Minister-president Lubbers: Fouten IRT 'straffen' met overplaatsing

DEN HAAG, 26 MAART. Leidinggevende functionarissen in de top van de Amsterdamse politie en justitie zullen mogelijk worden overgeplaatst in verband met hun fouten bij de omstreden opheffing van het Interregionale Rechercheteam Noord-Holland / Utrecht (IRT).

Met hen zullen gesprekken gevoerd worden waaruit moet blijken of zij in hun huidige functies te handhaven zijn.

Dat zei minister-president Lubbers gisteravond tijdens de wekelijkse persconferentie na afloop van de ministerraad. Het gaat met name om de Amsterdamse procureur-generaal Van Randwijck, hoofdofficier van justitie Vrakking, hoofdcommissaris Nordholt en diens rechterhand commissaris Van Riessen.

Lubbers wijkt met zijn uitspraak af van het standpunt dat hij afgelopen donderdag innam na de presentatie van het rapport van de commissie-Wierenga over de IRT-zaak. Toen zei Lubbers nog dat de leidinggevende functionarissen in Amsterdam geen gevolgen zouden ondervinden van de geconstateerde fouten.

In een gisteravond aan de Tweede Kamer verzonden brief schrijven minister Van Thijn (binnenlandse zaken en justitie a.i.) en Lubbers dat “de betrokkenen in functie kunnen blijven”. Echter: “Daarmee is uiteraard de kous niet af. Wij zullen met hen grondig spreken over de conclusies van het rapport en het waarborgen van de goede uitvoering van de aanbevelingen.”

De minister-president ontkende gisteren dat de Amsterdamse topfunctionarissen worden gespaard omdat anders de positie van Hirsch Ballin en Van Thijn in gevaar zou kunnen komen. “Ik zou er een donderse hekel aan hebben om uit politieke overwegingen elkaar te dekken. De politiek moet goede mensen niet een douw geven en zichzelf vervolgens op de borst kloppen. Dat zou pas een onbetrouwbare overheid zijn. Een goed vakman die een fout maakt wordt ook niet altijd ontslagen”, aldus de premier. Desgevraagd bevestigde hij dat overplaatsing soms meer op zijn plaats is. “Het is niet zwart-wit. Er zijn tal van modaliteiten denkbaar tussen ontslag en gewoon doorgaan.”

Gisteravond werd bekend dat de in opspraak geraakte commissaris Van Riessen en de voormalige IRT-leider Van Kastel per 1 april bevorderd worden. Volgens een woordvoerder van de Amsterdamse politie gaat het om een reguliere bevordering in verband met de reorganisatie van de politie. “De korpsleiding heeft alle vertrouwen in hen”, aldus de woordvoerder.

Voorzitter Van Duijn van de Nederlandse Politiebond is “verbijsterd” over de promotie van het duo. “Het is onthutsend; een volslagen gevoelloze presentatie. Het is ongepast om nu met een bevordering naar buiten te komen, terwijl de Tweede Kamer nog moet beoordelen of de hoofdrolspelers in de IRT-affaire gehandhaafd kunnen blijven.”

De Algemene Christelijke Politiebond bekritiseerde gisteren het uitblijven van personele consequenties als gevolg van het rapport van de commissie-Wierenga. Volgens voorzitter H. Kruizinga hebben hoofdcommissaris Nordholt en commissaris Van Riessen zodanig “uit de zak” gekregen dat het terecht is als daar een straf op volgt.