EEN TEMPEL VAN TOLERANTIE

Het religieuze leven van de honderdduizend hindoestanen in Nederland bloeit. In de tempels is het gezellig, jong en oud zoeken er houvast. Toch stuurden ook Nederlandse hindoe's een steen naar Ayodhya om de Indiase hindoe's aan te vuren de moskee af te breken. Op zoek naar een etnische identiteit die steeds sterker wordt. Een steen uit Den Haag voor Ayodhya.

Het meest opvallende van hindoestanen is dat ze niet opvallen, en dat weten ze zelf nog het best. Hindoestanen “zijn ingetogen, vriendelijk en soms te beleefd”, schrijft de columnist van het 'eerste hindoestaanse tijdschrift' Hindorama. “Als schimmen bewegen zij zich overal tussendoor. Plotseling ben je ze gewaar. Ze beheren grote supermarkten, staan op alle markten, zijn uitstekend georganiseerd in de welzijnssector, zitten in de politiek en zijn in groten getale te vinden in de collegebankjes van de universiteiten en hogescholen. Dit alles doen zij zonder te domineren.”

Maar je kan ze ook plotseling heel ergens anders gewaar worden. In India wordt al tien jaar campagne gevoerd voor de afbraak van een moskee in Ayodhya om op die plaats, de geboortegrond van de hindoe-god Rama, een hindoetempel te doen herrijzen. Duizenden hindoes bestormden in december 1992 de moskee en maakten hem met de grond gelijk. In India en daarbuiten braken daarop onlusten uit waarbij duizenden moslims en hindoes het leven lieten. Er was naar dat moment toegewerkt, bijvoorbeeld door processies met geheiligde 'stenen voor Here Ram' naar Ayodhya. Er arriveerden ook stenen per luchtpost. Uit Canada, Zuid-Afrika, het Caribisch gebied, de VS, en er was er ook een uit Den Haag. 'Jay Shri Ram' stond er op - “de overwinning van de heilige Ram”.

Dit lijkt op wat de geleerde Benedict Anderson 'long-distance nationalism' noemt - nationalisme op afstand. Daarbij doet India dienst als “het gedroomde fundament voor een etnische identiteit die gevaar loopt”. Godsdienst is vaak de kern van die identiteit, zeker bij hindoestanen.

Suikerzoet

De Ram-mandir in de Schilderwijk van Den Haag is de mooiste tempel van Nederland, zeggen sommigen. Bij een speciale viering is de zaal overvol. Hier heerst niet de strenge devotie van moskee of kerk. Het is op een ingetogen manier oergezellig.

Op een verhoging staan godsbeelden in goud en suikerzoete kleuren. De pandit (priester) verricht de offerdienst, en zoekt, terwijl hij onophoudelijk de mantra's reciteert, links en rechts naar het juiste rekwisiet. Kinderen huppelen van hun tante vooraan naar hun opa achterin, en worden liefderijk op schoot getrokken. De vrouwen hebben hun mooiste sari's aan. Die kunnen ze zich nu beter permitteren dan in Suriname.

De jonge pandit, in lotushouding, geeft aan het slot uitleg in het hindi, zoals het hoort, maar ook in het Nederlands, omdat de jongeren het anders niet goed begrijpen. De jongeren zijn zo kritisch sinds ze in Nederland zijn. Ze vragen almaar naar het hoe en waarom, terwijl de ouderen het vaak ook niet goed weten. Het schijnt trouwens dat ze in Suriname ook al zo eigenwijs zijn geworden.

In de pauze staan wat mannen buiten hun sigaretje te roken. Wat is er nu zo belangrijk aan zo'n tempeldienst? Nou, hier wordt je verteld hoe je moet leven, zegt een jongen in een snel pak. Hier hoor je dat je niet moet liegen en stelen, en vooral, het geeft je rust. Dat je rustig leeft, daar gaat het om. Bij de moslims is het anders. Dat is veel strenger, daar hebben ze thuis altijd ruzie omdat ze zo weinig mogen. En de vrouwen hebben er helemaal niets te vertellen. Het hindoeïsme legt je niks op, het is juist een godsdienst voor iedereen.

Binnen gaat de dienst nog tot de vroege ochtenduren voort. Rond middernacht luistert een vijftigtal gelovigen, vooral vrouwen, naar het zangerige reciteren van steeds weer dezelfde woorden. De kinderen worden wat lastig, maar dat schijnt de volwassenen niet erg te deren. Rust is het, wat er uitstraalt - een rustige viering van het gemeenschapsleven.

