'In de Westkaap is alles heel anders'

In de Kaap is, anders dan in de rest van Zuid-Afrika, geen zwarte meerderheid. De meeste kiezers hier zijn uit de kleurlingengroep en stammen af van lokale stammen, kolonisten en geïmporteerde slaven. Bij de algemene verkiezingen van eind april heeft de Nationale Partij waarschijnlijk alleen hier een kans om aan de macht te blijven, terwijl het ANC in de Kaap moet bewijzen dat het echt een non-raciale partij is. Het eerste van twee artikelen over een verbeten verkiezingsstrijd in de Westkaap.

DARLING/KAAPSTAD, 26 MAART. Kameraad Monty had geen betere bijbeltekst kunnen kiezen. Hier in Darling, een dorpje in wijnland op een uur rijden van Kaapstad, zal Jesaja 5 de landarbeiders bekend voorkomen. Het lied van de wijngaard lijkt de droeve geschiedenis van kleurling en blanke in Zuid-Afrika samen te vatten: “Hij verwachtte goed bestuur, maar zie, het was bloedbestuur; rechtsbetrachting, maar zie, het was rechtsverkrachting.”

In de religieuze gemeenschap van die bruinmense begint een ANC-vergadering met de Bijbel. De blanke jongeman op het podium lijkt op een moderne predikant. De kleurlingen hoeven zich geen zorgen te maken over hun taal, het Afrikaans, want die is in de grondwet beschermd. Het gezin is ook voor het Afrikaans Nationaal Congres de hoeksteen van de samenleving. De communisten in het ANC worden door de Nationale Partij van president De Klerk als “boeman” gebruikt, maar “de communisten hebben geleerd van wat er in Oost-Europa is gebeurd”. “De Nationale Partij vergeet graag zijn eigen geschiedenis, want die is eigenlijk te erg om over te praten.”

De jongeman kan het weten, want hij heeft de geschiedenis van de apartheid in zijn achternaam. Wilhelm Verwoerd is de kleinzoon van Hendrik Verwoerd, de grondlegger van de 'afzonderlijke ontwikkeling' van bevolkingsgroepen in Zuid-Afrika. Als een wandelende breuk met het verleden, en bovendien zeer religieus, is hij een belangrijke troef in de ANC-verkiezingscampagne in de Kaap. Zijn vrouw Melanie staat op de ANC-lijst voor het parlement, onder de naam Verwoerd. Wilhelm heeft gekozen voor het vader- en de wetenschap, en spreekt met haar de zalen toe.

De vijfhonderd inwoners van Darling reageren enthousiast op Verwoerd. Ze storten zich regelmatig in dans en zang: Ons gaan stem en ons gaan wen!

In de jaren vijftig veroordeelde een Verwoerd de kleurlingen tot het tweederangsburgerschap in Zuid-Afrika; nu gaat een Verwoerd hen voor in een non-raciale samenleving. Wilhelm speelt daarmee een bijrol van hoge symbolische waarde in de verkiezingsstrijd in de Kaap. De hoofdrollen zijn voor een omstreden dominee, Allan Boesak, en de havik-achtige minister van wet en orde in de regering-De Klerk, Hernus Kriel. Zij staan hier in de Westkaap als kandidaat-premiers van het ANC en de Nationale Partij voor de regionale regering tegenover elkaar.

Hun persoonlijke geschiedenis is verweven. Kriels vader was dominee en doopte Allan Boesak, onderwijzerszoon in Kakamas. Later was vader Kriel hoofd van het seminarie waar Boesak studeerde. Hij verzette zich fel tegen Boesaks plan om in Nederland theologie te studeren. “Hij vond dat kleurlingstudenten niet dezelfde intellectuele capaciteiten hadden als blanken. Hij zei: ach Boesak, die is binnen zes maanden terug. Uiteindelijk keerde ik met een doctorsgraad uit Kampen terug”, herinnert Boesak zich lachend.

De Kaap biedt om meer redenen de boeiendste verkiezingsstrijd van alle negen provincies. De Westkaap en de Noordkaap zijn de enige provincies waar een minderheidsgroep in Zuid-Afrika in de meerderheid is. In de andere regio's zijn zwarten in de meerderheid en kan het ANC een overwinning nauwelijks ontgaan, behalve in Natal waar de Inkatha-partij van Buthelezi een kans heeft, maar die partij weigert tot nu toe mee te doen. De Westkaap - de zuidwestelijke hoek van het land rondom Kaapstad - biedt door haar demografie de meeste kans op een overwinning van de Nationale Partij. Hier zijn de kleurlingen in de kiezersgroep van 2,3 miljoen (tien procent van het totaal in Zuid-Afrika) met 57 procent in de meerderheid, terwijl blank en zwart respectievelijk 27 en 17 procent van de kiezers uitmaken.

