Abortus per decreet

Steven W. Mosher: Moeder van de rekening. De gruwelijke waarheid achter China's één-kind-beleid 256 blz., A.W. Bruna 1994, vert. Ineke van den Elskamp (A Mother's Ordeal. One Woman's Fight Against China's One-Child Policy, 1993), ƒ 34,90

“Al snel was haast nog het enige waar ik aan dacht en ik werd blind en doof voor al het andere. Ik werd een expert in het snel en netjes uitvoeren van abortussen door middel van vacuüm-aspiratie en zoog soms vierentwintig baarmoeders per dag leeg.”

Het is nog een van de minst schokkende citaten uit Moeder van de rekening, het boek waarin Chi An (een pseudoniem) met behulp van de Amerikaanse socioloog Steven W. Mosher (die zelf jarenlang in China onderzoek heeft gedaan), haar leven reconstrueert en tot in detail beschrijft hoe ze jarenlang als verpleegkundige de Chinese één-kind-per-gezin-politiek heeft helpen uitvoeren.

Uit haar relaas blijkt dat het gebod van Deng Xiaoping: 'Het maakt niet uit welke middelen u toepast om de bevolkingsgroei te remmen, als u maar zorgt dat het gebeurt', letterlijk dient te worden genomen - sinds 1979 is er geen middel geschuwd om het aantal geboorten in China te beperken. Chi Ans boek bevat het verbijsterende, soms stuitende verslag van de praktijken die hierbij worden toegepast. Het gaat niet alleen om de (klinisch beschreven) sterilisaties en abortussen, maar ook om alle verschijnselen die daaraan voorafgaan: verraad, hersenspoeling, chantage, gijzeling, fysieke dwang, complete terreur.

Volkenmoord

In de Chinese bevolkingspolitiek hebben zich de afgelopen tientallen jaren ingrijpende ontwikkelingen voorgedaan, die aan de hand van Chi Ans ervaringen in Moeder van de rekening nauwkeurig zijn te volgen.

Ze werd in oktober 1949 geboren, in dezelfde maand dat Mao Zedong de Chinese Volksrepubliek uitriep. Met haar broertjes groeide ze op in Zuid-Mantsjoerije, waar haar moeder lerares was en haar vader, tot hij in 1960 overleed, doceerde aan de Technische Universiteit van Shenyang. In die tijd veroordeelde Mao het idee dat men toen in China 'geboorteplanning' noemde als 'volkenmoord', omdat het naar zijn toenmalig inzicht China's groei naar rijkdom en macht in de weg stond. Het Volksdagblad omschreef het als “een manier om het Chinese volk af te slachten, zonder dat er bloed vloeit”.

Tijdens de Grote Sprong Voorwaarts, Mao's krankzinnige economische programma waarmee China binnen een paar jaar de staalproduktie van Engeland zou moeten overtreffen, brak er een hongersnood van ongekende omvang uit, die tussen 1959 en 1963 naar betrouwbare schattingen meer dan 40 miljoen levens eiste. Als gevolg van deze ramp zette de Grote Roerganger een koerswijziging in, die ertoe leidde dat er in 1972 een reglement ter beperking van het aantal geboorten werd ingevoerd. Bij de huwelijksvoltrekking werden echtparen voortaan gedwongen een overeenkomst te tekenen, waarbij zij zich verplichtten niet meer dan twee kinderen te krijgen, die ten minste vier jaar in leeftijd moesten verschillen.

In de loop van de tijd werd dit beleid steeds verder aangescherpt. Sterilisatie kreeg als voorbehoedsmiddel de voorkeur boven de toepassing van het spiraaltje; het krijgen van meer dan twee kinderen werd actief ontmoedigd en er werd op steeds ruimere schaal abortus gepleegd, zij het aanvankelijk nog op vrijwillige basis.

Deng Xiaoping introduceerde in 1979 het nu nog steeds geldende één-kind-beleid: vrouwen in de vruchtbare leeftijd met één kind moeten een spiraaltje laten inbrengen, een paar met twee kinderen moet zich laten steriliseren en vrouwen die zonder toestemming van de overheid zwanger worden, moeten een abortus ondergaan.

