DE LAATSTE PARADEPAS; De roemloze aftocht van de Westgroep van het Rode Leger

Op 31 augustus moet de laatste Russische militair de voormalige DDR hebben verlaten. Bijna elke dag is er ergens in Oost-Duitsland wel een 'officieel afscheid'. De treinen rijden al drie jaar af en aan met materieel en manschappen. De opluchting over dit militaire einde van de deling van Duitsland en Europa is niet algemeen. Tevreden Duitsers betaalden een zacht prijsje. Nu mogen ze verdrietige Russen uitzwaaien. Ongeveer 45 jaar kon niemand ze wegkrijgen als bezetters. Nu ze eindelijk vrienden zijn, moeten ze naar huis. Wat er van deze nieuwe vrienden zal worden, is onzeker. Ondanks het geld en de goede woorden blijft de trots der Russen gekrenkt.

'Het is een schande. Dit is het leger dat ons heeft bevrijd en nu staat hier een handjevol mensen om afscheid te nemen.' Verbittering en nostalgie beheersen de stemming van de 65-plusser. Net als een paar andere Potsdammers draagt hij zo'n halfhoge blauwe visserspet met klep. Dat lijkt een bewijs van lidmaatschap van de club van gisteren en eergisteren. Nostalgie? Dit Oostduitse seniorenconvent heeft last van driedubbele nostalgie. De DDR en de SED zijn er al niet meer, de Sovjet-Unie is opgeheven en dadelijk is ook het Rode Leger verdwenen. Natuurlijk valt er een motregen uit een grijze lucht die erger belooft.

Hier, in de vroegere Delius-kazerne in Potsdam/Nedlitz neemt deze vrijdag de 34ste artilleriedivisie van de Westgroep van het Russische leger officieel afscheid van Duitsland. Overal in Oost-Duitsland nemen de restanten van de in 1990 tegen de 400.000 militairen tellende Westgroep afscheid. Ze willen dat in 'vriendschap' doen maar weten dat zij voor veruit de meeste Oostduitsers allang niet meer de 'bevrijders' of 'beschermers' zijn die zij ruim 40 jaar lang officieel waren. Nee, sinds de Duitse eenwording zegt iedereen hardop wat de Westgroep werkelijk was: een bezettingsarmee.

Op de enorme appelplaats kijken familieleden met Japanse videocamera's en foto-apparaten in de aanslag naar hun mannen en vaders die als officieren voor hun aangetreden eenheden staan. Het is een feest voor ongeoefenden. Met plechtige toespraken van dikke mannen in zware officiersjassen op een inderhaast aangelegd podium. Ze zijn hoog, ze hebben een rode generaalsrand om hun pet, de kleur van hun gezichten en neuzen wijst erop dat ze hun militaire problemen wel eens bij een flesje wodka bespreken. De divisie vocht zich ooit door Oost-Europa naar Duitsland. Via de gigantische tankslag bij Koersk, die misschien nog meer dan Stalingrad de ommekeer bracht. Via Warschau en Praag, op weg naar Berlijn om daar de fascistische vijand te verpletteren. En om daarna in het 'Vrije Duitsland', in de onvrije DDR van de opeenvolgende SED-chefs Wilhelm Pieck, Walter Ulbricht en Erich Honecker met twintig divisies te blijven.

Maar dát zeggen die generaals natuurlijk niet. Zomin als zij openlijk spreken over de rol die de Russische tanks in 1953 speelden bij het neerslaan van de arbeidersopstand in Oost-Berlijn. Of over hun regie bij de bouw van de Berlijnse Muur in 1961. En nog minder over het consigne dat de Westgroep najaar 1989 uit Gorbatsjovs Moskou kreeg toen de DDR wegspoelde: niet mee bemoeien, in de kazernes blijven! Tussen dat consigne en het afscheid van vandaag loopt een rechte lijn, die voor veel van die generaals waarschijnlijk nog steeds pijnlijk onbegrijpelijk is.

Orde

Generaal-majoor Nikolaj Frolov, de divisiecommandant, spreekt in een Russisch-Duitse tweezang met burgemeester Horst Gramlich over de onvergankelijke vriendschap tussen de 34ste divisie en Potsdam. De burgemeester heeft het voorzichtig over de 'vroeger georganiseerde vriendschap' die nu echte vriendschap geworden is. Frolov schudt vervolgens de handen van een druipnat carré van 'verdienstelijke' officieren die allemaal per 'bevel' van de generale staf een militaire orde krijgen.

