Overlast der omwonenden

Meegesleept in de verdraagzaamheidsdiscussie over de asielzoekers, hebben we ons minder kunnen bezighouden met een gebeurtenis waardoor in de tijd van de Koude Oorlog de gemoederen meer in beroering waren geraakt.

Op 23 maart is het beeld Oude Grond van Herman Makkink door een 'knabbelaar' tot puin verwerkt. De sculptuur had 'de omwonenden overlast bezorgd'; ze hebben geprocedeerd, de Raad van State heeft zich erover uitgesproken en die heeft de 'knabbelaar' vergunning gegeven om datgene te doen wat in andere delen van de wereld aan de kanonnen wordt overgelaten: puin veroorzaken. 'Knabbelaar' is de koosnaam voor dit sloopgereedschap.

Ik vond Oude Grond een mooi beeldhouwwerk. Het was een soort liggende schoorsteen, met een ingewikkeld gemetseld oppervlak waarin de kunstenaar iets had duidelijk gemaakt dat kunstenaars zelden lukt: datgene wat voorbij is, ingehaald, zich nog handhavend in zijn onregelmatige, doelloze resten. Oude Grond was een geconcentreerde ruïne, zorgvuldig, baksteen na baksteen zichtbaar gemaakt. Het vraagt een meer dan gebruikelijk talent om zoiets eerst in je eigen verbeeldingskracht te zien en daarna voor anderen tot stand te brengen. Het deed me in de verte denken aan het baksteenreliëf van Henry Moore op de muur van het Rotterdamse Bouwcentrum - maar anders. Geen plagiaat! Makkink hoort niet tot de nadoeners, noch tot de moderne vondstenaars die, na hun natte vinger te hebben geraadpleegd, het een en ander bijelkaar gooien. Met Oude Grond had hij iets gemaakt dat om te beginnen mijn instemming wekte. (Niet de gedoog-instemming van de 'tolerantie' maar de bijval, uitgedrukt in de woorden: ja, dat is in orde).

Dit kunstwerk benam het uitzicht van de omwonenden. Waarop? Dat weet ik niet. In ieder geval was de overlast (erger dan de last) zo verschrikkelijk dat ze 'naar de rechter liepen'. Het is me wat. Geen pretje, niet voor de gekwelde omwonenden, noch voor de rechter. Ik veronderstel dat die heeft geprobeerd zijn handen in onschuld te wassen - wat nog de wijste partij was - en zo is de misère terecht gekomen bij de Raad van State die duidelijkheid met rechtvaardigheid moest verenigen: 'De knabbelaar erop!' Misschien, als ik lid van de Raad was geweest, had ik de overlastlijders vervangende woonruimte aangeboden, maar dat is gemakkelijk praten. De verzorgingsstaat zucht al onder de zwaarste druk.

Over de verwoesting aan het Amsterdamse Spinozahof is niet veel rumoer ontstaan. Het is wel anders geweest. Ouborgs Vader en zoon, dat een prijs kreeg (en volgens mij ook een onzinnig krabbeltje was), heeft bijna een burgeroorlog veroorzaakt, maar de prijs bleef gehandhaafd en ik vind dat het zo hoorde, en hoort. Jan Hanloo's gedicht Oote Boe: onbeschrijfelijke volkswoede. Bij de aanblik van Karel Appels wandschildering in een Amsterdamse gemeentekantine konden de ambtenaren geen hap of slok meer door de keel krijgen. De gemeente koos voor de spijsvertering van de bureaucratie en voor de voorstelling werd een houten wandje getimmerd.

Op de televisie zag ik een van de omwonenden wier leven door Oude Grond bedorven dreigde te worden: een niet meer zo jonge, vriendelijke dame, knus interieur, met het raam nog op het uitzicht van de overlast. De knabbelaar was al aan het werk. “Ik mag toch wel even een fotootje maken?” vroeg ze de halfgodin van de televisie die meteen toestemming gaf. Zo werd de executie van Herman Makkink vastgelegd.

Kunst en overheid: een onoplosbaar vraagstuk. In deze fundamenteel-democratische tijd had de gemeente misschien eerst met een assortiment van sculpturen in schaalmodel naar de bewoners van het Spinozahof, of welk hof of plein dan ook moeten gaan: een steen met een gat, een staatsman op een paard, een lief konijntje, wat aanelkaar gelast oud roest, een half begraven auto, een borstbeeld van Hennie Huisman, enz. Te oordelen naar de dame op de televisie had dan op het Spinozahof een lief konijntje de verkiezingen gewonnen, of Hennie Huisman.

In de Amsterdamse volkswil is een sterke stroming die aandringt op het plaatsen van monumenten voor artiesten die de massa aan het lachen maken of een gevoelige snaar hebben geraakt. Zouden we bij een democratische gang van zaken Multatuli op de Torensluis hebben gehad? Ik ken een schilder van groot talent, democraat en verdraagzaam, die al jaren het plan heeft om op een nacht Wim Kan en Corrie Vonk van het Leidseplein naar de Efteling te vervoeren. Kunst en referendum gaan niet samen: de partij van de knabbelaar is tenslotte altijd de winnaar. De omwonenden hadden overlast.

In de krant stond een foto van Herman Makkink terwijl hij keek hoe de knabbelaar aan zijn Oude Grond bezig was. Op de achtergrond de huizen der omwonenden, kale, rechthoekige hokken met zuinige balkonnetjes. Ik vroeg me af wat Makkink dacht. Wat denkt een mens die een bewijs van zijn beste kunnen onder de knabbelaar ziet komen? Heeft de kunstenaar daar in zijn hoofd een monument van minachting voltooid?

In ieder geval is er op dat ogenblik door Maurice Boyer een mooie foto gemaakt, ook omdat al zo goed te zien is welk uitzicht zonder overlast daar in wording is.

    • S. Montag