Alles is beter dan vroeger; BENEVENTO & PARMA, ITALIË IN UITERSTEN

Rekent Italië zondag en maandag bij de stembus voorgoed af met het oude bestel? Een rechtse en een linkse alliantie lonken naar de teleurgestelde kiezer. In dit Italiaanse tweeluik een politiek profiel van het rijke Parma en het arme Benevento. Neo-fascisten, neo-conservatieven, federalisten en een 'vernieuwde' oude garde storten zich op de toekomst van Italië. Maar op straat heerst verwarring: 'Het zijn allemaal dieven.'

De naam alleen al kan Italianen schrik aanjagen. Benevento. De meest onleefbare stad van het land, volgens de jaarlijkse ranglijst van het dagblad Il Sole 24 Ore. Nummer 95 op de lijst. Een provinciehoofdstad in de beruchte regio Campania, waar de mafia, de steun van politici, rechters en journalisten heeft gekocht, en priesters die zich verzetten in de kerk doodschiet.

Burgemeester Pasquale Viespoli verliest zijn kalmte en begint staccato te praten als die laatste plaats voor zijn stad ter sprake komt. “Natuurlijk, we zijn niet rijk. Er is hier nauwelijks industrie. De landbouw is hier belangrijk: tabak en wijn. De gemeente is failliet, want de christen-democraten hebben de boel geruïneerd. Voor bioscopen en theaters is nauwelijks geld. Maar omdat we niet rijk zijn is hier ook geen camorra. Er is weinig te halen. Benevento heeft een trotse geschiedenis van meer dan tweeduizend jaar. Je hebt het hier heel wat beter dan op veel andere plaatsen.”

Het leer van het bankstel kraakt, de staande klok tikt, het hout van zijn enorme bureau glanst in het licht van de enorme luchter aan het plafond. “Ik zie die laatste plaats op de ranglijst als een uitdaging”, zegt de burgemeester als hij zijn kalmte heeft herwonnen. “De verandering is hier al begonnen, maar het kost moeite om de oude patronen te doorbreken. Dit blijft ten slotte de Mezzogiorno, het zuiden, met al zijn problemen. We moeten de komende verkiezingen aangrijpen om te laten zien dat de politiek niet alleen maar een smerig spelletje is. Dat de politiek in het teken kan staan van de dienstbaarheid in plaats van diefstal, cliëntelisme en corruptie. We zijn met een revolutie begonnen, en die moet doorgaan.”

Isolement

Burgemeester Viespoli is in december vorig jaar met 72 procent van de stemmen gekozen, op een lokale lijst die werd gedragen door de neofascistische partij. “We noemden die lijst Participatie, om duidelijk te maken dat ieder een eigen verantwoordelijkheid heeft om de zaken te veranderen, dat je niet steeds afwachtend naar de staat moet kijken.” Zijn verkiezing zette een streep onder decennia lange dominantie door de christen-democratische partij. De politieke vernieuwing heeft in Benevento het gezicht gekregen van de neofascisten. In het verleden gaven de neofascisten in het zuiden stem aan het protest, maar bleef zij veroordeeld tot een plaats langs de zijlijn. Nu is de partij volgens Viespoli uit zijn isolement. De Alleanza Nazionale, zoals de neofascisten zich noemen, wil nu laten zien dat ze kan regeren. Lokaal, maar ook landelijk. “Een stem op ons is niet alleen maar een getuigenis. Het is constructief geworden. We kunnen als partij een alternatief aanbieden dat geloofwaardig is.”

Maar veel kiezers van Benevento zijn in verwarring. In de campagne voor de parlementsverkiezingen liggen de kaarten minder duidelijk dan een paar maanden geleden. In de tweede ronde van de burgemeestersverkiezingen kreeg Viespoli ook de steun van links, onder het motto dat alles beter was dan voortzetting van het oude bewind. Nu zijn er zowel bij rechts als links kandidaten van de oude garde. Zoals op zoveel plaatsen in Italië zeggen kiezers hier dat zij teleurgesteld zijn. De verkiezingen moesten een streep zetten onder de corrupte gewoontes en een nieuw begin betekenen voor het land. Maar de skepsis is groot.

