DE WEGWERP BAAN

Zijn flexibele arbeidstijden de redding van de Nederlandse industrie? Die vraag beheerste het grote concurrentie-debat van minister Andriessen afgelopen week. Staat in Nederland de arbeidstijd op de helling, in Amerika is de flexibele arbeidsmarkt al een feit. Er zijn minder werklozen dan in Nederland en het bedrijfsleven bloeit. Maar de onderklasse valt steeds dieper. De middenklasse overleeft dankzij lange, zware werkuren.

'Patrick, tafel voor jou achterin.' Patrick Smith opent de ogen, staat op uit zijn stoel, sjokt het lege zaaltje uit, recht zijn rug en loopt met rustige tred naar het tafeltje waar drie gasten zijn gaan zitten. Café Rio in Detroit bevindt zich, anders dan de naam doet vermoeden, niet in de brandende zon maar onderaan de door de warmeluchtpomp zacht ruisende betonnen constructie, die Westin Hotel heet. “You want breakfast, sir?”, vraagt de gezette, zwarte man van 32 beleefd aan een gast.

Als hij alles heeft opgediend en onderwijl in de keuken een paar repen spek en wat roerei naar binnen heeft gewerkt, keert hij terug naar zijn stoel om opnieuw een uiltje te knappen. De slaap heeft hij hard nodig, want als hij rond twee uur 's middags naar huis kan, moet hij zich omkleden, zodat hij om vijf uur bij zijn tweede baan in Movie Mania, een helverlichte, witte videoverhuur in een sombere, vervallen wijk, kan aantreden. Hij moet er de schappen vullen met teruggebrachte video's en de klanten helpen. De manager zit met het geld achter kogelvrij glas. Hij niet.

Om 12 uur 's nachts is Patrick Smith pas klaar. Als hij om half één thuis komt, ontspant hij zich tot een uur of half twee. De volgende morgen moet hij er weer om vijf uur uit voor zijn baan in het hotel die om zes uur begint. Patrick behoort tot een groeiend leger Amerikanen die aan één baan niet genoeg hebben. Om het leven te kunnen leiden dat ze gewend zijn, moeten ze twee keer zo hard werken als vroeger. Toen Patrick zijn lucratieve baan als nachtmanager voor het hotel verloor, zakte zijn inkomen flink. Dus moest hij een extra baan nemen om het zelfde te kunnen blijven verdienen.

Volgens berekeningen van de econome Juliet Schor (The overworked American) moeten mensen op het onderste viervijfde deel van de inkomensladder 245 uur per jaar extra werken om het zelfde inkomen te verdienen. De 20 procent bovenaan - en vooral de bovenste 1 procent - zijn reëel rijker geworden. In het economisch kwakkelende Los Angeles hebben advocaten, accountants en computerprogrammeurs hun inkomens gemiddeld met een kwart zien stijgen sinds de boom van vijf jaar geleden.

Topmanagers trakteren zichzelf op honderdduizenden tot miljoenen dollars in bonussen. De uitgekeerde bedragen, die nog steeds groeien, staan in geen enkel verband met de winst of het verlies van hun bedrijven. Werkgevers kunnen hun kosten verlagen met betaald of onbetaald overwerk, zonder nieuwe mensen aan te nemen. Amerikaanse bedrijven doen het dan ook uitstekend in de internationale concurrentiestrijd.

Patrick herinnert zich dat zijn ouders ook lange uren maakten in een restaurant of in de autoverkoop, maar zij waren in zijn ogen rijker. Met twee banen verdient Patrick 25.000 dollar per jaar. Van dat inkomen moet hij echter meer doen dan zijn ouders. Sinds zijn echtscheiding is zijn leven duurder geworden. Individualisering kost geld. Hij moet nu anderhalf huishouden onderhouden; dat van hemzelf en dat van zijn twee dochters die bij de moeder wonen. Toch is hij tevreden. “Ik woon in een huis met een elektrische grasmaaimachine, twee telefoons en twee televisies en ik heb zelfs een pieper”, zegt hij. “In mijn bar The Club kost de cognac sommige avonden maar drie dollar per glas. Als ik mezelf eens flink wil pushen, dan haal ik de nacht door. Ik houd van mooie vrouwen.”

