Een leven zonder misdaad

Als niet-psychoanalyticus en niet-jurist treft mij enige overeenkomst in de omgang met respectievelijk psychoanalytici en juristen. Bij beide word ik bevangen door een gevoel buitenstaander te zijn ten opzichte van een in zichzelf besloten denksysteem, waarbinnen alles met alles op geordende wijze samenhangt. Voor wie de ordeningsprincipes niet kent of niet zonder meer als waar wil accepteren blijft de denkwereld gesloten.

Er is echter ook verschil. Terwijl psychoanalytici de neiging hebben je te beschouwen als een oningewijde, bij wie het geen zin heeft ook maar een milde poging tot uitleg te doen - je zult eerst de jarenlange initiatieriten vanaf het allerprilste begin moeten doormaken voor je mag meepraten - zijn juristen daarentegen uiterst behulpzaam en toeschietelijk. Zij beginnen onmiddellijk met uitleg, om pas al doende te beseffen dat er eigenlijk geen beginnen aan is, omdat er zo véél is dat je niet weet.

Nu is dat met de psychoanalyse verder niet hinderlijk. Iedereen moet vrij zijn haar of zijn toevlucht te nemen tot die therapeutische denkwereld. Met justitie ligt dat anders. Laten we ons daarbij beperken tot het strafrecht voor volwassenen: daar wordt voor een minuscuul aandeel ook namens mij recht gesproken. Het strafrecht is in de beschaving ontstaan om het verschijnsel van eigen-rechter te bestrijden. De gemeenschap nam de bestraffing over. Daarmee werd de wraak teruggebracht tot vergelding. Wraak is persoonlijk en er is kans op willekeur en mateloze escalatie. Vergelding streeft gelijke straf voor gelijksoortige daden na en houdt maat: geen oog om een tand.

Wij vinden dat men elkaar bepaalde dingen niet mag aandoen. Gebeurt dat toch, dan hoeft het slachtoffer niet zelf voor bestraffing te zorgen, dat doet de overheid namens de samenleving met behulp van het justitiële apparaat. En die samenleving, dat ben ik te midden van velen met mij. Daar doet het feit dat in een democratie wetgeving en rechtspraak strikt gescheiden zijn, niets aan af. Ik wil dan ook graag kunnen begrijpen wat de overwegingen zijn bij straftoemeting en ik begrijp die niet altijd.

Er was een tijd - zelfs nog niet zo heel lang geleden - dat de rechter zonder meer een magistraat was, een man die door zijn persoonlijk gezag, uitstraling en statuur geacht werd zo wijs te zijn dat hij in staat was de wet streng doch rechtvaardig toe te passen. De tijd ook van 'Dominee zal het wel het beste weten' en 'Dokter moet maar doen wat dokter denkt dat goed is'. Die houding past niet meer bij mondige burgers. Anders gezegd: de officier van justitie heeft een achterban, die niet alleen kritisch toekijkt bij wat wel en niet wordt vervolgd, maar ook de rechter bij zijn of haar strafmaat in de gaten houdt. Als wordt geconstateerd dat onder de burgers een verlangen groeit naar een iets strenger strafsysteem mag men dat niet afdoen als verrechtsing of wijzen op het gevaar van Gesundes Volksempfinden. Mij dunkt dat het meer te maken heeft met het ontwikkelingspeil van de burgers. Zij verwachten van de rechter tegenwoordig dan ook een motivering waarom hij deze en geen andere straf oplegt. De vroeger gebruikelijke standaardtoelichting dat de samenleving was geschokt in haar rechtsgevoel voldoet niet meer. In de woorden van de Amsterdamse hoogleraar Brenninkmeijer in het zojuist verschenen nummer van Justitiële Verkenningen: “Het strafklimaat in Nederland mag niet autonoom door de rechter bepaald worden, doch is afhankelijk van wat alle rechtsgenoten van de strafmaat vinden.” Als rechtsgenoot let men op en denkt en weegt men mee.

Behalve als rechtsgenoot denk ik ook als psycholoog mee en dan valt op dat de psychologie weinig voet aan de grond heeft gekregen in de rechtspraak. Alleen forensische psychiatrie heeft daar een vaste plaats gekregen. Deskundigen uit deze professie mogen getuigen of een bepaalde dader misschien ontoerekeningsvatbaar was. Wie zwakzinnig, schizofreen, psychopatisch enzovoort is, is de daad niet aan te rekenen en wordt voor lange tijd uit de samenleving weggehouden via een zogeheten 'terbeschikkingstelling'.

Psychologen zouden misschien toch ook verstandige dingen kunnen zeggen, en dan niet in individuele gevallen, maar bijvoorbeeld in het algemeen over de effecten van straf op wél toerekeningsvatbare personen.

Behalve vergelding kent het strafrecht op zijn minst nog drie andere overwegingen: bescherming van de samenleving, afschrikking en resocialisatie van de dader. Vergelding is een moreel begrip en gaat de psychologie te boven. Bescherming van de samenleving is de eenvoudige doch doeltreffende overweging achter vrijheidsstraf: zolang de dader in het gevang zit kan hij niet opnieuw kwaad bedrijven. En omdat vrijheidsberoving een naargeestig vooruitzicht is, kan men ook zonder psychologisch empirisch onderzoek er wel voorzichtig van uit gaan dat dit afschrikwekkend werkt.

Bij resocialisatie ligt dat echter anders. Dat raakt aan een van de kerndoelen van gedragswetenschappen: wat kan men - eventueel via straf - doen om gedragsverandering te bewerkstelligen? Aan welke eisen moet een straf voldoen om effectief te zijn? Resocialisatie lijkt bij justitie als strafmotief ook hoger aangeschreven te staan dan de andere drie. Men gunt de dader in de toekomst een leven zonder misdaad. Dat is fraai, maar het is jammer dat men zo weinig van psychologische kennis en onderzoek gebruik maakt om te peilen wanneer en in hoeverre dit mogelijk is. Nogmaals, niet in individuele gevallen, maar in het algemeen.

Dan zou bijvoorbeeld kunnen blijken dat de taakstraffen en het elektronisch huisarrest waarmee men - voornamelijk uit overwegingen van kostenbesparing - gaat experimenteren voor een veel grotere groep effectief kunnen zijn dan nu wordt aangenomen, omdat in veel gevallen een asocialisering wordt voorkomen en resocialisering dus niet nodig is. Want eigenlijk is gevangenisstraf als categoraal opbergsysteem wel een heel primitieve maatregel. Pas dan ook zal men onderbouwd tot de conclusie kunnen komen dat er een groep overblijft van toerekeningsvatbaren die niet te resocialiseren zijn, omdat er in de persoonlijkheid geen aanhechtingspunt te vinden is voor positieve beïnvloeding. De drugdealers, de gewapende roofovervallers, de hardnekkige verkrachters. Voor die hopeloze gevallen zou de gevangenis gereserveerd kunnen blijven als duurzame verblijfplaats waar - daar zijn juristen en niet-juristen en zelfs psychoanalytici het over eens - niemand beter en iedereen slechter wordt.