Kastebesef

Veel hindoestanen-deskundigen zijn er niet. Misschien omdat de ongeveer honderdduizend hindoestanen die er in Nederland zijn zo weinig problemen maken op straat. In academische kring wijzen alle vingers naar Dr. Gautam, een Indiër die in de jaren zestig naar Nederland kwam en zich toelegde op de studie van de Indiase emigratie. Aan de Universiteit van Leiden koestert hij, temidden van vele papieren, een adresboekje met vrijwel alle Indiase grootheden in binnen- en buitenland.

Gautam denkt dat de hindoestanen in Nederland een zekere 'etnisering', hebben ondergaan. Dat wil zeggen, in Suriname stonden ze meer als ras apart; hier als een groep met een religieuze en culturele eigenheid. Dat is volgens Gautam aan de namen die kinderen krijgen te merken. Men is duidelijk op zoek naar de oude Indiase traditie. Volgens hem is dat een streven naar aansluiting bij de hoogste Indiase kaste, de brahmanen. In Suriname was het kastebesef verwaterd, omdat vrijwel iedereen daar hetzelfde beroep uitoefende - dat van boer.

En de hindoestanen organiseren zich. Er moeten in Nederland honderden stichtingen bestaan die het hindoestaanse sociaal-culturele leven willen stimuleren (religieuze activiteiten worden niet gesubsidieerd). Gautam zelf is onder meer vice-voorzitter van de Wereld Hindoe Federatie Nederland. In het hindi heet het Vishva Hindu Parishad, VHP. Dat is de naam van de organisatie van religieuze leiders die de campagne voor de hindoetempel in Ayodhya leidde. Na de bestorming van de moskee in Ayodhya is de VHP in India verboden.

Om nu te denken dat de VHP Nederland een onderafdeling is van de VHP in New Delhi is een misverstand, zegt Gautam. Het is wel zo dat Indiase grootheden van de VHP de Nederlandse organisatie hun zegen zijn komen geven, maar eigenlijk zegt dat niets. De Wereld Hindoe Federatie Nederland heeft geen politieke aspiraties, alleen culturele. Fundamentalisme is uitgesloten, alleen al omdat hindoes per definitie tolerant zijn. Ja, als er een conflict met de Nederlandse samenleving zou komen, als ze zouden gaan zeggen: je mag dit niet en dat niet - dan zou je wel zo'n reactie krijgen, maar dat kan hier niet gebeuren, hier is er een immigratietraditie, zegt Gautam.

En die steen voor Ayodhya uit Nederland dan? De mensen hebben daarvan de consequenties niet goed ingezien, zegt hij. Natuurlijk zijn ze heel blij met een nieuwe tempel op de geboortegrond van Rama, maar ruzie met moslims willen ze zeker niet. Dat willen ze nooit, dat was in Suriname ook al zo.

Voornaam

Hoe voelt het nu om een etnische identiteit te hebben, en dan nog wel een die almaar sterker wordt?

De familie Tewarie uit Amsterdam is nauw betrokken bij de zondagse diensten in de Krishna-tempel aan de Amsterdamse Rustenburgerstraat, op een manier die ze twintig jaar geleden, toen ze naar Nederland kwamen, niet helemaal verwacht hadden. Ze hebben het niet slecht gedaan in Nederland: nooit een dag zonder werk, nooit van de bijstand geleefd, ook in het begin niet, en daar zijn ze trots op.

Hij is 46, was in Suriname politieman, en werd hier verzekeringsadviseur - een goeie baan. Zij is een jaar jonger, en werkt nu al een hele tijd bij een ziekenfonds waar ze heel goed met de anderen overweg kan. Zij kan het alleen maar niet over haar hart krijgen om de chef bij zijn voornaam te noemen. Daar is ze gewoon niet in opgevoed. Ze heeft met hem gepraat en gezegd: U moet begrijpen, ik ben een gelovig mens, ik ga iedere zondag naar de kerk, ik kan niet anders. En ze accepteren het. Op personeelfeestjes hebben ze voor haar ook altijd een vegetarische schotel. Dat vindt ze echt zó goed, dat er zó rekening met haar wordt gehouden.

