De dorpspomp leeft weer op dankzij de multimedia

Beeldstorm, Van McLuhan tot superhighway, zondag, 21.21-23.31u.

De tv-kijker kan het onderscheid tussen fictie en werkelijkheid niet meer maken. Welke gevolgen heeft dat voor individu en samenleving? Die vraag legde programmamaker Frank Wiering voor aan een aantal massacommunicatie-deskundigen aan het begin van het eerste deel van een ruim zes uur durend drieluik over nieuwe media-ontwikkelingen, die de VPRO de komende maanden onder de titel Beeldstorm uitzendt.

Wiering bekent in de inleiding van zijn eerste uitzending, 'Van McLuhan tot superhighway', dat hij de gewelddadige beelden uit Bosnië en Somalië op den duur niet meer kon aanzien. “Heeft het informatiebombardement de werkelijkheid veranderd?” vraagt hij retorisch. In een 'poging tot analyse' legt Wiering zijn oor te luisteren bij de Duitser Jo Groebel, hoogleraar te Utrecht en media-adviseur van het Bertelsmann-concern en de Duitse overheid. Deze laat met behulp van videobanden zien waar de schoen wringt.

Volgens Groebel is nieuws een produkt geworden. De live-verslaggeving van CNN is verworden tot een 'comic-strip', een karikatuur van de werkelijkheid. Sterker nog, als het even kan manipuleert de tv-karavaan ter plekke de realiteit. Opnamen van de Amerikaanse landing in Somalië, die zorgvuldig op prime-time werd geënsceneerd, tonen onhandig met geweerlopen zwaaiende GI's die onder het oog van camera's verschrikte burgers op de grond dwingen - het geheel heeft meer weg van de opvoering van een amateurtoneelvereniging dan van een echte krijgskundige handeling.

De concrete redeneringen van Groebel staan haaks op het wollige betoog van Derrick de Kerckhove van het McLuhan-instituut te Toronto, die meent dat de tv-consument het overweldigende aanbod niet meer aankan ten gevolge van de welhaast fysieke gevoelens van verantwoordelijkheid, angst en schuld. Groebel wijt de onmachtsgevoelens aan het feit dat de kijker aan alles een beetje deelneemt, van alles een beetje weet, maar van niets meer heel erg veel.

Het tweede deel van de eerste Beeldstorm behandelt de 'electronic superhighway', het glasvezelnet dat in de Verenigde Staten op initiatief van vice-president Al Gore alle huishoudens, programmadistributeurs en bedrijven multi-mediaal aan elkaar moet koppelen en interactief gebruik mogelijk moet maken. Hierdoor kunnen straks thuis boodschappen worden gedaan, films besteld, audiovisueel onderricht genoten, musea of bibliotheken bezocht en spelletjes gespeeld. Van vitaal belang is wie de zeggenschap krijgt over dit netwerk, dat volgens sommigen de meest revolutionaire ontwikkeling op communicatiegebied inluidt sinds de uitvinding van de boekdrukkunst.

Er onstaat door de elektronische snelweg niet dat ene door McLuhan voorspelde 'Global Village', stelt Paul Saffo van het 'Institute of the Future' in San Francisco, maar een oneindig conglomeraat van 'werelddorpjes'; netwerken van mensen die op overeenkomstige terreinen werkzaam of specifiek geïnteresseerd zijn. Hierin valt Groebel hem bij: met de komst van de traditionele eenrichtingstelevisie ging het individuele contact verloren. Door de interactiviteit beleeft de dorpspomp een digitale revival.

Voorts in het programma tal van nieuwe mediasnufjes, zoals door de toekomstige fabrikanten ervan alvast in utopistische promotiefilmpjes vastgelegd. Straks is het dankzij de technologische mediavernieuwing bijvoorbeeld mogelijk om thuis zelf je eigen 'tv-programma' van beeld, geluid en data samen te stellen. Was dat nu al zo geweest, dan zou ik de informatie uit deze ruim twee uur durende uitzending hebben gecomprimeerd tot hooguit drie kwartier.