Kunst van Stoute Meisjes nog in de kinderschoenen

Tentoonstelling: Bad Girls 2. New York, New Museum for Contemporary Art. T/m 10 apr. Catalogus $ 19,95.

In de catalogus die verschenen is (met een tampontouwtje als bladwijzer) ter begeleiding van drie tentoonstellingen van 'feministische kunst met humor' - Bad Girls Deel 1 en 2 in het New Museum for Contemporary Art in New York en Bad Girls West in Los Angeles- wordt 'Bad Girl-kunst' geassocieerd met carnavals en kermissen, zoals die bestonden tot het midden van de negentiende eeuw (Mardi Gras in New Orleans en de jaarlijkse Halloween Parade in Greenwich Village in New York hebben er nog veel trekken van).

Tijdens een carnaval werden door middel van de lach taboes doorbroken en sociale grenzen overschreden, vooral tussen de seksen. De overmaat heerste in alles; groteske verkleedpartijen, vraatzucht, dronkenschap, seksuele losbandigheid. Al te veel subtiliteit moet men dan ook niet verwachten op de tweede aflevering van Bad Girls in het New Museum. Veel van het werk komt nauwelijks uit boven het niveau van rebels vieze woorden roepende vijfjarige meisjes. Zoals een wand vol zeepjes (vroeger werd daar de mond mee uitgewassen) bedrukt met 'pee pee', 'cunt', 'beaver believer' en zo meer (Lisa Bowman, Untitled, 1992). Op een windwijzer zijn de traditionele windrichtingen vervangen door 'cocksucker, shithead, asshole en scumbag'. Nogal flauw is ook dat men het materiaal op de leestafel - niet-zulke-lieve meisjesboeken, bundels cartoons en documentatie van de Guerrilla Girls (de anonieme actiegroep die al jaren bezig is achterstelling van vrouwelijke kunstenaars aan de kaak te stellen) - kan bestuderen gezeten op (imitatie) windkussens.

Niet de regressie naar de kindertijd, maar de vergroting van de vrouw tot gigantische proporties levert het visueel meest overtuigende werk op. Werkelijk prachtig is bijvoorbeeld Beverly Semmes' jurk van diepblauw fluweel, met een rok van gebroken witte organza, die over de vloer golft van een heel zijzaaltje. Gemaakt voor een reuzin met zulke lange armen dat je niet eens kunt zien waar de mouwen eindigen (Yellow Pool, 1993). Een van de meer fijnzinnige demonstraties van de inwisselbaarheid van de geslachten is het geestige, zelfs ontroerende Mom and Dad van Janine Antoni. Haar ouders poseerden samen voor drie foto's, als zichzelf en geschminkt als het evenbeeld van hun wederhelft.

Overigens wordt er toch weer erg veel geleund op teksten - in de traditie van tentoonstellingen in het New Museum, maar het verfrissende van Bad Girls Deel 1 was nu juist de matiging daarin. Een revisie van Roodkapje is op zich aardig: zij ziet al vanaf de deur dat het niet haar grootmoeder is die in bed ligt en schiet de wolf dood. Moraal: 'Het is tegenwoordig niet meer zo makkelijk kleine meisjes voor de gek te houden als vroeger'. Maar als tekst geschreven op een verder alleen roodgeverfd doek is het als kunstwerk niet voldoende.

Opvallend is het veelvuldig gebruik van naai-, brei- en borduurwerk; glitter, kralen en hout (dit laatste op dezelfde manier als Meret Oppenheim al deed in 1936 met 'Dejeuner en Fourrure', haar beroemde met bont gevoerde theekopje). Het merendeel zou je willen afdoen als 'decoratief', maar misschien is dat nu precies een vooroordeel dat men hier tracht op te heffen. De 'vrouwelijke handwerken' zie je juist de laatste tijd hoe langer hoe vaker ook gebruikt als volwassen medium door kunstenaars in 'mainstream' galeries. Als nieuwe serieus te nemen beeldende-kunststroming lijkt 'Bad Girls' nog in de kinderschoenen te staan - graag zouden we een groepstentoonstelling zien van de kunstenaars die in de catalogus hun 'Lachende Moeders' genoemd worden: Artemisia Gentileschi, Meret Oppenheim, Yoko Ono, Louise Bourgeois, Faith Ringgold en Cindy Sherman. Bad Girls Deel 2 moet vooral beschouwd worden als amusement. Er kan in ieder geval leuk gespeeld worden met Lilian Balls zwarte rubberen penissen in groteske vormen die, als er luid in de handen geklapt wordt, gehoorzaam zoemend over de grond ronddraaien (Phobots) of door middel van slechts een schakelaartje tot subtiel wuiven gebracht kunnen worden (Hand Job).

    • Reineke Hollander