Directeur sociale dienst De Boer neemt afscheid; 'Stelsel stimuleert inactiviteit en leidt tot armoede'

Jan de Boer (57) was 13 jaar lang directeur van de gemeentelijke sociale dienst in Leeuwarden. Vier jaar geleden werd hij algemeen directeur van de dienst welzijn. Hij werd bekend door zijn progressieve ideeën en provocerende uitspraken. Deze week nam hij afscheid.

HARKEMA, 26 MAART. Hij zegt op te komen voor alles wat onrechtvaardig is. Jan de Boer, krullend grijs haar, kleurige bloes, spijkerbroek, wil uitdragen en provoceren. Op symposia, forums en ingezonden stukken deed hij uitspraken, die politiek Den Haag soms kromme tenen bezorgden.

De Boer wees op de 'gevaren' van de ontkoppeling van lonen en uitkeringen, die een arme onderklasse zou scheppen. Hij fulmineerde herhaaldelijk tegen de naar zijn mening onzinnige bijstandswet, die oncontroleerbaar zou zijn en die mensen niet stimuleert om werk te zoeken. Even druk maakte hij zich echter ook om fraude met uitkeringen en a-sociale huurders die het beste naar 'degradatiewoningen' verbannen konden worden.

De Boers beleid was gericht op het enerzijds voeren van een soepel, menselijk beleid voor mensen die aan de rand van het bestaansminimum leefden, anderzijds op een harde aanpak van bewuste fraudeurs van wie de uitkering voldoende was om in het levensonderhoud te voorzien. Hij was één van de eersten die sociale rechercheurs aanstelde om zwart werken onder uitkeringstrekkers te controleren en die ervoor pleitte anonieme tips over fraude met sociale uitkeringen serieus te nemen (wat hem werd verboden door het gemeentebestuur).

“Ik ben ook één van de eersten geweest die een verhaalsplicht invoerde: heb je te veel uitkering gehad dan moet je dat terugbetalen. Krijg je een erfenis, of win je een ton, dan moet je dat eerst opsouperen.” Strakke naleving van deze regels is volgens De Boer de enige garantie dat er solidariteit blijft bestaan tussen mensen.

Zijn uitspraak dat het kabinet Lubbers (II) een “misdadig” beleid voerde sloeg indertijd in d politiek als een bom in. Hij neemt niets van zijn woorden terug. Het huidige kabinet krijgt hetzelfde predikaat. Iets wat hij de PvdA, - waarvoor hij als raadslid in de gemeenteraad van Achtkarspelen zit - mede kwalijk neemt. “De PvdA is geen spreekbuis meer voor de mensen aan de onderkant. Het aantal mensen met een uitkering stijgt, de uitkeringen worden steeds lager. Een tweedeling tussen actieven en niet-actieven tekent zich af.”

Een gevaarlijke ontwikkeling, stelt De Boer. “Mensen zonder perspectief, die hun geloof in de democratie verliezen stemmen of niet òf op de CD. Zo wordt de democratie uitgehold.” Grote zorgen maakt hij zich om de opkomende “nieuwe armoede”; gezinnen die geen geld hebben voor nieuwe koffiekopjes, voor verjaardagscadeautjes of het schoolreisje van de kinderen. Zijn grootste voldoening is dat hij er tijdens zijn bewind bij de Leeuwarder sociale dienst in slaagde iets te doen voor de echte minima. Zo werd in Leeuwarden extra bijstand verstrekt aan mensen die kampten met hoge woonlasten. “Het departement knarsetandde wel eens, maar kon er geen poot achter krijgen omdat we alles juridisch goed onderbouwd hadden”, aldus De Boer.

Ook tegen de zin van het ministerie in werd besloten langdurig werklozen na twee jaar niet meer te controleren op hun sollicitatieplicht. “We hebben heel wat mensen van een grote frustratie afgeholpen, want je confronteert ze met hun eigen onmacht. Ik heb wel eens iemand gehad die met de Gouden Gids aankwam, een bladzijde opensloeg en aangaf de eerste tien bedrijven te hebben aangeschreven. Zonder succes. Daar krijg je een minderwaardigheidscomplex van.”

Naast voldoening kende hij ook frustraties. Hij vindt het jammer dat er met zijn signalen, bijvoorbeeld over fraude met bijstandsuitkeringen, niets gedaan werd. In 1982 verklaarde De Boer dat dertig procent van de uitkeringstrekkers fraudeert. “De hele politiek viel over me heen, want het zou maar drie procent zijn. In die tijd werd bekend dat dertig procent van de ondernemers fraudeerde met belastingen. De ene mens is niet beter dan de ander.” Hij schat dat twintig procent van de mensen met een uitkering dit best prettig vindt. “Ze hebben de tering naar de nering weten te zetten of klussen wat bij. Ze hebben heel veel vrijheid, geen gezeur van een baas aan je hoofd, niet om acht uur 's morgens op hoeven staan.” Voor De Boer een reden te meer om dit sociale stelsel af te keuren. “Het leidt tot inactiviteit en armoede. Als je nu bij je uitkering een baan zoekt, word je gekort op je uitkering. Niet erg stimulerend.”

Om de werkloosheid aan te pakken pleit hij voor vergroting van de collectieve sector, waaruit banen kunnen worden geschapen. “Je ziet nu dat een uitkering dood kapitaal is, omdat er geen contra-prestatie wordt verlangd. Aan de andere kant is er veel werk dat nu blijft liggen, in de gezondheidszorg, landschapsonderhoud. Breng die twee bij elkaar. Elke langdurig werkloze krijgt op deze manier een baan. Degenen die niet kunnen werken, door drugs- of alcohopverslaving krijgen een verplicht hulpverleningscontract. Bemoeizorg noem ik dat. Willen ze niet, dan krijgen ze een minieme uitkering.”

Zelf treedt De Boer vervroegd uit. Hij kon zich niet langer vinden in de grote bezuinigingen die de dienst welzijn troffen. “We waren bezig een nieuwe dienst op te bouwen die vervolgens wegbezuinigd werd. Mensen moesten keihard werken. Ik voelde me soms net een slavendrijver.” Hij bezuinigde zijn eigen baan weg en wil zich nu onder meer wijden aan het schrijven van een roman.

De Boer is pessimistisch gestemd over de toekomst. Hij voorspelt binnen twintig jaar verstedelijking, verpaupering, milieuproblemen, grote armoede en afbraak van democratische verworvenheden. De oplossing ziet hij in een duurzame kringloopeconomie, waarin de menselijke spierkracht weer in ere wordt hersteld. “We moeten soberder gaan leven en terug naar het bestaansminimum van de jaren zestig. Waren de mensen toen ongelukkiger? Wat is er op tegen om de straten weer te vegen? Als je meer met het handje doet leidt dat tot een gigantisch stuk werkgelegenheid.”