De ironieën van de geschiedenis liggen hier voor het oprapen. De blanke wendt zich nu tot de kleurling om nog ergens in Zuid-Afrika aan de macht te blijven. Van de 3,3 miljoen kleurlingen wonen er 2,7 miljoen in de West- en Noordkaap. Ze werden evenals de zwarten door het apartheidsbewind uit hun huizen gezet, getransporteerd naar ver afgelegen eigen wijken en kregen matig onderwijs en de slechtste banen.

In 1956 ontnam de Nationale Partij hun zelfs het stemrecht, dat zij in de Kaapprovincie hadden behouden. Nu het stemrecht tot alle Zuidafrikanen is uitgebreid lonkt de NP met president De Klerk voorop naar hun hand, inspelend op de gezamenlijke taal (het Afrikaans), de gezamenlijke religie en de gezamenlijke afkeer van swart oorheersing. Dat gebeurt niet zonder succes, want de opiniepeilingen voorspellen de NP hier een overwinning. Nog een ironie: de Afrikaner blijft dan aan de macht in de Kaap, waar hij in 1652 aan wal kwam, terwijl in de Transvaal en de Vrijstaat een minderheid van Afrikaners tegenover een ontzagwekkende meerderheid van zwarten staat en een blank thuisland eist. De Grote Trek van de Afrikaner in de vorige eeuw uit de Kaap naar het noorden, bedoeld om aan de Britse overheersing te ontsnappen, kan alsnog als een verkeerde interpretatie van lotsbestemming de geschiedenisboeken in.

Allan Boesak weet dat hij kan verliezen. “Niets is hier vanzelfsprekend. Het is voor Zuid-Afrika belangrijk dat het ANC hier wint. Door de demografie is dit de enige streek waar het ANC kan bewijzen dat het steun kan krijgen over de grenzen van taal, cultuur en ras heen. Dit is meer dan een politieke test, dit gaat om de toekomst van Zuid-Afrika.”

Boesak, zelf een bruine Zuidafrikaan, is door Nelson Mandela persoonlijk als ANC-leider in de Kaap neergezet. Na een harde strijd in het regio-bestuur heeft Boesak zich ontdaan van de communistische hardliners om hem heen, die de aantrekkingskracht van het ANC in de kleurlingengemeenschap schade berokkenden. Maar Boesak, een leidende figuur in het verzet tegen apartheid in de jaren tachtig, ligt in deze wereld van gematigdheid bij lang niet iedereen goed. Zijn liefdesleven - hij verliet zijn echtgenote na een geheime relatie en huwde een blanke vrouw - en zijn luxueuze levensstijl worden hem kwalijk genomen.

De verkiezingsstrijd gaat er hard aan toe. In de kleurlingengemeenschappen op de Kaapse Vlakte, de winderige voorsteden van Kaapstad, zingen de geruchten rond. Nationale-Partijleden, vermomd als ANC'ers, zouden langs de deur gaan om de huizen te inspecteren en de rijkdom op te nemen. Het aantal kamers, de waarde van de auto, de pensioenvoorziening - alles wordt op lijsten genoteerd, en de bewoners krijgen te horen hoeveel ze na de verkiezingen aan de zwarten moeten afstaan. Onder kleurlingen gaat het verhaal dat ze straks hun bovenverdiepingen moeten leegmaken voor zwarte krottenbewoners. “Ik heb de geruchten nu zo vaak gehoord dat het wel waar móet zijn”, zegt Boesak. “De NP speelt in op racisme en de angst voor zwarten onder de kleurlingen.”

Het ANC geeft op zijn beurt folders uit met oude uitspraken van de echtgenote van de president, Marike de Klerk, die zou hebben gezegd dat kleurlingen “minderwaardige wezens” zijn. Ook zou zij een huwelijk tussen haar zoon en zijn gekleurde vriendin hebben verboden. Boven de gordel hoopt het ANC op het retorische talent van Boesak. Zelfs in de brandende hitte, met 250 lome arbeiders in hun lunchpauze in de schaduw onder de bomen, weet Boesak een opzwepende toespraak te produceren. Hij herinnert de kleurlingen aan de manier waarop de NP hen heeft behandeld. Hij houdt hun voor dat de dagen van blank baasskap voorbij zijn. Hij herhaalt het met lange halen, keer op keer: “Those days are oooover.”

Het kan de hitte zijn, of de weinig aansprekende lokatie - een kaal veldje tussen de fabrieken - maar de reactie is lauwer dan bij de bezoeken die president De Klerk aan de kleurlingenwijken brengt. Boesak heeft nog veel te overwinnen. “Deze verkiezingen gaan over vrijheid. Het is de stap weg van apartheid, van slavernij, van blank minderheidsbewind. Als we zouden verliezen in de Westkaap, heeft de rest van het land die stap gezet en wij niet. Dat zit mij hoog.”