OMBUDSMAN

Niet bekend

Dat klinkt redelijk, tot zover. De cruciale vraag is echter wie mag bepalen welk land 'veilig' mag worden genoemd, en ten tweede, op grond waarvan. Justitie wil dat in eigen hand houden en gebruik maken van vier bronnen: het ministerie van buitenlandse zaken, de Hoge Commissaris voor de vluchtelingen, de pers en Amnesty International. Amnesty heeft intussen laten weten niet te willen meewerken aan dit plan, omdat 'veilige landen niet bestaan'. Dat is natuurlijk volstrekte onzin. Nederland is toch tamelijk veilig? En Canada, Tahiti of Frans-Guyana?

Amnesty bedoelt natuurlijk dat ze niet wil samenwerken met Justitie, omdat het ministerie partij is in de kwestie. Het ministerie heeft als officieuze taak zoveel mogelijk asielzoekers te weren, en het heeft er dus belang bij om zoveel mogelijk landen zo snel en zo lang mogelijk veilig te verklaren. Het ministerie van justitie krijgt op die manier een dubbele pet: het moet een oordeel vellen over het individuele vluchtverhaal, aan de hand van het oordeel over de stand van de mensenrechten in het land van herkomst. Dat is onredelijk, omdat daarmee de noodzakelijke onbevangenheid bij het aanhoren van het individuele verhaal verloren gaat. Het is voor de ambtenaren van Justitie ook veel makkelijker om iemands verzoek af te wijzen, omdat een andere, hoog gerespecteerde, onafhankelijke en objectieve instantie heeft gezegd dat in dat land de mensenrechten voldoende zijn gewaarborgd.

Die andere, gerespecteerde en onafhankelijke instantie zou de Internationale Ombudsman kunnen zijn. Het aardige van deze constructie is dat deze ombudsman een oordeel kan vellen over de kwaliteit van de informatie die de ministeries van buitenlandse zaken en justitie gebruiken, waarmee een oude wens van Amnesty in vervulling gaat. Want Amnesty heeft in het verleden grote kanttekeningen geplaatst bij de 'ambtsberichten' van het ministerie van buitenlandse zaken, die niet alleen erg oppervlakkig zijn, maar ook altijd zijn bedoeld om het Nederlandse vreemdelingenbeleid te steunen. Zo werd ooit door Buitenlandse Zaken uit Zaïre gerapporteerd dat “de situatie op het gebied van de rechten van de mens in Zaïre nog immer aanleiding geeft tot bezorgdheid”, maar dat “niettemin in Zaïre enig streven waarneembaar is naar grotere controle op naleving en betere eerbiediging van mensenrechten”. Dit soort berichten kan meteen in de prullenmand van de Internationale Ombudsman.

Maar de ombudsman kan meer: hij zou de beschikking kunnen krijgen over vertrouwelijke informatie van Amnesty International, omdat hij de garantie kan geven dit materiaal niet te zullen misbruiken. Hij zou journalisten kunnen aansporen om af te reizen naar landen waar het mis dreigt te gaan. Het Fonds voor bijzondere journalistieke projecten zou daarom geheel ter beschikking moeten worden gesteld aan de Internationale Ombudsman: niets is zo belangrijk als de schending van mensenrechten, en de nood is erg hoog. Alle andere, leuke en speelse projecten moeten maar even wachten. Melding van doden in Sri Lanka? De ombudsman stuurt een batterij aan microfoons, camera's en satellietzenders naar dat land; we zullen er alles van weten, omdat we er straks mee te maken krijgen, in de vorm van een stroom asielzoekers.

De Internationale Ombudsman zou ook getuigen kunnen oproepen: ontwikkelingswerkers, onderzoekers, diplomaten, zendelingen, zakenlui en zelfs toeristen die iets hebben gezien. De Nederlandse universiteiten beschikken gezamenlijk over een schat aan historische, politieke en antropologische informatie over de meest afgelegen gebieden en de vreemdste gehuchten. Met al die gegevens, die met gemeenschapsgelden zijn verzameld, wordt nu niets gedaan: niemand vraagt de academici iets, en dus doen ze niets, terwijl het asielprobleem explosieve vormen aanneemt.

In ernstige gevallen, zoals in de tijd van Sri Lanka, toen we berichten kregen van moordpartijen die zowel door de regering van Sri Lanka als door die van Nederland werden ontkend, kan de Internationale Ombudsman een landentribunaal organiseren, naar voorbeeld van het Russell-tribunaal, waarbij de aangesproken landen de gelegenheid krijgen zich te verdedigen.

De Internationale Ombudsman kan nog veel meer: hij kan Nederlandse bedrijven adviseren om niet in een bepaald land te investeren. De taak van het Rushdie-comité zou de ombudsman overnemen en uitbreiden, waardoor de dubbelhartigheid van Nederland ten opzichte van de minder beschaafde landen wordt tegengegaan. De ombudsman kan zelfs bedrijven die zich niet houden aan zijn adviezen, op een zwarte lijst plaatsen, waardoor het imago van dat soort ondernemingen in het geding komt.

De Internationale Ombudsman zou ook taken van het ministerie van ontwikkelingssamenwerking kunnen overnemen: het ministerie probeert hulp te verbinden met mensenrechten, maar het moet tegelijkertijd hongerigen voeden en daklozen helpen. Die vreemde dubbele taak van het tegelijk praten met overheden die mensenrechten schenden, en arme mensen helpen, heeft het ministerie al eerder in problemen gebracht, zoals in het geval van Indonesië. Nu krijgt de minister een sluitend alibi: ik wil wel zaken met u doen, maar die vreselijk vervelende Internationale Ombudsman van ons zit mij op de hielen. Dat klinkt stukken beter dan de rechtstreekse bedreiging met stopzetting van de hulp omdat de minister zelf ontevreden is over het mensenrechtenbeleid.

De Internationale Ombudsman zou evenveel allure en prestige moeten hebben als de speciale mensenrechten-rapporteur van de Verenigde Naties, maar hij zou aan de Nederlandse bevolking verantwoording verschuldigd zijn en de Nederlandse visie op de mensenrechten moeten verwoorden. Hij zou zo gezaghebbend moeten zijn als de president van de Nederlandsche Bank en zo ver boven de partijen moeten staan als de Rekenkamer, maar hij zou over veel meer overtuigingskracht en charisma moeten beschikken. Want zo'n ombudsman heeft geen harde, wettelijke bevoegdheden, hij kan geen mensen, bedrijven of buitenlandse regeringen straffen. Maar hij moet wel hun reputatie op het spel kunnen zetten en hun claim op beschaving in twijfel trekken.