“Wij hebben geen vertrouwen in de politiek”, zeggen twee keurig geklede dames die de etalages van de voorjaarsuitverkoop bekijken in de corso Garibaldi, de hoofdstraat van Benevento. “Het zijn allemaal dieven. De verkiezingen een keerpunt? Nou, hier in ieder geval niet. De verandering gaat veel te langzaam. Arrivederci.”

“Links of rechts is niet zo belangrijk, het gaat erom dat er iemand is met duidelijke ideeën, iemand van wie je op aan kan”, zegt een vrouw die met haar zoon op de bus staat te wachten. “Ik zie geen geloofwaardige kandidaat. Wij hebben geen vertrouwen meer in de politici.”

Dinosaurussen

De zon schijnt over de oude, net-gerestaureerde palazzi die de hoofdstraat flankeren. Politie-agenten met een witte helm staan bonnen uit te delen en regelen het verkeer. Kelners in witte en rode jasjes laveren tussen de voetgangers door met dienbladen vol kopjes koffie, bestellingen voor een winkel of een kantoor. Een oude man slaat een kruisje als hij de fraaie Sofiakerk uit de achtste eeuw passeert.

De chaos en het verval van Napels en zijn voorsteden zijn hier ver weg. De statistieken geven een vals beeld van Benevento. Maar in zijn politieke problemen hoort de stad onmiskenbaar bij het zuiden. Terwijl in het noorden de oude garde volledig is uitgerangeerd, proberen op veel plaatsen in het zuiden de 'politieke dinosaurussen' terug te komen in een nieuw jasje.

De bekendste van hen is Clemente Mastella, een voormalige christen-democraat. Het kamerlid Mastella hoort bij het kleine groepje dat niet heeft meegedaan aan de overstap naar de Italiaanse Volkspartij. Deze ex-christen-democraten hebben zich als het Christelijk Democratisch Centrum geschaard onder de paraplu van Berlusconi's rechtse alliantie. Mastella is een van de notabelen in Benevento, een spil in het cliëntele-systeem dat ook hier op volle toeren heeft gedraaid. Hij is de kandidaat van het rechtse blok Forza Italia. Berlusconi's partij heeft geen eigen kandidaten in Benevento en steunt Mastella. De neofascisten hebben geweigerd om een man te steunen die zij jarenlang te vuur en te zwaard hebben bestreden. Zij zijn met een eigen kandidaat gekomen. Niet alleen in het noorden is er frictie binnen de rechtse alliantie.

Mastella is voortdurend op stap in de omgeving, maar wil wel even praten via zijn zaktelefoon. Het etiket van 'riciclato' dat hem wordt opgepakt, wijst hij verontwaardigd af. Hij onderstreept dat er geen justitieel onderzoek tegen hem loopt. Zou hij dan op 47-jarige leeftijd een streep moeten zetten onder zijn politieke carrière omdat zoveel partijgenoten corrupt zijn gebleken? “Wij hebben fouten gemaakt, we hebben niet goed opgelet, maar de oppositie heeft zijn taak als waakhond ook niet goed vervuld,” zegt Mastella. “Bovendien heeft mijn partij ook veel goeds gedaan in het zuiden. Er is een enorme vooruitgang geboekt. Er zijn wegen gekomen, er is gas en water aangelegd. Dat is een enorm verschil met hoe het was.”

Craxisme

Mastella is niet de enige van de oude garde die probeert terug te komen. Onder de slogan 'De kracht van de eerlijkheid' probeert Umberto Del Basso De Caro, kamerlid voor de socialistische partij, zijn zetel in Rome veilig te stellen. Hij heeft in Benevento een lijstje gevormd met een andere ex-socialist, Ferdinando Facchiano, die verschillende ministersfuncties heeft vervuld. Onder hun nieuwe partijleider Ottaviano Del Turco zijn de socialisten toegetreden tot de alliantie van de Progressieven, maar voor De Caro en Facchiano was daar geen plaats omdat hun verleden te besmet was.

