheid.” Wat de minister dan wel verwacht blijft onduidelijk.

    • Dick van Eijk