Verhuizen

De delegatieleden in de conferentie van de Groep van Zeven grootste rijke landen, die vorige week pleitten voor grotere flexibiliteit in de arbeidsmarkt, confereerden in het met nieuwe hotels en kantoren tot leven gewekte centrum van Detroit. Daar kunnen veel verpauperde inwoners minder goed meekomen met het hoge tempo van produktiviteit en concurrentie. Toch luisterden Duitse politici met bewondering hoe Amerikanen zonder angst voor boze reacties van het sociale overleg praatten over arbeidskrachten die elk loon en elke werktijd accepteren en gemakkelijk verhuizen.

Door de massawerkloosheid heeft de Westeuropese verzorgingsstaat haar morele overwicht verloren; maar daarmee is de vrijere Amerikaanse arbeidsmarkt nog geen ideaal model. Flexibiliteit heeft grote voordelen. Niemand hoeft na het werk langs de schappen van de supermarkt te racen om voor sluitingstijd wat kruidenierswaren in te slaan. Sommige supermarkten sluiten om 10 uur, andere gaan de hele nacht door. Convenience Stores met de hoogst nodige levensbehoeften, bier, kant-en-klare tv-diners voor de magnetron, broodjes en slappe koffie worden met levensgevaar voor het personeel 24 uur per dag open gehouden. De minister van arbeid, Robert Reich, wil iedereen door scholing aan een baan helpen - er is een enorme markt voor laag betaalde ongeschoolde arbeid. Overal en altijd werken 'temps' (tijdelijke krachten) in hun McJobs.

In Los Angeles, waar belangrijke verkeersaders door een aardbeving zijn vernield, proberen bedrijven de spitsuren te ontlasten door werknemers op verschillende tijden te laten werken. Zo is een continue verkeersstroom ontstaan. Sommige werknemers mogen een paar dagen per week thuis aan de computer blijven werken. Hel verlichte bedrijfsgebouwen binden de strijd aan met de nacht. Na grootscheepse afslankingen is de staccatocultuur van de Rotterdamse socioloog A.C. Zijderveld meer dan ooit doorgedrongen in de Amerikaanse economie: geen vaste werktijden, steeds langere werkdagen en geen vaste markeringspunten meer in het wekelijkse ritme.

Voor velen bestaat er geen vaste regelmaat van drie maaltijden per dag. Mensen 'grazen' bij Burger King, als het zo uitkomt. “Het gezin gaat eraan”, klaagt Bernice, een werkende moeder. “We zitten nooit meer rond de zelfde tijd aan tafel.” Wie weinig verdient, kan moeilijk een kinderoppas betalen. Als opa en oma niet vlakbij wonen, worden de kinderen al gauw aan zichzelf overgelaten. Soms zorgt de middaguitzending van Oprah Winfrey of Conan The Barbarian voor afleiding, soms huiswerk, soms seks, soms misdaad.

Kinderwagens

Volgens demografisch onderzoek besteden Amerikaanse ouders sinds 1960 40 procent minder tijd aan hun kinderen. In welgestelde voorsteden vindt elke morgen een dubbele volksverhuizing plaats. Blanke mannen en vrouwen rijden uit; met de bus arriveren Latino's of Aziaten, de tijdelijke krachten die het huishouden doen, de kinderen verzorgen en de tuinen onderhouden. De tijdelijke buren van overdag groeten elkaar, terwijl ze met kinderwagens lopen of heggen knippen. Rob en Susan hebben een kind maar hoeven zich niet aan vaste werktijden te houden. Ze kunnen tegelijkertijd op zakenreis omdat hun Indonesische oppas dan wel een paar nachtjes kan overblijven.

Een Europeaan staat altijd versteld als een Amerikaan zomaar ontslag neemt als zijn baan hem niet zint. In Amerika is het gemakkelijker dan in Europa om nieuw werk te vinden, ook al past dat niet altijd bij de vooropleiding. Aan asielzoekers hoeft geen werkverbod te worden opgelegd. Immigranten hoeven niet meteen in de bijstand. In feite heeft Amerika een deel van de Derde Wereld-sector in eigen land toegelaten. Los Angeles kent lage lonen-industrieën, die in bijna elk ander rijk land zijn uitgestorven.