Het bewegend gedeelte van de dag komt aan bod. De videocamera's blijven nu zoemen, zeker als daarna een speciaal aangevoerde eenheid soldaten in lange grijze jassen, met witte handschoenen, stormgeweren en gezichten uit vele Europese en Aziatische streken, een nummer 'kunstexercitie' geeft. Dan volgen de commando's van een verkenners-bataljon, harde mannen uit de traditie van de Smersj-eenheden uit de oorlog, die in camouflagepakken met het hoofd en de vuist dakpannen kapot slaan. Maar dan zet de regen zó hevig door, dat het publiek nog schaarser wordt en de mannen op het podium het welletjes vinden. Nog één keer defileren 1700 man in de bekende paradepas langs, de bijna-kindergezichten van de soldaten op commando strak naar rechts. Nog één keer zwaaien de oude heren met hun blauwe petten naar hun beschermers van vroeger. Eind mei zal de hele divisie verdwenen zijn.

Leb Wohl, Deutschland! Het staat op het spandoek haast bezwerend, namens het Rode Leger dat door de geschiedenis alsnog is verslagen. Sinds Helmut Kohl in 1990 in goed een half jaar tijd de Duitse eenheid bij Michail Gorbatsjov tegen een geringe vergoeding (13 miljard) wist los te praten, heeft dat leger niets meer te verdedigen tussen Rostock en Dresden. Maar dat spandoek is welgemeend, als Russen iets met West-Europa hebben, is het met Germania, dat zij - meer nog dan andere Europese buren - zowel bewonderen als een beetje vrezen. Zoals de Duitsers zich nu meer dan hun Westelijke partners zorgen maken over instabiliteit in Oost-Europa en Rusland. Bonn duwt en trekt om de banden tussen de Europese Unie en de Navo en Polen, Tsjechen en Hongaren en als het kan ook met de Russen aan te halen. Tegelijkertijd geven de Duitsers grote financieel-economische en politieke steun aan Warschau, Praag, Boedapest en het Moskou van Boris Jeltsin. Ze kunnen niet anders en moeten hopen dat hun Westelijke bondgenoten daaraan meedoen, want anders dreigt 45 jaar geslaagde Duitse 'Westintegratie' dadelijk onder spanning te raken.

Zorgen

De officieren en hun gezinnen zijn gehuisvest in van die trieste Oostduitse Plattenbau-complexen, in één- of tweekamerwoningen op veelal buitengewoon verwaarloosde en vuile kazerneterreinen, waarover de Duitse erfgenamen zich om milieuredenen grote zorgen maken. Een autorit over de luchtmachtbasis in Wittstock, door Josef Goebbels in 1938 geopend, biedt het Westerse oog een contrast. De wegen zijn slecht, de soldatenbarakken scheefgezakt en verveloos, met gaten in muren of daken. Zelfs het officierscasino ziet er uit als een uit zijn krachten gegroeide koek-en-zopie-tent. Alleen Lenin, die net een crèmekleurig verfje heeft gekregen, is er hier wat beter afgekomen. Maar aan de rand van de basis staat een glimmende rij MIG-29's. Ze zeggen zwijgend: wij staan hier namens een afgetreden supermacht, het ging vooral om ons, niet om die soldaten.

Soldaten? Die mogen alleen onder toezicht of met speciale permissie buiten hun kazernes komen. Daarbinnen moeten zij behalve strenge tucht een zekere terreur van hoger geplaatsten of langer dienenden verduren. De verhalen zijn niet mis, jaarlijks zouden enkele tientallen soldaten ernstig gewond raken of omkomen. Afpersing door 'ouderejaars', om geld of seksuele gunsten, zonodig onder dreiging met geweld, komt frequent voor. De laatste jaren is daar commerciële criminaliteit bij legerplaatsen bijgekomen, zoals wapenverkoop en drugshandel. De lange arm van de Russische maffia heeft de Westgroep al bereikt.