De eerste tien jaar dat ze in Nederland woonden hoorden ze maar weinig van een gemeenschappelijk religieus leven van de hindoestanen. Ja, zo hier en daar hielden de mensen ceremonies thuis, zoals ze dat in Suriname ook al gewend waren, maar echt met z'n allen in een tempel, nee, daar hoorde je nauwelijks van. Tot hij van een paar vrieden vernam dat ze met die Krihsnatempel waren begonnen, en of hij mee wilde doen. Sindsdien zijn ze er steeds inniger bij betrokken geraakt, ze slaan geen zondag meer over. Maar of ze zich zo meer hindoestaan zijn gaan voelen, dat is moeilijk te zeggen. Het is meer dat ze bewuster zijn geworden, kritischer ook, en dat is toch met iedereen zo?

Haar vader was een bekende pandit in Suriname, en ze had als kind wel belangstelling voor die godsdienstige zaken, maar je wist absoluut niet wat het allemaal betekende. Hier is ze er eigenlijk pas over gaan lezen, en toen ze wekelijks naar de tempel gingen maakte ze werkelijk grote vorderingen omdat ze dan iedere week om uitleg kon vragen. Ze weet nog niet veel, denkt ze, maar in ieder geval wel veel meer. En of dat nu door Nederland komt, ze weet het niet. Het schijnt dat er intussen in Suriname net zo'n opleving is van het godsdienstige leven.

Hij denkt dat er nog wel iets anders een rol speelt. Je zegt namelijk wel eens: Kijk eens hoe die islam groeit! Zijn wij minder dan? Het eerste wat de moslims altijd doen is ergens een grote moskee neerzetten. Waarom wij niet? Die moslims zijn zo fanatiek, dat is het punt. Christenen proberen nog begrip te tonen, en bij de hindoes is iedereen welkom. De moslims haten iedereen die niet van hun geloof is. Je moet echt voor ze uitkijken.

Daar komt bij dat de hindoes onderling ook nog verdeeld zijn. De Tewaries zijn van de orthodoxe richting. Anderen horen bij de Arya's, aanhangers van een hervormingsbeweging die uit de vorige eeuw stamt. Die is tegen het vereren van beelden, erkent alleen de oudste - vedische - boeken als de bron van ware religieuze kennis, verwerpt het kastenstelsel en laat vrouwen tot het priesterambt toe. Het zijn de protestanten onder de hindoes, zeg maar.

Wat je nu zag gebeuren, vertelt Tewarie, was een soort estafette: wie gaat het meest naar de tempel, de orthodoxen of de hervormers? Dat was toevallig bij hun ook heel goed te zien, want ze delen hetzelfde gebouw, dezelfde zaal. Links op het podium hangen alleen wat vedische teksten van de Arya's, rechts staan de godsbeelden om een spreekgestoelte dat met slingers is behangen.

Het is eigenlijk zo: de hindoestaan schaamt zich om erg duidelijk voor zichzelf op te komen. Pas via anderen, als hij uitgedaagd wordt, laat hij wat zien. Zo denkt Tewarie er over - als je je niet bewust bent van jezelf houdt niemand rekening met je.

In het gebouw aan de Rustenburgerstraat zitten overigens niet alleen hervormingsgezinde en orthodoxe hindoes bij elkaar. Er is ook een moskee gevestigd, en dat gaf in de beginjaren wel wat problemen. Kwam er iemand heftig binnenzetten: En nu moet het afgelopen zijn met die herrie! Dat is toch veranderd, het gaat nu meer van sorry broeders, kan het ietsje rustiger? Ze hebben geleerd om normaal met elkaar te praten. Dat leer je in Nederland, denkt Tewarie.

Keihard

De Tewaries en veel andere hindoestanen hebben wel zo hun gevoel van verbondenheid met India, maar als de verhoudingen in dat land ter sprake komen blijken ze niet altijd precies op de hoogte, en als ze beseffen dat het om politiek gaat maken ze een afwerend gebaar. Daar worden ze liever niet in gemengd. Bij pandit Ramdhanie echter, de baas van de Ram mandir (tempel) in Den Haag ligt dat heel anders.