De verschillen in werkloosheid tussen Nederland en Amerika zijn aanzienlijk groter dan de officiële cijfers - 8 en 6,8 procent - doen vermoeden. In Nederland werkt minder dan een derde van de bevolking, in Amerika iets meer dan de helft. Amerika heeft geen royale sociale verzekering waar behalve zieken ook werklozen of onwilligen onderdak vinden. Om het gesmokkel met categorieën werklozen tegen te gaan hebben de ministers van de G7 vorige week besloten om de werkloosheidsstatistieken onderling meer vergelijkbaar te maken. Ook Amerika kampt met permanente werkloosheid maar het probleem is kleiner dan in West-Europa, waar een groter leger langdurig werklozen beter wordt verzorgd door de staat.

De flexibele werktijden bieden mogelijkheden voor mensen met jonge kinderen en volledige banen. April Coleman werkt van negen tot zeven per dag als hotelmanager. Haar man begint pas om twee uur 's middags en werkt dan tot twaalf uur. Hij kan dus 's morgens voor de drie zoontjes zorgen. Daarna neemt zijn zus, die geen kinderen kon krijgen, de zorg voor hen over. Het gevolg is wel dat Coleman haar man weinig ziet. “Zo krijgen we tenminste nooit ruzie”, lacht ze. Als ze na zevenen thuis komt, gaat ze meestal naar een hamburgertent omdat ze geen tijd meer heeft om te koken. “Ze houden veel van frites”, zegt ze.

Een jaar geleden had Aprils man een volledige nachtbaan. Van twaalf tot zeven 's morgens zat hij aan de computer van een universiteit om de administratie van die dag te verwerken. Overdag kon hij zich helemaal aan de kinderen wijden. In het weekeinde gaf dat problemen. “Hij was 's nachts klaarwakker om van alles en nog wat te doen - maar ik kon niet meer”, zegt ze. Net zoals Patrick met zijn twee volle banen vindt April dat haar ouders beter af waren dan zij. Haar vader werkte in een staalfabriek. Ze woonde in een voorstad, waar ze 's nachts de voordeur open kon laten. Nu woont ze in de minder veilige stad Detroit. Zij en haar man zullen hard moeten werken om ooit de voorsteden te halen, als hun kinderen aan de middelbare school toe zijn.

Zwembad

In het oude Detroit draaide alles om de autofabrieken. Bijna iedere schoolverlater zonder diploma kon meteen op zijn achttiende aan de lopende band om met kofferdeksels stansen of portieren lassen de weg naar de welgestelde middenklasse te vinden. De wereld bewonderde de Amerikaanse, ongeschoolde arbeiders met zwembad in de tuin. De vakbeweging hield het aantal werkuren beperkt en zorgde voor ziektekostenverzekering en andere extra's. Iedereen weet nu dat die tijd nooit weer komt.

In het postmoderne Detroit heeft de auto-industrie zich na een diep dal hersteld, maar de wachtlijsten tellen nog duizenden werkzoekenden. Veel fabrieken zijn naar goedkopere zuidelijke deelstaten of zelfs naar Mexico verhuisd. In de nieuwe hallen staan minder mensen dan vroeger en ze verdienen minder. De arbeidsproduktiviteit is boven het Westeuropese niveau gestegen en soms zelfs gelijk gekomen met die in de Japanse auto-industrie. Robots vervangen verveelde arbeiders, die wel eens een produktiehandeling oversloegen of een vernielzuchtig gebbetje uithaalden. De spreekwoordelijke “maandagmorgenauto” bestaat niet meer. Ook de top is afgeslankt. Heel wat witte boorden zijn gesneuveld onder het mes van de efficiency. Sommigen zijn voor een klein inkomen een eigen consultancy begonnen, anderen vervelen zich in de voorsteden, terwijl hun levenspartner het geld verdient.

De stadskern van Detroit bevat kantoren en hotels en er zijn ook nog vestigingen van Chrysler en General Motors, maar de meeste groei vindt plaats in de voorsteden, die zich van de klap van de auto-industrie hebben hersteld. Veel Detroiters moeten met de bus of met hun gammele, oude sleeën naar de bedrijven in de buitenwijken. Officieel is de werkloosheid in Detroit tot 13 procent gedaald (heel Michigan 6,8 procent) maar veel inwoners hebben het zoeken naar werk opgegeven en bestaan van bijstand, soepkeukens, voedselbonnen of drugshandel. De gouverneur heeft de bijstand voor volwassenen zonder kinderen in de deelstaat Michigan afgeschaft. Slechts acht procent van de 83.000 getroffenen, die vaak aan geestelijke of lichamelijke gebreken leden, heeft een baan gevonden. De meesten moeten van liefdadigheid van soepkeukens en slaaphuizen bestaan. Sommigen verdienen met het geven van bloed voor 20 dollar per halve liter.

