DE LAATSTE PARADEPAS; De roemloze aftocht van de Westgroep van het Rode Leger

Op 31 augustus moet de laatste Russische militair de voormalige DDR hebben verlaten. Bijna elke dag is er ergens in Oost-Duitsland wel een 'officieel afscheid'. De treinen rijden al drie jaar af en aan met materieel en manschappen. De opluchting over dit militaire einde van de deling van Duitsland en Europa is niet algemeen. Tevreden Duitsers betaalden een zacht prijsje. Nu mogen ze verdrietige Russen uitzwaaien. Ongeveer 45 jaar kon niemand ze wegkrijgen als bezetters. Nu ze eindelijk vrienden zijn, moeten ze naar huis. Wat er van deze nieuwe vrienden zal worden, is onzeker. Ondanks het geld en de goede woorden blijft de trots der Russen gekrenkt.

Het leven was goed voor luitenant Boris, 24 jaar en gelegerd in het hoofdkwartier van de 'Westgroep der strijdkrachten' te Wünsdorf. Zoals het ook aangenaam is geweest voor majoor Aleksei (36) en majoor Aleksandr (39) van de Russische luchtmachtdivisie in Wittstock. Zelfs dienstplichtig soldaat Volodja (19) uit Moskou, sinds een jaar gelegerd in Potsdam/Nedlitz, heeft genoten.

Ze behoren alle vier tot de elite van de elite der Russische militairen; de erfgenamen van de overwinnaars der 'Grote Vaderlandse Oorlog'. Ze hadden dus status en, niet minder belangrijk, sinds 1990 ook echt geld. Soldaat Volodja kreeg slechts 25 DM aan wedde, maar als keukenhulp viel er altijd wel wat te scharrelen. Daarom had hij in Moskou alle zeilen bijgezet om in Duitsland voor zijn nummer op te mogen komen. Luitenant Boris had als oficier uiteraard nog meer mogelijkheden. Hij verdiende 780 harde marken per maand. De twee majoors vingen 1000 DM, plus nog eens een Russisch salaris van 300.000 'houten' roebels (vandaag 200 mark, morgen kan dat al weer minder zijn). Dat was helemaal niet slecht, als je wist dat een pakje sigaretten in de kantine van het legerkamp slechts 1,04 DM kostte en een stevig glas vodka amper 60 pfennig.

Maar nu is het allemaal voorbij. Dat stemt somber. Het gemoed heeft zijn weerslag gevonden in het afscheidslied dat de militairen van de Westgroep bij hun vertrek zingen. “Vaarwel Duitsland. Wij nemen afscheid. We keren terug naar ons geliefde moederland. We nemen afscheid met tranen. Maar onze liederen zullen blijven. Opdat het leven in Rusland goed is en het verleden ook.”

Maar Boris wil helemaal niet terug. En dat wil hij als wachtcommandant bij de poort van het immense Westgroep-hoofdkwartier in Wünsdorf maar al te graag kwijt. Hij zit namelijk verlegen om advies. Boris heeft een vrouw en twee dochters. Hij weet dat er voor hem als militair weinig toekomst is. Hij zou naar het veertiende leger in Tiraspol terug moeten, de hoofdstad van de officieuze Dnjestr-republiek. Maar de Moldavische nationalisten aan de overkant van de rivier hebben er de verkiezingen verloren. Als het tij er keert, loopt Boris gevaar. Twee jaar geleden verdedigde hij de Russische stad Bendery. Boris heeft toen, liggend aan de spoorlijn, geschoten op Moldavische milities. Die zouden hem dat nu wel eens kunnen inpeperen. Opgelucht heeft hij gehoord dat ze in Brazilië een gezinnetje als het zijne graag zien immigreren. Maar hoe komt hij in Bonn? Oh, is er een consulaat in Berlijn? Dat maakt het eenvoudiger. Hij zal er zich melden, hoewel de commandant het niet op prijs zou stellen als een van zijn luitenanten zou deserteren.

