Bhutto komt niet aan regeren toe

Na een weinig produktief eerste premierschap komt ook Benazir Bhutto tweede termijn maar moeizaam op gang. Ze blijft vastzitten in de koehandeltjes en intrigues. Veel Pakistanen keren zich teleurgesteld van de politiek af.

ISLAMABAD, 26 MAART. Als woorden hetzelfde betekenden als daden, zou Pakistan allang een van de meest ontwikkelde landen ter wereld zijn geweest, stelde het dagblad The News onlangs droog vast na de zoveelste rede van premier Benazir Bhutto, die bol stond van de voortreffelijkste voornemens.

In werkelijkheid is Bhutto in de vijf maanden sinds haar rentree als premier nauwelijks toegekomen aan regeren. haar kabinet is zelfs nog niet eens voltallig. Formeel ontbreekt er nog altijd een minister van financien. Tal van belangrijke besluiten zijn langdurig vertraagd. "Ze is geweldig in de oppositie, maar ze heeft geen idee van regeren", oordeelde vorige herfst al een oude bekende van de premier.

Het grootste deel van haar energie heeft de premier gestoken in het consolideren van haar wankele machtsbasis. Haar Pakistaanse Volkspartij (PPP) kreeg bij de verkiezingen van oktober geen absolute meerderheid en was aangewezen op steun van kleinere partijtjes en onafhankelijken. Naar oud Pakistaans gebruik verkopen die hun stem bij opbod. Biedt de oppositie meer, dan deserteren ze zonder pardon. Hun steun blijft permanent ongewis.

Onder leiding van de rancuneuze oud-premier Nawaz Sharif gunde de oppositie de nieuwe regering geen moment respijt en pleegde vanaf het begin obstructie. Op haar beurt liet Bhutto geen gelegenheid passeren om haar rivaal klem te zetten. De scherpste botsing deed zich de afgelopen weken voor in de Noordwestelijke Grensprovincie. Na een strijd vol intriges wist Bhutto Sharif en zijn bondgenoten van hun meerderheid in het deelstaatparlement te beroven. Die verschuiving had weer consequenties voor de samenstelling van de Pakistaanse Senaat, waar Bhutto's kamp aanvankelijk in de minderheid was.

Met haar eigen familie had de premier intussen eveneens het nodige te stellen. Haar jongere broer Murtaza, die indertijd verscheidene geweldadige acties had uitgevoerd tegen het militaire gezag van generaal Zia Ul Haq, keerde na een lange ballingschap uit Syrie terug naar Pakistan. Daar werd hij prompt gearresteerd wegens zijn daden uit het verleden. Smeekbeden van moeder Nusrat Bhutto aan het adres van haar dochter mochten niet baten.

Tot ongenoegen van Benazir koestert Murtaza zelf ook politie aspiraties. De emoties liepen hoog op toen het begin januari op het familielandgoed van de Bhutto's in Lakarna tot een schietpartij kwam tussen de politie en aanhangers van Murtaza en Nusrat, waarbij een dode viel. Dat gebeurde uitgerekend op de verjaardag van hun vermoorde vader en echtgenoot, ex- premier Zulfikar Ali Bhutto. Nusrat beschuldigde Benazir ervan dezelfde methodes te gebruiken als vroeger generaal Zia, de diepgehate kwelgeest van de Bhutto's.

Mede om de aandacht van de Pakistanen af te leiden van de weinig verheffende ruzies met de oppositie en binnen de eigen gelederen, concentreerde Benazir zich daarna op de kwestie-Kashmir. Al sinds het ontstaan van het land in 1947 is dit een probaat middel voor Pakistaanse leiders om het volk, in het bijzonder an de belangrijkste provincie Punjab, achter zich te krijgen.

De premier roep begin februari en nationale staking uit en reisde persoonlijk naar Geneve om een resolutie over Indiase schendingen an de rechten van de mens in Kashmir aanhangig te maken bij de mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties. Door gebrek aan steun zag Pakistan zich genoopt deze kort voor de stemming terug te trekken. De meeste Pakistanen rekenen haar echter deze diplomatieke nederlaag niet zwaar aan. Heeft ze immers het haar campagne niet de aandacht van de hele wereld op het probleem 'Kashmir' gevestigd?

Intussen sudderen de echte problemen van het land - de aanhoudende bevolkingsgroei, het gebrekkige onderwijs, de massale armoede en de povere economische prestaties - gewoon door. Ondank beloften bij het begin van haar tweede regering dat ze voor goed bestuur zou zorgen, heeft Benazir op deze terreinen tot dusverre nauwelijks daadkracht geetaleerd.

Wat dat betreft maakte kaar onmiddellijke voorganger, de voormalige Wereld-bureaucraat Moeen Qureshi, meer indruk. Nadrukkelijk gesteund door het leger, pakte Qureshi als leider van een interim-kabinet de corruptie onder hoge politici aan, bracht de economie enigszins op orde en legde de tot dan onaantastbare grootgrondbezitters een belasting op. Drugshandelaren mochten wat hem betreft rekenen op de doodstraf.

De Pakistanen wreven zich de ogen uit en begonnen weer enig vertrouwen in de politiek te krijgen. Het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank schoten het land eveneens te hulp. Pakistan leek na een lange politieke crisis op de goede weg. "Benazir trof een schitterende erfenis aan, toen de zeer premier werd", zegt een Westerse diplomaat.

Helemaal verkwanseld heeft Bhutto die nalatenschap zeker niet. het begrotingstekort, dat bij het aantreden van Qureshi nog tegen de tien procent liep en onder hem al afnam, is verder gedaald en ook de inflatie lijkt op het ogenblik redelijk onder controle. Het IMF en de Wereldbank zetten hun steun vooralsnog voort. Toch mist Pakistan economisch gezien duidelijk het elan dat aartsrivaal India op het ogenblik wel heeft.

Op een aantal gevoelige punten zette Bhutto bovendien de initiatieven van Qureshi overboord. Zo besloot ze een poging tot beperking van koehandel in het parlement op te geven. Ook werd de autonomie van de nationale bank, waarover de financiele wereld zich zeer had verheugd, grotendeels teruggedraaid. De regering wil de zeggenschap houden over de geldkraan. Ook de inkomstenbelasting voor de machtige grondbezitters, het huzarenstukje van Qureshi, werd feitelijk weer ongedaan gemaakt.

In afwezigheid van een duidelijke meerderheid in het parlement, mist Bhutto de moed om de gevestigde orde op dezelfde manier aan te pakken als Qureshi dat kortstondig deed. Ruim vijf jaar na het herstel van de democratie en Bhutto;s hoopvolle debuut als premier hebben veel Pakistanen het vertrouwen in hun politici verloren. "DE stemming in het land wordt bepaald door cynisme over ons politieke bestal met zijn koehandel en gedraai", zegt Syed Talat Hussain, journalist an The News. "Zo brengen de politici niet alleen het systeem maar ook de democratie zelf in diskrediet."

De volgende avond is rechts aan de beurt. De Lega Nord presenteert haar kandidaten in een afgehuurd theater, dat helemaal vol is. Publiekstrekker is Marco Formentini, de man die voor de Lega Milaan in de wacht heeft gesleept. Net als bij Berlusconi staat bij hem de glimlach op zijn gezicht gebeiteld.