Jeugdbendes

De bijstandmoeders zijn beter af dan de alleenstaanden. Het krijgen van kinderen, gehuwd of ongehuwd, geeft in heel Amerika recht op een uitkering. De bijstandsuitkering heet Aid for Families with Dependent Children en bijstandmoeders zijn een groeisector. William Drake (35) is met zijn vrouw Pamela teruggekeerd naar zijn inmiddels vrij gekomen ouderlijke huis in het desolate West-Detroit. Hij heeft zijn welgestelde bestaan in de voorsteden moeten afbreken na zijn ontslag bij General Motors, zeven jaar geleden. Zijn oude buurt is nog even kinderrijk als vroeger, maar in verval door drugshandel en schietpartijen tussen jeugdbendes. Er wonen veel arme bijstandmoeders. De Drakes verschansen zich 's nachts. Ze hebben hun deur vergrendeld met een dikke stalen balk. Drakes sukkelende grootvader, die de benedenverdieping bewoont, is onlangs overdag beroofd.

Sommige ruime bakstenen woningen voor voormalige auto-arbeiders staan leeg of zijn half ingestort. Williams ondernemende Palestijnse overbuurman had nog wel een baantje voor hem in een van zijn bloeiende autowasserijen. Maar toen Drake een revolver moest dragen om zich tegen gevaarlijke klanten te beschermen, besloot hij ander werk te gaan zoeken. Nu is hij tijdelijk werkloos als bouwvakker en ontvangt hij elke twee weken 260 dollar tot de temperaturen weer stijgen en het bouwseizoen weer begint. “Mijn baas zal we wel weer willen hebben. Hij mag me wel”, zegt hij hoopvol.

Voor de 31-jarige Pakistaanse immigrant Khalid Fayyez heeft het leven al een goede wending genomen. Na zijn ontslag uit de autofabriek werkte hij dubbel, als taxichauffeur en parkeerwacht. Omdat hij met zijn gezin zuinig leefde, kon hij in de binnenstad van Detroit met zijn broer een winkel met kranten en broodjes kopen. Als de gevaarlijke avond valt, kan hij de winkeldeur achter zich dicht trekken omdat alle kantoren toch sluiten. Zijn vrouw werkt niet maar zorgt voor hun vijfjarige dochter. Hij wil zijn dochter zoveel mogelijk binnen houden om te voorkomen dat ze bezwijkt aan de soms fatale verleidingen van Detroit.

“Wij moslims hebben geen dure gewoonten. Ik hoef niet naar een bar om alcohol te drinken met een vriendin”, zegt hij. In noodgevallen kunnen familieleden altijd bijspringen. En met een eigen zaak heeft hij minder last van de discriminatie, die hij anders bij het zoeken naar werk zou ondervinden. Toch weet hij dat Amerika niet ideaal is. Hij heeft een Pakistaanse vriend, die mopperend in een taxi rijdt en met nostalgie terugdenkt aan zijn prachtige baan in Duitsland. “Dat waren goede inkomens, daar”, verzucht die altijd. “Maar ja, zo'n baan krijg je niet gemakkelijk.”

Patrick wil iedereen ervan overtuigen dat hij met zijn twee banen een ideaal leven heeft. Als hij op een avond in Movie Mania met vijf videocassettes onder zijn arm loopt om ze in de rekken terug te plaatsen, heeft hij zijn middagslaapje gemist. Gelukkig had zijn vader hem nog een schone trui gebracht. Zijn kelnerbroek heeft hij nog aan. Zijn moeder heeft zijn twee dochters naar sport gebracht, vervolgens naar zijn huis om op te passen en daarna naar het huis van zijn voormalige vrouw, die verpleegkundige is. Zonder zijn ouders zou hij nooit zoveel kunnen werken.

    • Maarten Huygen