Puinhoop

Radio-technicus Aleksei (Russische vader, Finse moeder) gaat wel met zijn regiment mee naar Sint-Petersburg. Daar gaat hij door naar zijn geboorteplaats Petrozavodsk, om er met zijn gespaarde marken een handelsfirma op te zetten. Collega Aleksandr, een bouwkundig ingenieur, ook getrouwd, ook een kind, en met zeven dienstjaren de meest ervaren man van het trio, wil zijn divisie eerst nog even volgen. Zijn luchtmacht-regiment gaat naar Rostov-aan-de-Don. Maar hij heeft er geen vertrouwen in. Rostov is traditiegetrouw de 'vader van de misdaad' in het Russische Rijk, een bijnaam die sinds de massale aanwezigheid van Kozakken en ander ongeregeld volk in de Donstad alleen maar aan kracht won. Daarom overweegt Aleksandr 'uit dienst' te gaan en zich te vestigen in zijn Vinitsa in de Oekraïne. Gelet op de nagenoeg complete instorting van de economie aldaar is dat geen aanlokkelijk perspectief. “Naar huis? Dat is altijd prettig. Maar wat we zullen vinden? We weten het niet, waarschijnlijk een puinhoop.”

De hoogste militairen uit Wünsdorf weten waar zij terechtkomen. Ze gaan naar Moelino, bij Moskou waar met Duits geld, Turkse arbeiders onder Finse leiding een heel dorp uit de grond wordt gestampt.

“De kwaliteit van de woningen is uitstekend”, aldus generaal-majoor Nikolaj Frolov, commandant van de artilleriedivisie in Potsdam. “We zullen zien”, weet vaandrig Leonid in dezelfde kazerne nu echter al. Ook hij verliest straks een vorm van commerciële vrijheid die het leven in Duitsland zo aantrekkelijk maakte. Corruptie, werd dat wel genoemd. Maar de verhalen zijn een beetje opdroogd. Over het lot van majoor Georgi Sjkoetnik, de dirigent van de blaaskapel die acht maanden geleden werd gearresteerd en overgebracht naar een psychiatrische kliniek, zwijgt men bijvoorbeeld liever. Een paar jaar geleden was dat wel anders. Staatsinspecteur Joeri Boldyrev, stortte zich toen op het gerommel in militaire kring. Een lijvig rapport over de 'schending van de financiële taken' was daarvan op 27 november 1992 het resultaat. Er zou op grote schaal brandstof worden verkocht tegen dumpprijzen, waarvan de opbrengst op particuliere rekeningen van inderhaast opgerichte joint-ventures werd bijgeschreven. Er zouden handeltjes zijn opgezet met wapens, sportkleding, drank en andere consumptiegoederen waarvan de winst soms zelfs naar banken in het Westen verdween. En er was het hilarische gerucht over een zekere vaandrig Pronin die namens hoge militairen maar liefst veertien Mercedessen in bezit zou hebben. Zowel zijn rang als zijn achternaam maakte dat ongeloofwaardig. Een vaandrig betekent in het Russische leger niets, ook al veinst de leiding terwille van de recrutering dat het een heus 'beroep' is. En 'Pronin' is vooral bekend als de karikaturale majoor die ten tijde van Brezjnev dienst deed als hoofdpersoon in talloze grappen over politie en KGB.

Boldyrev noemde in zijn rapport man en paard. In een concept-oekaze stelde hij voor om zes één en twee sterren generaals van hun 'rang te beroven'. Maar Jeltsin ondertekende het decreet niet. Het pakte precies omgekeerd uit. Drie maanden later werd Boldyrev ontslagen. Daarna werd het zeer stil rond de handel en wandel van de Westgroep.

Uniform

De resterende divisies moeten het nu doen met hun bescheiden populariteit in Duitsland. Die danken ze aan hun houding in oktober 1989, toen de Oostduitse volksopstand tegen Honecker begon en het Rode Leger daaraan indirect meehielp door in de kazernes te blijven. Het leverde de Sovjet-militairen vooral faam op in West-Duitsland. “Een merkwaardige paradox. In 1972 waren de verhoudingen met de regering van de DDR prima. Ik diende toen in Cottbus. Nu kunnen we juist goed overweg met de Westerse geallieerden”, zoals kwartiermeester-generaal German Laptev opviel toen hij een jaar geleden, na twintig jaar afwezigheid, in Wünsdorf terugkeerde om er het vertrek van de luchtmacht te organiseren.

