Landkaart als wapen

Robert Paul Magocsi: Historical Atlas of East Central Europe (Cartographic design by Geoffrey J. Matthews). A History of East Central Europe Volume I 218 blz., University of Washington Press 1993, ƒ 162,75

Eén van de meest typerende beelden van de oorlog in het voormalige Joegoslavië is de aankomst aan de onderhandelingstafel in Génève van de strijdende partijen: ze zijn gewapend met een groot aantal landkaarten. Daar gaat het om in deze oorlog. Het is geen botsing tussen religies, geen etnische stammenstrijd en al helemaal geen ideologisch conflict. Het is in essentie een oorlog om land.

In Joegoslavië wordt gevochten om bezit van grond en van alles wat daar in zit en op staat. Het conflict is een griezelige bevestiging van de regel dat op de Balkan, en elders in oostelijk Europa, niet alleen de geschiedenis maar ook de geografie een explosieve politieke categorie is. In een regio waar in de loop van het verleden grenzen voortdurend zijn verlegd, waar hele bevolkingsgroepen over de kaart zijn geschoven en waar staatsvorming is gemanipuleerd door vreemde mogendheden geleid door egoïstische motieven, daar beschikken de nationalisten van vandaag over ruime mogelijkheden om hun politieke ambities te staven met een beroep op geschiedenis en geografie. De Historical Atlas of East Central Europe, samengesteld door de Canadese historicus Paul Magocsi, levert het overtuigende bewijs van deze stelling, voorzover dit nog nodig was.

Magocsi vertelt de geschiedenis van oostelijk Europa (van het begin van de vijfde eeuw tot en met 1993) aan de hand van bijna honderd fraaie en overzichtelijke geografische kaarten en een heldere begeleidende tekst. Naast thematische kaarten (over uiteenlopende onderwerpen als religieuze en etnische verscheidenheid, de verspreiding van de boekdrukkunst of de industriële ontwikkeling) heeft hij een groot aantal staatkundige kaarten geschetst, identiek in geografisch bereik en in chronologische orde. Dit stelt de lezer in staat zich snel een redelijk klaar beeld te vormen van de bijzondere en ingewikkelde politieke en staatkundige geschiedenis van dit deel van Europa. Magocsi's Historische Atlas is deel één in de serie A History of East Central Europe van de University of Washington Press. Enkele delen van deze serie zijn al eerder gepubliceerd. Ze vormen de beste reeks historische studies naar oostelijk Europa die tot nu toe is verschenen.

Onbetwist

East Central Europe, in de definitie van Magocsi, is het gebied tussen de tiende en vijfendertigste graad oosterlengte. Het reikt van het oostelijk deel van het huidige Duitsland en historisch Venetië in het westen tot aan de grens tussen Rusland en Oekraïne en westelijk Anatolië in het oosten. Dit gebied beslaat ten minste drie 'historische regio's': Centraal-Europa, de Balkan en een deel van Oost-Europa.

De historisch-culturele scheidslijn tussen de Balkan en de rest van oostelijk Europa is eigenlijk onbetwist. De ontwikkeling van dit Europese 'schiereiland' week de afgelopen duizend jaar in velerlei opzicht af van die van de rest van het continent. De historisch-culturele grens die Centraal- van Oost-Europa zou scheiden is veel meer omstreden, vooral omdat ze dikwijls is gebruikt als argument in politieke discussies. Ze suggereert een wezenlijk verschil tussen een 'Europese' en een 'Russische' traditie. Ze plaatst Rusland buiten Europa. Toch lijkt ook deze scheidslijn als zodanig niet ongegrond. Op vrijwel alle thematische kaarten die in de Historische Atlas zijn opgenomen blijkt een verschil in ontwikkeling vast te stellen tussen het centraal deel van Europa en de verder (zuid)oostwaarts gelegen gebieden: van de verbreiding van steden, universiteiten en boekdrukkerijen tot en met die van kanalen en spoorwegen.

