Nieuw Zeeland niet helemaal gelukkig met Zuidafrikanen

AUCKLAND, 26 MAART. Voor de assuradeur Letitia Breytenbach (47) was de keus duidelijk. Zij verwisselde met echtgenoot Chris en twee volwassen zoons drie maanden geleden Pretoria voor de merendeels blanke suburb Chatswood in Auckland, de grootste stad van Nieuw-Zeeland. “Er hangt een grote schaduw over de Zuidafrikaanse economie, het geweld en de criminalitiet nemen steeds maar toe. Misschien komt het onder het nieuwe bewind over een jaar of twintig allemaal wel goed, maar op onze leeftijd heeft het geen zin daarop te wachten. Het is een persoonlijke beslissing en die heeft met racisme niets te maken”, aldus Breytenbach.

Als het aan de prominente Nieuwzeelandse actievoerder John Minto ligt, zullen weinig van Breytenbachs landgenoten haar voorbeeld volgen. Minto is oprichter van de actiegroep SWAT ('Stop White Africans Today'), die zich tegen de komst van blanke Zuidafrikanen verzet. Vorig jaar kwamen er bijna drieduizend aan in Nieuw-Zeeland. Ze vormden daarmee de grootste groep immigranten. Het bericht over de oprichting van de SWAT werd in Zuidafrikaanse pers prominent gebracht.

Minto zegt dat Nieuw-Zeeland niet op de aanhangers van het apartheidsbewind zit te wachten nu het faillissement daarvan een feit is. Volgens Minto kan het nieuwe Zuid-Afrika zich het verlies van geschoolde Zuidafrikanen en hun kapitaal ook niet veroorloven. “Veel van hen breken de Zuidafrikaanse wetten. Ze mogen slechts 65.000 gulden uit het land meenemen, maar wanneer ze onder de immigratieregels voor zakenlieden binnenkomen, wordt verwacht dat ze 550.000 gulden invoeren”, aldus Minto.

De ex-voorman van HART ('Halt all racist tours') leidde in 1981 de demonstraties tegen het bezoek van het Zuidafrikaanse Springbokken-rugbyteam. In het rygby-gekke Nieuw-Zeeland betekende de komst van de 'Boks' een morele crisis, waarbij gekozen moest worden tussen de Kiwi-passie voor de fysieke balsport en het protest tegen het apartheidssysteem, dat toen in Zuid-Afrika nog met verve werd beleden. Het bezoek spleet Nieuw-Zeeland in tweeën en liet diepe sporen na in relaties tussen familieleden, vrienden en collega's, die allen tot het innemen van een standpunt werden gedwongen.

Weinig Nieuwzeelanders wensen een terugkeer naar die tijd. De vraag is echter of Minto's actie nog wel past in het huidige tijdsgewricht, waarin Zuid-Afrika eindelijk het onomkeerbare proces van zwarte emancipatie is begonnen.

Minto twijfelt niet: “Het Nieuwzeelandse immigratiebeleid is absoluut racistisch. Hooguit één procent van de immigranten uit Zuid-Afrika is zwart, terwijl 86 procent van de bevolking daar niet blank is. De blanke immigranten dragen niets bij aan de multiculturele samenleving hier. We kennen gevallen dat ze hier hun eigen kleine blanke Zuidafrikaanse enclaves opzetten. Er is ook een geval bekend van een dokter die Polynesiërs voor 'kaffers' uitmaakte. Vanwege hun financiële situatie en goede opleiding hebben Zuidafrikanen met racistische opvattingen bovendien een onevenredig grote invloed.”

Minister van immigratie Roger Maxwell deelt Minto's zorg niet: “We discrimineren niet op basis van ras. Wat geldt voor immigratie uit Nederland, geldt ook voor Zuidafrikanen. Ons land heeft bovendien geen verantwoordelijkheid om de brain drain uit andere landen tegen te houden. Zuidafrikanen die voldoende punten op onze immigratieschaal scoren of die voldoende geld meenemen, zijn net als anderen welkom. Het gaat hierbij om individuele vrijheid. Wij houden onze goed opgeleide mensen immers ook niet tegen om te vertrekken.”

De Zuidafrikaanse immigratieconsulente Judy Klosser, die erkent dat Zuidafrikaanse nieuwkomers uitstekend opgeleid zijn, zegt dat de SWAT-actie tegen de verkeerde groep is gericht. “De huidige immigranten verlieten Zuid-Afrika niet omdat er democratie op komst is. Ze vertrokken omdat de kwaliteit van het bestaan razendsnel achteruit gaat en het geweld en de misdaad heviger worden. Het gaat hier niet om geharde racisten. Die blijven juist vaak achter in Zuid-Afrika, omdat ze vinden dat ze daar thuishoren.”

Letitia Breytenbach zegt dat ze zich zo snel mogelijk aan de Nieuwzeelanders wil aanpassen. De Maori's die ze heeft ontmoet, vindt ze aardig, al zegt ze weinig te weten van hun cultuur. Ook is ze niet op de hoogte van de speciale privileges die de inheemse bevolking heeft wegens haar verbondenheid met de geboortegrond.

Veel Zuidafrikanen delen Breytenbachs wens om in hun nieuwe land zo min mogelijk op te vallen. Dat gaat vaak ten koste van het Afrikaanse taalgebruik en Charlene Pretorius, secretaresse van SANZ (South Africans in New Zealand), betreurt dat. “Het beeld van Afrikaners in Nieuw-Zeeland is vaak negatief en dat weerhoudt Afrikaners ervan openlijk hun taal te spreken. Niet alle Afrikaners zijn racisten, net zo min als alle Duitsers nazi's waren. Sommige van onze beste schrijvers waren immers dissidenten.”

Pretorius' organisatie diende onlangs een klacht in tegen SWAT bij het Nieuwzeelandse klachtenbureau voor racisme, omdat de actiegroep rassenhaat zou kweken. “Het is belangrijk voor Zuidafrikanen te weten dat we elkaar kunnen helpen”, aldus Pretorius.

De nalatenschap van het apartheidsbeleid is echter hardnekkig. Ranginui Walker, hoogleraar in Maori-studies aan de universiteit van Auckland, zegt dat het waarschijnlijk is dat blanke Zuidafrikanen een negatieve houding zullen hebben tegenover Maori's. Walker: “Ik ben gekant tegen elke vorm van immigratie naar ons land. We hebben een relatief dunbevolkt land met weinig vervuiling en dat wil ik graag zo houden. Ik vind bovendien dat wij geen verantwoordelijkheid hebben voor blanke Zuidafrikanen die de puinhoop die ze zelf hebben veroorzaakt nu willen ontvluchten. Wat voor sympathie hebben ze voor een grotere emancipatie van Maori's?” Minister Maxwell heeft daarover geen twijfels. Hij zegt dat de speciale status van Maori's stevig in het Nieuwzeelandse rechtssysteem is verankerd: “Als racistische Zuidafrikanen hier komen, zullen ze merken dat ze zichzelf een slechte dienst hebben bewezen”, aldus Maxwell.

    • Hans van Kregten