“Ik voel me hier niet als een bezetter”, aldus Laptev aan de rand van het podium op het regenachtige marktplein van Wittstock. Soldaat-muzikanten en danseressen verzorgen er een afscheidsoptreden van het 33ste regiment jachtvliegers. Er zijn er maar tweehonderd komen opdagen. Er was op duizenden gehoopt. Een modeshow in een restaurant elders aan het plein blijkt een geduchte concurrent, ook al wordt uit piëteit daar iets later begonnen.

Laptev had zijn ondergeschikten geadviseerd op deze feestelijke dag in uniform te verschijnen. In de woorden van majoor Oleg Sgibnjev, redacteur van het in Oostduitsland verschijnende Russische legerdagblad Naslednik Pobedij (Erfgenaam der Overwinning): “Wij zijn de overwinnaars, maar dat betekent: de bezetters. Dergelijke stereotypen sterven slechts langzaam. Laten we de Frans-Duitse betrekkingen als voorbeeld nemen. Zij hebben al lang een synoniem: verzoening.”

Maar in Rusland zullen de militairen van de Westgroep in een hyper-gepolitiseerd klimaat verzeild raken. Sinds haar interventie op 4 oktober 1993 heeft de krijgsmacht er een nieuwe politieke rol. Het leger heeft president Jeltsin toen in zijn gevecht met het oppositionele parlement gesteund. Minister van defensie generaal Pavel Gratsjov beloofde Boris Jeltsin daarna ook dat zijn mannen voor de partij Vibor Rossii (Ruslands Keuze) van toenmalig vice-premier Jegor Gajdar zouden stemmen.

Onder elkaar

Maar onder het kader bleken daarover veel gemengdere gevoelens te leven. Hoe de militairen bij de parlementsverkiezingen op 12 december exact hebben gestemd, is moeilijk vast te stellen. De gewapende arm van de Russische maatschappij pleegt of als geuniformeerd burger temidden van de andere burgers te stemmen of onder elkaar in de kazerne. Uit onderzoek, onder andere verricht door de Novaja Gazeta in Moskou, bleek dat dit onderscheid ook tot zeer verschillende uitslagen heeft geleid. In de gemengde kieslokalen van Paro-Fominsk stemde 34 procent voor Gajdar, 26 procent voor zijn gematigde en halve geestverwant Grigori Javlinski (de econoom) en slechts zeventien procent voor Vladimir Zjirinovski. Uit de stembussen van de elite-Kantemirov-divisie kwamen echter hele andere cijfers: de helft stemde daar Zjirinovski, achttien procent de communist Gennadi Zjoeganov en amper zestien procent Gajdar. De Novaja Gazeta schreef dat de 'zeventig procent militaire aanhang' die Zjirinovski claimde wel eens 'dicht tegen de waarheid' kon liggen. De officiële mededeling dat de Westgroep maar voor 24 procent Zjirinovski heeft gestemd, roept dan ook wantrouwen op. Temeer daar de stemmen van de Westgroep niet ter plaatse zijn geteld, maar in Moskou op de grote hoop zijn gegooid, zoals officieren in Wünsdorf, Wittstock en Nedlitz ons lieten weten.

Ander stemgedrag wil evenmin zeggen dat er ook andere opvattingen aan ten grondslag liggen. Majoor Aleksei heeft bijvoorbeeld Gajdar gestemd en zijn drink-vriend/ranggenoot Aleksandr burgemeester Anatoli Sobtsjak van Sint-Petersburg. Maar ze zeggen iets heel anders, terwijl we als buitenlanders in de bar van het garnizoen in Wittstock illegaal een glas drinken en een kippepoot eten. “Rusland is 's werelds rijkste en machtigste land. Het Russische volk is ook het geduldigste ter wereld. Door God gegeven. En nu? Nu is alles er miezerig. Niemand is meer bang voor ons. Wie de schuld heeft? Gorbatsjov. Michail Sergejevitsj heeft alles kapot gemaakt, onze trots verwoest.” Dat zijn emoties waarop Zjirinovski zijn succes kan enten. Zij het dat hij bij de schuldvraag al een president verder is: bij Jeltsin. Maar dat zegt in de Russische verhoudingen weinig. Gorbatsjov of Jeltsin, het lijkt slechts een kwestie van tijd.