Dagboek van een advocaat

Afgelopen najaar verscheen bij uitgeverij De Kern in Baarn een klein, onopvallend boekje, dat er met zijn groen gemarmerde omslag en rode hoekjes uitzag als een cahier. Het betreft hier het Dagboek van een notaris, of het schandaal van mr. Schuil, bezorgd en van een nawoord voorzien door Mr. Aegidius W. Klamp.

Volgens zijn dagboek raakt mr. Schuil, een kleurloze notaris met een bescheiden praktijk in Amsterdam, betrokken bij en vervolgens verstrikt in schimmige onroerend-transacties, die ten slotte zijn ondergang veroorzaken. In het begin van het dagboek duikt er een vrouw in zijn leven op, door hem Sultane genoemd, die hem seksueel en financieel in haar ban krijgt, waardoor Schuil, die getrouwd is, een dubbelleven gaat leiden.

Parallel aan deze ontwikkeling vervoegt zich een geheimzinnige, veelbelovende cliënt op zijn kantoor, “een wat oudere heer met golvend grijs haar en een kort sikje”, die verder in het verhaal als De Pochet door het leven gaat. In het kielzog van deze man, onroerend-goedbemiddelaar zoals hij wordt genoemd, maakt de lezer kennis met een zekere De Wezel, koper van onroerend goed, dr. Leyen, een medicus die namens een artsenconsortium een kapitaal kantoorpand te koop aanbiedt, en Manfred, de schoonzoon van De Pochet, die eveneens als koper van onroerend goed optreedt.

De transactie die de kern vormt van het notariële dagboek, komt er op neer dat De Wezel voor een bedrag van ƒ 20 miljoen het kantoorpand van het artsenconsortium koopt. Vervolgens brengt Manfred op hetzelfde beleggingsobject een bod uit van ruim ƒ 27 miljoen. Leyen gaat erop in en om deze dubbelverkoop glad te strijken, komen de heren onder leiding van notaris Schuil overeen dat De Wezel enkele miljoenen zal ontvangen als schadeloosstelling.

Het lijkt een voor iedereen profijtelijke constructie, tot het kaartenhuis instort. In een gesprek met mr. Schuil in het Gooise etablissement Jan Tabak kondigt De Pochet het onvoorziene faillissement van zijn schoonzoon aan, waardoor Leyen c.s. naar hun centen kunnen fluiten. Als De Pochet twee rechercheurs van de FIOD in het restaurant signaleert, verdwijnt hij via de achterdeur.

Ook de hoofdpersoon van het dagboek verdwijnt spoorloos, nadat hij is ontmaskerd als fraudeur. Hij wordt ontboden bij de FIOD, waar hij te horen krijgt: “We hebben u helemaal. Zwart op wit.” Schuils reactie daarop: “Ik knikte. Reddeloos verloren. Ingehaald door een schildpad”, waarmee hij de FIOD-ambtenaar bedoelt, die hem in overweging geeft te verdwijnen “zolang het nog kan”.

Schuils aantekeningen breken midden in een zin af (“Wacht, ik moet nog -”) en worden beëindigd met het nawoord van zijn kantoorgenoot, de zo mogelijk nog kleurlozere kandidaat-notaris Aegidius Klamp, die met de publikatie van het dagboek wraak neemt op zijn voormalig patroon.

“Niet dat dit op zichzelf de moeite waard is om gelezen te worden”, schrijft Klamp, “maar nu door het schandaal dat zijn misslagen en daaropvolgende verdwijning gewekt hebben, dit kantoor zozeer in de publieke belangstelling is komen te staan, zal het naar verwachting een hoge oplage bereiken”.

Dat laatste moet nog worden afgewacht, maar sinds kort is de kans daarop wel toegenoemen nu blijkt dat degene die Dagboek van een notaris heeft geschreven, in werkelijkheid ten nauwste betrokken is bij een geruchtmakend schandaal, waarin grootscheepse drugssmokkel, het doorsluizen en witwassen van miljoenen aan zwart geld en gefingeerde notariële verklaringen de voornaamste ingrediënten vormen.

