Critici

Is een recensent intelligent? Het is een pijnlijke vraag die niet een-twee-drie is te beantwoorden.

De taak van de criticus is in ieder geval monumentaal. Een recensie die niet beter is dan het besproken boek, kan immers de moeite niet waard zijn. Toch hebben maar weinig recensies - het heeft geen zin dit te ontkennen - eeuwigheidswaarde genoeg om uit te knippen. Er zijn genoeg critici die tevreden zijn met het tikken van een aardig stukje. Dit zijn de stukjestikkers, en het Nederlandse letterkundig leven is ervan vergeven. Hun stukjes zijn met zo'n verbazingwekkende routine getikt dat het nauwelijks is te geloven dat ze vaak nergens over gaan. Er is echter geen misselijkmakender leesvoer dan een magere recensie van een mager boek. Hoedt u voor de stukjestikkers, want zij drijven als wrakhout mee met de stroming van het boekentij. Hier rijst de vraag: wie kritiseert de critici? Om volstrekt onbegrijpelijke redenen wordt het in Nederland niet bon ton geacht recensenten te recenseren. Misschien zijn wij onderhand murw door de stroom kritieken, en lezen lijdzaam zonder lust onze dagelijkse portie. Een onversaagd criticus echter vreest geen weerwoord en verbaal geredekavel. Zijn geweten is rein; hij heeft het nooit gebruikt. Zijn gebrek aan smaak zal hij tot op het laatste vooroordeel verdedigen. Het antwoord op onze vraag is duidelijk: niemand is zo intelligent, dat hij niet af en toe een boekrecensie schrijft - of leest.