Het is heel gek, zegt Ramdhanie. Hij heeft de hele wereld zo'n beetje bereisd.In Suriname liet hij vaak Indiase geleerden overkomen, hier ook nog trouwens, en vrijwel dagelijks heeft hij via brieven contact met India. Maar hij is er nog nooit geweest. Een jaar of acht geleden was hij in de gelegenheid om er een jaar lang gratis te verblijven. Ze wilden dat hij er lezingen kwam geven. Dat was nadat hij een internationale hindoeconferentie had toegesproken en de Indiërs daar vroeg waarom in Europa na het terugveroveren van gebieden alle moskees weer in kerken veranderd zijn, terwijl in India de duizenden moskeeën die ooit hindoetempels zijn geweest, ongemoeid zijn gelaten? Ayodhya is tenslotte maar één van de voorbeelden. En hoe komt het dat islam en christendom overal door tientallen regeringen gesteund worden en het hindoeïsme niet door één?

Ik heb ze een beetje wakker geschud, stelt Ramdhanie niet ontevreden vast. Maar het probleem is, hier kun je alles keihard zeggen, maar daar ligt dat anders. Misschien was hij niet teruggekomen, denkt Ramdhanie, en dat kon hij niet verantwoorden. Als je een kind hebt, dan heb je als goede hindoe een rekening lopen, als het ware. Vooral als het een dochter is, dan heb je pas je schuld aan dat kind voldaan als je haar hebt uitgehuwelijkt. Zodoende kon hij niet weg.

Maar een steen voor Ayodhya heeft hij wel kunnen sturen. Als eerste buiten India, roept hij op een gedragen toon waarvoor hij zich meteen excuseert: in Suriname kenden ze bij politieke bijeenkomsten geen microfoons, dus hij heeft zich een wat nadrukkelijke dictie moeten aanleren. De steen was van marmer. Hij had de tekst er bij een begrafenisondernemer laten ingraveren. 850 gulden kostte dat. Plus nog eens 350 voor de postzegels. Negen dagen lang hadden ze in de tempel geofferd en mantra's opgezegd voordat de steen werd opgestuurd.

De reacties van de moslims op de afbraak van de moskee in Ayodhya waren verschrikkelijk geweest. Acht hindoetempels in Engeland uitgebrand, drie in Brits Guyana, twee in Suriname en twee in Trinidad. Honderdtwintig in Bangladesh, en ga zo maar door. En zijn eigen Ram-mandir was ook bedreigd: via de telefoon, hij had de man zelf aan de lijn gehad. Een Pakistani, zou hij zeggen als hij moest gissen. Ze hebben een hele nacht buiten op straat de wacht gehouden.

De islamieten zijn extremer geworden. Dat zie je wel aan die zwarte sluiers hier - in Suriname droegen ze die niet. Maar Ramdhanie gaat niet voor ze uit de weg. Ja, alle hindoestanen staan achter hem, ook al zeggen ze dat niet. Ze zeggen: Mondje toe, want ze zijn bang voor de islamieten.

De moderne hindoe is niet langer tolerant, daar is Ramdhanie van overtuigd. En zijn godsdienst wordt steeds belangrijker. Nee, hij voelt zich niet op zijn gemak hier, en die godsdienst is dan een belangrijke steun. Dat geldt ook voor de jongeren. Al die jongeren die eerst zo links waren, die heeft hij in zijn tempel gehad, en ze hebben zich verontschuldigd, ze hadden zich vergist zeiden ze.

En zijn dochter? Die heeft net de opleiding voor journalist afgemaakt. Nee, hij gaat geen man voor haar zoeken want die heeft ze zelf al gevonden. Die vrijheid heeft ze, dat spreekt voor zich. De tijden veranderen. Maar dan moeten de wederzijdse ouders elkaar toch leren kennen. Er moet harmonie tussen de families zijn, en daar zal hij op toezien.

Wijsheid

Ramdhanie heeft aanhang, maar hij is een beetje te ongelikt voor veel hindoestanen. Ze wijden liever uit over het universele karakter van hun godsvoorstellingen, de brede toepasbaarheid van de leefregels, de afkeer van bekeren. Eigenlijk willen hindoes dat christenen en moslims gewoon blijven wat ze zijn. Het hindoeïsme, zeggen ze, is de boom waaraan al die religies als takken en bladeren hun plaats hebben. Want dat willen ze toch wel even gezegd hebben: het hindoeïsme is de oudste godsdienst, duizenden jaren ouder dan het christendom. Die oudste wijsheid is geboren en wordt bewaard in India. Dan snapt iedereen wel waarom de eenheid en kracht van India gekoesterd moet worden. Dat is van het allergrootste belang, wordt er dan zacht maar met nadruk gezegd.