De auteur is geen notaris, maar advocaat: de Amsterdamse advocaat mr. Bob van der G. die, samen met zijn confrère mr. Oscar H., vorige week door de FIOD werd aangehouden.

Bob van der G. wordt er onder meer van verdacht een grote criminele organisatie te hebben geholpen door een bedrag van ƒ 17,5 miljoen, dat aan de Surinaamse rijst- (en drugs-?)handelaar Shyam G. zou toebehoren, uit de beruchte Femis-bank te hebben doorgesluisd naar Zwitserse nummerrekeningen. Volgens berichten in de pers zou Van der G. hiervoor een vergoeding variërend van één tot enkele tonnen hebben ontvangen.

Dagboek van een notaris trok bij verschijning niet of nauwelijks belangstelling en daar zijn goede redenen voor. Op het eerste gezicht is het een niet bijster interessant verzinsel, dat op een ook al niet erg aantrekkelijke manier wordt verteld. De verhouding met Sultane, de femme fatale die de inspiratiebron moet zijn voor de geldzucht van de brave Schuil, blijft tot het eind toe vlak en onwaarschijnlijk en dat geldt ook voor de manier waarop zijn relaties in het oplichtersmilieu worden beschreven.

De zwendelpraktijken zijn altijd onhelder en nooit spannend. De nevenintriges, zoals de verhouding van Schuil tot Klamp, zijn te verzonnen en verkrampt. De compositie van het boekje getuigt van grote moeizaamheid (dagboekaantekeningen in de vorm van brieven aan een imaginaire achterkleinzoon) en de schrijfstijl is veelal die van een overspannen gymnasiast. Eén voorbeeld ter illustratie: Sultane wordt op een goed moment de 'zwartgeldvriendin' genoemd, 'of in vakkringen: de zgv', en alsof dat nog niet geinig genoeg is: de 'Amica pecuniae nigrae'.

Maar de recente gebeurtenissen hebben Dagboek van een notaris een onbedoelde meerwaarde gegeven, in het licht waarvan het nadere bestudering verdient. De wondere wereld van De Pochet, De Wezel, de dokter en de schoonzoon heeft er plotseling een dimensie bij gekregen: die van de harde werkelijkheid van de onroerend-goedhandelaar Onnie K., de ex-bordeelhouder Ron G., de belastingadviseur Rob B. en de rijsthandelaar Shyam G., waarmee we de advocaat Bob van der G. nu dagelijks in de pers geconfronteerd zien.

In Van der G.'s boekje is sprake van allerlei raadselachtige stichtingen die hij ten behoeve van zijn cliënten bij bosjes opricht en die 'op mijn kantoor gedomicilieerd' zijn, van Zwitserse nummerrekeningen, discrete betalingen en een “tweede circuit, een geldstroom parallel aan de andere, maar dan ondergronds”. Zelfs de zakelijke bijeenkomsten bij Jan Tabak waarover de kranten nu reppen, blijken er in te zijn beschreven.

De FIOD vormt een bron van vrolijkheid: “Ik ben behoorlijk vermagerd. Mijn geheim: (...) de FIOD-vermageringskuur. Want sinds deze dienst zich de moeite getroost zich in te laten met mijn onbeduidende persoon, vermager ik zienderogen. Alles geprobeerd? De hoop opgegeven? De FIOD voor als niets meer helpt.”

Een leerzaam en toch nog onverwacht spannend werkje, dat ten onrechte aan de aandacht was ontsnapt, dit Dagboek van een notaris. Geen verplichte literatuur, behalve voor de speurders van de FIOD voor wie het wellicht nog enkele verscholen aanwijzingen bevat.

    • Dick van de Pol