De 41-jarige De Caro is berucht geworden als de man die in de Kamer een gloedvolle rede heeft gehouden ter verdediging van zijn toenmalige partijleider Bettino Craxi, vele malen beschuldigd van corruptie. “Het waren barbaarse aanvallen en ik wilde niet Craxi, maar de rechtsstaat verdedigen”, zegt De Caro, een magere man die zuinig is op zijn woorden. “Het Craxisme is gedegenereerd, de partij is ontaard in een bende bandieten, maar Craxi had ook zijn goede kanten.” In 1992 kreeg De Caro 20.000 voorkeurstemmen in Benevento. Nu moet hij de campagne helemaal op eigen kracht voeren. De zestigduizend gulden die hij wil uitgeven, komt volgens zijn zeggen helemaal uit eigen zak.

Links heeft weinig kansen in Benevento, ook al omdat er een felle ruzie is geweest over de kandidaten. Een van de kandidaten voor de Kamer van Afgevaardigden is Giovanni Maraia, een lid van de communistische hardliners die bekend is geworden door acties bij fabrieken in de omgeving. “Wij spelen hier in de verdediging”, erkent hij. “De verklaring voor de zwakte van links is dat de rechters hier hun werk niet konden doen. De justitie wordt gecontroleerd door de christen-democraten. Daarom zijn hier maar een paar corruptie-affaires naar buiten gekomen.”

De grootste betreft het bouwbedrijf Lodigiani, die in Rome de politieke partijen betaalde om op lokaal niveau opdrachten te krijgen. Aarzelend is in Benevento ook het onderzoek begonnen naar de cliëntelistische kant van het oude bestel. Een commissie bekijkt of de mensen die een invaliditeitsuitkering krijgen, daar ook echt recht op hebben. Het zijn geen grote bedragen: nog geen vierhonderd gulden per maand, aangevuld met negenhonderd gulden voor mensen die volledig invalide zijn en begeleiding nodig hebben. Veel van deze uitkeringen, die in Italië pensioenen heten, zijn in het zuiden uitgedeeld door de politieke partijen. Het was een van de manieren om stemmen te kopen. De eerste resultaten van het onderzoek bevestigen dat dit ook in Benevento op grote schaal is gebeurd. Bij 140 controles is in de helft van de gevallen de uitkering ingetrokken.

De meeste kiezers in Benevento zeggen dat de uitweg uit het oude bestel gaat via Berlusconi of de neofascisten. “Forza Italia kan misschien vernieuwing brengen,” zegt een gemeente-ambtenaar. “Berlusconi is in ieder geval anders dan de anderen. Maar hij praat te mooi. Ik moet nog zien of hij de dingen waarmaakt die hij belooft. En hij moet er in ieder geval voor zorgen dat het zuiden niet in de steek wordt gelaten door de mensen in het noorden. Hij moet de Lega Nord onder controle houden.”

De federalistische partij Lega Nord is een van de gangmakers van de campagne in Parma, de tegenpool van Benevento. Dit is de stad aan de top van de ranglijst. Jarenlang nummer één, de meest leefbare stad van Italië. Nu voorbijgestreefd door Aosta, aan de voet van de Mont Blanc. “Daar kan je niet eens lekker eten,” zeggen ze in Parma schamper.

Parma is de stad van het goede leven. Het geld wordt verdiend door bedrijven als Parmalat (zuivel) en de nationale pastafabrikant Barilla. De stad wordt wel Parma la grassa genoemd, het vette Parma, wegens de grote hoeveelheid boter die door de lokale gerechten gaat. Regelmatig bericht de lokale pers over schokkende inbraken. Honderd grote parmezaanse kazen ontvreemd. Zeventig parma-hammen gestolen.

De stad ligt in de traditioneel 'rode' regio Emilia Romagna, halverwege Milaan, de onofficiële hoofdstad van de Lega Nord, en Bologna, het bolwerk van de ex-communistische Democratische Partij van Links (PDS). Ook in Parma heeft het onderzoek Mani pulite (Schone Handen) huisgehouden. Een aantal raadsleden van de PDS en een paar gemeente-ambtenaren zijn gearresteerd op verdenking van corruptie bij het verlenen van gemeentelijke vergunningen. Links is niet vrij van het smeergeldvirus, al gaat het hier om schandaaltjes. Zoals op zoveel plaatsen in Italië is het gemeentebestuur ontbonden als gevolg van de corruptiezaken. Later dit voorjaar worden er lokale verkiezingen gehouden.