Het hindoeïsme is dus van iedereen. Maar de hindoes niet. Vader Tewarie moet er niet aan denken dat een van zijn kinderen met een niet-hindoestaan zou trouwen. Zo iemand zou niet eens met de ouderen in zijn familie kunnen praten omdat die voornamelijk hindi spreken. En bovendien, stel dat hij zomaar met een willekeurige meid zou trouwen en een kind van haar zou krijgen - hoe weet hij dat ze geen koe heeft gegeten? Dan zou onzuiver bloed met het zijne gemengd zijn, dat kan toch niet?

Ze proberen, zegt zijn vrouw, het zoveel mogelijk de kinderen uit te leggen, dan krijgen ze daar later hopelijk geen ruzie over, zoals in andere families waar ze hierover nooit wat tegen de kinderen hebben gezegd. Wat ze wel jammer vindt is dat haar man niet naar India wil. Dat is haar grote droom. Maar hij voelt er absoluut niks voor. Wat dacht je, van dat Indiase eten heb je zó diarree. En ook de vijftienjarige dochter lijkt het niks: nee, oma was er ook al ziek van teruggekomen.

Het zijn belangrijke problemen, dat trouwen van de kinderen, zo niet de belangrijkste. Dat er nog maar weinig uitgehuwelijkt wordt, zoals bij de veertigers nog gebruik was, is wel te billijken. Maar hoe moet het dan? Je kan soms voor de vreemdste verrassingen komen te staan. Zoals die jongen die met een hindoestaanse wilde trouwen, maar nu alleen maar samenwoont omdat de familie van het meisje liever een Hollander als schoonzoon ziet. Dat is toch wel de omgekeerde wereld, verzucht de moeder van de jongen vol verontwaardiging.

Al die eigenheid heeft ook zo zijn nadelen. Hindoestanen doen hun best op school, halen diploma's bij de vleet. Er komen steeds meer doctorandussen. Die willen allemaal een rol spelen in het gemeenschapsleven,. Er zijn wel talloze stichtingen en clubjes, maar blijkbaar niet genoeg om al die 'Hollandse geleerden' ergens voorzitter te laten worden. Vandaar de ruzies overal en de splitsingen. De Arya's, de 'protestanten', hebben zich op die manier over dertig verschillende verenigingen verspreid, ook al komt dat soms alleen maar omdat ze als echte protestanten diepgaande meningsverschillen kunnen hebben over zoiets als de uitspraak van een vedisch woord.

Volgens sommigen zijn er ook zoveel ruzies omdat oude Surinaamse vetes in de families levend worden gehouden. Ja, dat zijn zo de tekortkomingen van een kleine hechte gemeenschap, en niet iedereen houdt daarvan. Richie bijvoorbeeld, de 21-jarige zoon van gelovige Arya's. Van die mensen die zich abnormaal hindoestaans voelen, daar wordt 'ie niet goed van. In Den Haag kom je veel van die lui tegen. Hoe kàn hij dat nou zeggen, roept zijn moeder fel. Ze gaat juist zo graag naar de Haagse markt in de Transvaalbuurt. Daar voelt ze zich helemaal op haar gemak met al die hindoestanen. Nee op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam zou ze zich niet wagen, voor geen geld.

Richie blijft erbij. Hindoestaanse gewoonten zijn wel leuk: die bruiloften bijvoorbeeld, heel gezellig, maar verder moet hij niet te veel hindoestanen om zich heen. Aan de godsdienst ligt het niet, daar leert hij juist veel van. Iedere avond zegt hij een gebed dat eindigt met de regel: God, schenk mij wijsheid en verlicht mijn levenspad. Vooral die woorden, daar gaat het hem iedere avond om.

En die oude vedische teksten, daar zitten zoveel waarheden in! Hindi leren, waar altijd zo op gehamerd wordt om de hindoestaanse identiteit te bewaren, dat interesseert hem niet zo. Maar Sanskriet, die oude taal van de vedische geschriften, dat zou hij wel willen leren. Dan is hij tenminste niet langer afhankelijk van een pandit die telkens maar korte stukjes uitlegt. Dan gaat hij de boeken zelf lezen, in z'n eentje.

TomJan Meeus in Schieringen, een arbeidersbuurt in Leeuwarden gebouwd in de jaren zestig. Het hart van de buurt bestaat uit goedkope huurflats die enigszins verpauperen.