De leegte na het proftennis

Lars Skarke: Winner Loses All 257 blz., geïll., Blake 1993, ƒ 53,25

Michael Mewshaw: Ladies of the court 328 blz, geïll, Crown 1993, ƒ 46,-

Coen Vemer: De Tennissers 127 blz, Veen 1993, ƒ 19,90

Een dag na de zelfmoordpoging begon de reparatie van het geschonden imago. Björn Borg, de Zweedse tennisser die vijf keer achter elkaar Wimbledon had gewonnen, zou geen slaappillen hebben geslikt, maar een verkeerde vis hebben gegeten.

Op 6 februari 1989 belde zijn vriendin, de Italiaanse popzangeres Loredana Berté het ziekenhuis in Milaan. “Mijn verloofde is ziek, stuur een ambulance.” De receptioniste die de telefoon aannam, verdiende vervolgens een aardig bedrag door de Italiaanse pers te tippen. Toen Borg in het ziekenhuis arriveerde en een paar uur later met een laken om zich heen geslagen weer naar buiten kwam, stond een leger fotografen klaar.

Het is opmerkelijk in Winner Loses all te lezen hoe eenvoudig Borg zijn reputatie weet te herstellen. Een week na de zelfmoordpoging gaf Borg een interview. Een Zweedse journalist mocht, als eerste en enige, in de villa in Cap Ferrat met de ster praten. “Heb je een zelfmoordpoging gedaan?” Borg keek boos en antwoordde: “Iemand die zestig pillen slikt verlaat niet een paar uur later al weer het ziekenhuis. Dat is onmogelijk.” Borg kreeg vier pagina's in de Zweedse avondkrant, het verhaal werd overal in het buitenland overgenomen.

Winner Loses All is een afrekening met Borg door zijn Zweedse zakenpartner, Lars Skarke, die berooid achterbleef toen Borg hem vijf maanden na het voorval in Milaan in de steek liet en hun project, de Björn Borg Design Group, liet barsten. Borg moest enige miljoenen ophoesten voor de schuldeisers, maar had nog honderd miljoen gulden opgeborgen op de Kanaaleilanden. Skarke was al zijn geld kwijt en schreef zijn frustraties van zich af.

Zelfs als de helft waar zou zijn, is het een somber stemmend relaas over de gevallen tennisheld. Over een sporter die ook na zijn actieve carrière belast bleef met de spelregels die golden toen hij op de baan stond, terwijl de compensatie - het sportieve succes - verdwenen was. Wat resteerde was roem, geld en vrije tijd.

Status van popster

Björn Borg, geboren op 6 juni 1956, won in 1974 de eerste van zijn zes titels op Roland Garros en bleef van 1976 tot 1980 ongeslagen op Wimbledon. Hij was sterker, had meer uithoudingsvermogen en trainde harder dan wie ook. Hij was de eerste echte tennisprofessional en wist met het blonde haar tot op zijn schouders buiten de sportwereld de status van een popster te verwerven. In zijn topjaren verdiende hij anderhalf miljoen gulden aan prijzengeld, het dubbele met demonstratiewedstrijden en het viervoudige aan sponsorgelden. Hij maakte reclame voor veertig verschillende bedrijven. Met constructies via Monaco, Nederland en de Kanaaleilanden betaalde hij hooguit vijf procent inkomstenbelasting. Toen hij in 1983 de tennisbaan vaarwel zei, bleken er ook mannen geïnteresseerd in zijn aantrekkingskracht. De zakenman Skarke zocht zijn vriendschap, betrok hem in zaken en leerde ook het privé-leven van Borg kennen.

Een rusteloos bestaan. Op de baan en in het openbaar was hij de 'ice-man'. Koel, Scandinavisch, topatleet. Ook na zijn 'pensioen' rookte of dronk hij nooit in het openbaar, bleek hij bij pr-activiteiten zijn rol voorbeeldig te kunnen spelen. In het gevolg van de Zweedse minister-president, die Ronald Reagan bezocht, tenniste Borg in Washington met vice-president George Bush en toonde hij zich een vlekkeloos ambassadeur van Zweden.

Maar onder de oppervlakte knaagde het wantrouwen. Iedereen wilde profiteren van zijn status als superman, zijn huwelijken mislukten. Tussendoor was Borg soms dagenlang zoek. Dan feestte hij. Skarke, die net als Vitas Gerulaitis, Mick Jagger en anderen, vrolijk meedeed, beschrijft avonden vol vrouwen, cocaïne en drank. “De wereld is mijn sauna”, was het motto van de onverzadigbare Borg. Maar steeds kreeg het wantrouwen de overhand, keerde Borg terug naar zijn ouders en liet hij iedereen in de steek. Toen hij zijn investeringen terugtrok, ging Design Group failliet en nam Skarke wraak met het boek.

Borg, inmiddels 37 jaar oud, heeft de afgelopen jaren zonder veel succes geprobeerd een come-back te maken. Een nederlaag in Moskou in november vorig jaar was zijn 'definitieve' afscheid van het profcircuit. Hij speelde een enkel liefdadigheidstoernooi en won in februari in Zweden nog een partij van zijn landgenoot Mats Wilander, die dit jaar in de Open Australische kampioenschappen de vierde ronde haalde.

Eenzaamheid

Tennissters hebben het met hun imago nog zwaarder dan hun mannelijke collega's, is de stelling van de Amerikaan Michael Mewshaw. In 1982 reisde hij een jaar lang met de mannen mee van toernooi naar toernooi. Zijn verslag, Short Circuit, onthulde voor het eerst de belangenverstrengeling tussen management-bureaus en sponsors, de afspraken tussen toernooidirecties en scheidsrechters, die de toppers beschermden. Hij ontdekte dat spelers zich met opzet uit het dubbeltoernooi lieten slaan als ze een vliegtuig moesten halen.

In 1992 trok Mewshaw met de vrouwen mee. Behalve verhalen over Seles, Graf en Sabatini, bevat ook Ladies of the court een boodschap over misstanden in het tennis. Uit gesprekken met coaches, vaders, managers en oudere speelsters destilleert Mewshaw een beeld van eenzaamheid en vervreemding.

De Tennissers van Coen Vemer behandelt alleen de Nederlandse profs. Die beginnen gemiddeld een paar jaar later dan hun buitenlandse collega's aan het nomadenbestaan, doen eerst eindexamen en gedragen zich dan ook volwassener dan de buitenlanders. Het zijn mooie, afgeronde portretten van tamelijk 'gewone' sporters: de arbeider Mark Koevermans of de kunstenaar Jan Siemerink. Alleen de eigenzinnige Richard Krajicek, een van de weinigen die hun middelbare school niet afmaakten, wilde nog wel eens een onbezonnen uitspraak doen. De kritiek op zijn spontane uitspraak dat vrouwelijke tennissers dikke varkens zijn, maakte hem snel wijzer.