Naar westerse norm zou de dienst hier dus gruwelijk moeten zijn. Maar deze militairen zien dat anders. Daarvoor zorgt onder meer de D-mark, waarin soldij en wedde sinds 1990 worden betaald. Bovendien: de Westgroep is de trotse herinnering aan de overwinning op nazi-Duitsland. Geen andere gebeurtenis in de geschiedenis van de Sovjet-Unie heeft zoveel betekend voor haar zelfvertrouwen en haar identiteitsbesef, als die zege van 1945. Zo gezien gaf Gorbatsjov de Sovjet-Unie al in '90 een beetje weg, namelijk toen hij de DDR - de politieke en psychologische hoofdprijs van de Grote Vaderlandse Oorlog - 'weggaf' aan de Bondsrepubliek.

Convooien

In militair opzicht zijn de afgelopen jaren fantastische dingen gebeurd in het verenigde Duitsland. De Volksarmee (NVA) en de Bundeswehr (in '90 samen nog zo'n 550.000 man) werden geïntegreerd en beperkt tot 370.000 man. De Amerikanen beperkten hun troepen van 250.000 tot 175.000 man nu en willen verder terug tot 140 à 100.000. De Britten willen in '95 van 70.000 man terug zijn tot 30.000. De Fransen trokken 20.000 van hun 45.000 man terug (en willen 1995 op 18.000 uitkomen). België, Nederland en Canada haalden samen tienduizenden militairen naar huis.

Maar dat alles wordt overtroffen door de repatriëring van de Russische Westgroep die sinds eind 1990 van de toen 380.000 in Oost-Duitsland aanwezige militairen (met circa 170.000 gezinsleden) intussen al zo'n 350.000 man, met circa 90 procent van het materieel, in bijna dagelijkse convooien per trein en schip heeft gerepatrieerd. Niemand betwijfelt dat eind augustus '94 de Westgroep Oost-Duitsland geheel heeft ontruimd. Dat is een klein half jaar eerder dan in 1990 werd afgesproken. Kohl is vorige zomer - ongetwijfeld met het verkiezingsjaar '94 in gedachten - Jeltsin een extra miljard mark gaan brengen voor zo'n nog iets vervroegde aftocht.

Kohl en Gorbatsjov spraken juli 1990 in het Kaukasische Zjelesnovodsk af: de Bondsrepubliek betaalt aan schenkingen en renteloze kredieten circa dertien miljard mark, als bijdrage in de transportkosten en - vooral - voor de bouw van 34.000 woningen voor officiersgezinnen in de Sovjet-Unie (7,8 miljard). Moskou zelf zou er nog eens 36.000 bijbouwen. Kohl dacht aan opdrachten voor Oostduitse bouwbedrijven, maar Gorbatsjov vroeg en kreeg ten slotte een regeling waarbij via open inschrijving de laagste offertes op de internationale markt konden worden gekozen.

Toen begon de misère. Turkse en Finse bouwers kregen de eerste grote orders in plaats van Oostduitse bedrijven die hun prijzen inmiddels in D-marken berekenden. De Fins-Turkse prijzen waren weliswaar laag, maar de kwaliteit en het tempo van hun werk ook. Wat gebeurde? De Sovjet-Unie stortte eind 1991 ineen, de Russische republiek en het Gemenebest van Onafhankelijke staten ontstonden. In deze administratief en ambtelijk tobbende staatkundige creaties hadden woningen voor terugkerende officieren niet de hoogste prioriteit.

Waar zo'n 80 procent van de officieren van de Westgroep de Russische nationaliteit heeft, was de bouw van woningen buiten Rusland (een stevig aantal in Kazachstan bijvoorbeeld) bovendien grotendeels voor niets geweest. Van de tot eind 1993 teruggekeerde officieren heeft 40 à 45 procent (48.000) nog geen woning maar huist in tentenkampen of snel aangepaste schoolgebouwen bij Moskou, aan de Volga en in de noordelijke Kaukasus. De Duitsers, zo is nu al te voorzien, moeten per 31 augustus van hun beloofde contingent nog circa 25.000 woningen (laten) opleveren, de Russische achterstand beloopt dan 22.000 woningen. Als opperbevelhebber van de Westgroep heeft generaal Boerlakov, een vriend van Jeltsin, de afgelopen maanden dan ook scherpe kritiek op de vertraagde bouwprogramma's geuit. Het zal niet helpen. De misère reist sowieso mee terug.

    • Hubert Smeets
    • J.M. Bik