Links vormt hier het politieke establishment. De ondernemers hebben er in het verleden weinig moeite mee gehad, want in Emilia Romagna hebben de (ex-)communisten op lokaal niveau hun bestuurlijke bekwaamheid bewezen. Maar nu ter rechterzijde Silvio Berlusconi en Umberto Bossi van de Lega meer ruimte beloven voor het particuliere initiatief, is de idylle voorbij. Parma is voor de Lega het eerste linkse fort richting zuiden dat moet worden genomen. De strijd wordt hier fel gestreden.

De kandidaten van de Progressieven, de alliantie van acht linkse partijen, presenteren zichzelf in een zaaltje van de Unie van Coöperatieven. Deze coöperaties zijn een van de pijlers onder de linkse macht in Emilia Romagna. Bedrijven in allerlei sectoren, vaak goed geleid, regelmatig beschermd door het gelijkgestemde lokale bestuur. Hun hoofdkantoor is moeilijk te vinden, maar twee politie-agenten willen de buitenlandse gast best even brengen. Parma is zo rustig, daar gebeurt verder toch niets.

Offers

Het wordt een lange zit. De jonge voorzitter, Luciano Mazzoli, grijpt deze gelegenheid aan om zich te profileren. Voor de korte inleiding die hij belooft, heeft hij een half uur nodig. De andere kandidaten laten dat niet op zich zitten. Daar is Rocco Caccavari, een arts die twee jaar geleden in de Kamer is gekomen en bekend is in Parma wegens zijn werk voor drugsverslaafden. Voor de Senaat staat Michele De Luca kandidaat, een rechter die voor de eerste keer meedoet aan de verkiezingen. Andere sprekers zijn Renato Albertini, lid van de communistische hardliners, iemand die zich introduceert als 'een partizaan', en Fausto Vigevani, een vakbondsman. Uit deze groepen haalt links zijn kandidaten.

Met name Albertini en Caccavari halen fel uit naar Berlusconi. “We moeten voorkomen dat de scholen en de gezondheidszorg worden geprivatiseerd,” waarschuwt Albertini. “We moeten de mensen duidelijk maken dat er offers moeten worden gebracht,” zegt Caccavari. De vakbondsman Vigevani zorgt voor de kritische noot. Het is een enorme stap vooruit dat links nu verenigd de verkiezingen ingaat. “In het verleden zijn we vooral bezig geweest ons te onderscheiden van de meest verwante groep in plaats van de rechtse partijen,” zegt hij met een blik op zijn buurman Albertini. En in een verwijzing naar Berlusconi: “We moeten eens gaan nadenken over de soliditeit van onze democratie, als iemand zo snel kan opkomen.”

Tegen elf uur sluipen sommige toehoorders weg, want de toespraken duren wel erg lang. In het halletje praten zij nog wat na. De kritiek overheerst. “Wat een teleurstelling, al dat geklets,” zegt de een. “Heb je die Albertini gehoord? Dat is echt iemand van de oude stempel,” zegt een ander. “Die De Luca presenteert zich niet goed,” voegt een derde daaraan toe. “Hij is alleen maar kandidaat omdat de partij een nieuw gezicht nodig had. Als links de zetel van zijn district wint is dat eerder ondanks dan dankzij hem.”

Maar stemmen ze dan wel op hen? “Ja natuurlijk,” antwoordt een vrouw. “Dit is het rode Emilia. Maar een van de problemen is dat veel mensen links stemmen uit traditie, wegens de idealen van solidariteit, en niet omdat de linkse leiders zo aanspreken. Als het aan ons lag zou links zich presenteren met een veel moderner gezicht. Hier en daar gebeurt dat natuurlijk wel, maar nog veel te weinig. Je moet opnieuw constateren dat het volk verder is dan de partijen.”

Een man haakt daarop in, met kritische opmerkingen aan het adres van PDS-leider Achille Occhetto. “Hadden wij maar een Berlusconi. Dat is tenminste een echte leider. Natuurlijk, Occhetto is sympathiek en menselijk en uit het goede hout gesneden. Maar hij aarzelt en kan geen beslissingen nemen.”