De gecompliceerde geschiedenis van staatsvorming in oostelijk Europa staat centraal in deze Historische Atlas en ze is op overzichtelijke wijze in beeld gebracht. Nationale onafhankelijkheid is uitzondering de afgelopen eeuwen in dit deel van Europa. Op het moment dat de vorming van moderne staten zich begon af te tekenen in ons deel van het continent, de Late Middeleeuwen, werd de kaart van oostelijk Europa juist in steeds sterkere mate gedomineerd door grote en 'multinationale' rijken. Ze waren uit de regio zelf afkomstig: Hongarije, later het Habsburgse Rijk, Polen en, vanaf het begin van de achttiende eeuw, Pruisen. Of ze hebben hun oorsprong buiten het gebied, met name het Osmaanse Rijk, dat vanaf de veertiende eeuw zijn invloed op de Balkan doet gelden en, vanaf het midden van de zeventiende eeuw, tsaristisch Rusland.

Pas in de eerste decennia van onze eeuw, en dan nog voor een korte periode, verdwenen de grote mogendheden van de kaart van oostelijk Europa. Het Osmaanse Rijk viel als eerste ten prooi aan wat de Britse historicus Paul Kennedy later imperial overstretch zou noemen. Een ontluikend nationaal bewustzijn en voortdurend ingrijpen door Rusland en de westelijke grote mogendheden, maakten van de Balkan het spreekwoordelijke kruitvat van Europa.

In de twintigste eeuw onderging oostelijk Europa tot drie maal toe ingrijpende staatkundige en politieke veranderingen: na 1918, na 1945 en na 1989. Ze zou de meest wrede en instabiele periode zijn die de regio ooit heeft gekend. De zes nieuwe staten die na de Eerste Wereldoorlog in het leven werden geroepen (Estland, Letland, Litouwen, Polen, Joegoslavië en Tsjechoslowakije) werden in de loop van de eeuw weer bezet, ingelijfd of uiteindelijk zelfs weer opgeheven. Binnen twee decennia verdeelden grote mogendheden de regio opnieuw. De ene mogendheid (Duitsland) verloor een tweede wereldoorlog maar bleek op de wat langere termijn weinig aan kracht te hebben ingeboet. De andere mogendheid (de Sovjet-Unie), een supermacht, won de hete maar verloor uiteindelijk de koude oorlog, en hield enkele jaren terug zelfs op te bestaan in haar toenmalige gedaante. Het menselijk leed was niet te overzien. Magocsi heeft becijferd dat meer dan 62 miljoen mensen in oostelijk Europa in het decennium vanaf het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werden gedood of gedwongen te vluchten.

Inspiratie

En waartoe heeft dit alles uiteindelijk geleid? Tot de meest ingewikkelde staatkundige kaart van oostelijk Europa in haar geschiedenis. Na de val van het communisme telt de regio meer onafhankelijke staatkundige eenheden dan ooit eerder in haar geschiedenis. De huidige situatie is alleen vergelijkbaar met de periode van de onafhankelijke Middeleeuwse koninkrijken. De kaart van 1250 vertoont meer gelijkenis met die van 1993 dan enige andere kaart in Magocsi's atlas. Aan deze tijd ontlenen de nationalisten van vandaag dan ook een belangrijk deel van hun inspiratie. Op deze staten baseren ze hun claims op historische continuïteit: de Kroaten, de Serviërs, de Bulgaren, de Hongaren, de Bosniërs, de Roemenen, de Tsjechen, de Polen.

De gevolgen zijn soms verrassend. In 1389 verloren de Serviërs de slag op het Merelveld tegen de Turken. Het betekende de dood van de Servische vorst Lazar I en het einde van de Servische onafhankelijkheid. Vijf eeuwen Turkse overheersing volgden. Deze verloren veldslag werd het symbool van 's lands eeuwenlange strijd tegen vreemde overheersing en een onwrikbaar bestanddeel van het Servische nationale bewustzijn. Helaas lag het toenmalige Servische koninkrijk een stuk zuidelijker dan de huidige republiek, namelijk aan de Adriatische kust. Het Merelveld ligt niet langer in Servië maar in Kosovo - Kosovo Polje, zoals het ook wordt genoemd.

Voor veel Servische nationalisten is alleen de herinnering aan de slag op het Merelveld al voldoende reden om de controle over Kosovo, hersteld door de huidige leider Slobodan Milosevic, nooit meer op te geven. Kosovo is één van die 'mythische gebieden' in oostelijk Europa, een giftig mengsel van geschiedenis, geografie en politiek, en een voortdurende bron van spanning tussen bevolkingsgroepen en staten.

    • A.W.M. Gerrits