Miljarden

De volgende avond is rechts aan de beurt. De Lega Nord presenteert haar kandidaten in een afgehuurd theater, dat helemaal vol is. Publiekstrekker is Marco Formentini, de man die voor de Lega Milaan in de wacht heeft gesleept. Net als bij Berlusconi staat bij hem de glimlach op zijn gezicht gebeiteld.

Hij wijst op een poster op het toneel met de tekst “Er moet een revolutie worden afgemaakt.” Het oude bestel is hier nog intact in de vorm van de PDS, roept Formentini. “Dat is de achterkant van het regime. Het is net als met de maan, daar zie je ook nooit de achterkant van, maar die is er wel.” Formentini zegt dat de oppositie het bestel, in de vorm van sociale wetten en een grote rol voor de staat, mee vorm heeft gegeven. “De enige manier om iets te veranderen is het federalisme, de verandering van de organisatie van de staat. Als dat niet lukt, kunnen we geen enkele belangrijke hervorming doorvoeren.”

Het federalisme dat de Lega voorstaat is volgens hem niet tegen het zuiden gericht, maar juist bedoeld om het te helpen. Het zuiden is uitgebuit, een slachtoffer van de corrupte oude partijen. De mezzogiorno is nog steeds een hoofdprobleem van Italië, ondanks de miljarden die er in zijn gepompt. “Wij in het noorden willen geld blijven geven aan het zuiden, maar dan eisen we ook een controle op hoe het wordt besteed.” Uit de pluche stoelen klinkt het grootste applaus van de avond op.

Formentini gaat ook kort in op de relatie met Berlusconi, in het noorden de bondgenoot van de Lega, maar is daarbij veel minder fel dan zijn partijleider Umberto Bossi. “Forza Italia is op de goede weg, maar moet nog veel leren. De clubs zijn erg snel gegroeid, en soms zitten daar de mensen van het verkeerde regime bij. Daarom moeten we als partijen gescheiden blijven opereren. Wij moeten Forza Italia helpen met een zelfreiniging, want het oude regime is absoluut nog niet voorbij.” Achter hem staat een affiche met het Lega-antwoord op de slogan van Berlusconi: Forza Nord.

“Het is wat moeilijk geweest om onze mensen ervan te overtuigen dat het nodig was om een alliantie te sluiten,” zegt Enrico Nardelli, de Legasecretaris uit Bologna, na afloop. “Berlusconi is een ongemakkelijke kandidaat, zijn verleden is wat duister. Maar taktisch is het een goede keus geweest. We moeten samenwerken om te overwinnen.”

In Parma gebeurt dat ook. Op de bijeenkomst van de Lega zijn de twee kandidaten van Forza Italia aanwezig, op de eerste rij. Zij krijgen een groot applaus. “Wij hebben hier geen problemen met de Lega,” zegt Paola Martinelli, de 38-jarige directeur van een familiebedrijfje dat zich bezighoudt met cartografie en kandidaat is voor Berlusconi. Zij heeft het applaus met zichtbaar genoegen in ontvangst genomen. “Ik geloof dat het een goede alliantie is om een echt nieuw Italië op te bouwen, een nieuwe samenleving. Ons hoofddoel is de verhouding tussen burger en staat te veranderen. De staat moet weg uit de economie. De interventie van de staat belemmert de markt en remt het vrije initiatief van de burgers. De staat moet een nieuwe rol krijgen, met duidelijke en precieze regels. Voor het onderwijs en de gezondheidszorg moet er een concurrerende particuliere sector komen. Zodat de burger kan kiezen.”

Net als in Benevento zijn veel kiezers in Parma niet gelukkig met de manier waarop de verkiezingscampagne is verlopen, al is de skepsis minder groot. In het winkeltje naast de Dom zitten drie mannen in een hoekje de politiek te bespreken. “Dit is niet de verandering die ze ons hadden beloofd,” zegt een van hen. “Moet Berlusconi nu de vernieuwing brengen? Hij heeft nauwelijks willen debatteren, en dialektiek hoort ook bij een democratie.” En Occhetto dan? “Ik denk dat ik op hem zal stemmen, maar hij is natuurlijk ook niet echt nieuw,” zegt zijn gesprekspartner. “Er is nog veel te veel verwarring. Ik denk dat de echte verandering nog even uitblijft en dat we over een jaar of twee opnieuw moeten gaan stemmen.”

    • Marc Leijendekker