Ondanks al deze maatregelen zal het Chinese inwonertal, zo blijkt uit recente persberichten, dit jaar naar verwachting toch met 15,5 miljoen mensen toenemen, doordat de plattelandsbevolking zich nog altijd ten dele aan de geboortebeperking weet te onttrekken; daarmee wordt dan het cijfer overschreden, dat in 1981 nog voor rond de eeuwwisseling was voorzien: 1,2 miljard.

Heropvoeding

In het midden van de jaren '60 besloot Chi An verpleegkundige te worden, maar in het eerste jaar van haar opleiding brak de Culturele Revolutie uit. Scholen en universiteiten werden gesloten en vol overtuiging stortte ze zich in de woelige wereld van Rode Gardisten en Jonge Communisten, Loyalisten en Rebellen, van politieke massahysterie en van overheidswege georganiseerd geweld. Het Rode Boekje was een tijdlang haar enige leerboek.

Begin 1968 werden de lessen hervat en in de loop van dat jaar behaalde ze haar diploma. Ze ging werken in een sanatorium voor tbc-lijders en moest in het kader van de 'heropvoeding van de jeugd' een paar maanden per jaar naar het platteland, waar ze tijdens de zogenoemde 'geboorte-offensieven' werd geconfronteerd met gedwongen sterilisatie en abortus.

Intussen trouwde ze en kreeg ze haar 'kinder-quotum' toegewezen, wat resulteerde in de geboorte van een zoon, Tacheng. Binnen de 'verboden' periode van vier jaar had ze wéér 'geluk' - zoals ironisch genoeg de Chinese uitdrukking voor zwangerschap luidt - en dat betekende dat ze zelf een abortus moest ondergaan. In 1980, het jaar dat haar man met een studiebeurs naar Amerika vertrok, kreeg ze haar volgende baan; ze werd bij een vrachtwagenfabriek belast met de 'vrouwenzorg', dat wil zeggen met het voorkomen en ongedaan maken van alle door het regime ongewenst geachte zwangerschappen.

Met chirurgisch aandoende precisie beschrijft ze de hierbij toegepaste methodes (zoals het aborteren van vergevorderde zwangerschappen) tot in details. Eén citaat als voorbeeld: “Voor de staf van de kliniek was het grootste nadeel van deze procedure dat de baby's meestal levend ter wereld kwamen. Zelfs baby's van dertig weken leefden vaak nog een paar uur nadat ze in een afvalbak in de operatiekamer waren gegooid. Oudere baby's leefden zelfs nog langer.” Het zijn gruwelscènes die het lezen van Moeder van de rekening tot een beproeving maken.

Volkomen onverwachts kreeg Chi An na een aantal jaren de kans zich bij haar man in Amerika te voegen. Daar raakte ze 'per ongeluk' opnieuw in verwachting, een omstandigheid die op termijn ook tot de geboorte van dit boek zou blijken te leiden. Uit China kreeg ze de opdracht van de autoriteiten zich (weer) te laten aborteren voordat ze naar haar vaderland mocht terugkeren: de aborteuse als slachtoffer van het beleid, dat ze zelf jarenlang in moordend tempo had helpen uitvoeren.

Het echtpaar vroeg daarop politiek asiel aan in de Verenigde Staten en Steven Mosher, directeur van het centrum voor Aziatische studies van het Claremont Institute in Californië, was de man die hen daarbij hielp door de publieke opinie te mobiliseren. Op basis van de ervaringen van Chi An - het pseudoniem dient om haar achtergebleven familieleden te beschermen - schreef hij artikelen waarin hij de onmenselijke kanten van het Chinese één-kind-beleid schril belichtte. De samenwerking mondde ten slotte uit in Moeder van de rekening.

Wilde Zwanen

Het is een boek dat vragen en tegenstrijdige gedachten oproept. Zo wordt het Chinese beleid om de bevolkingsexplosie te beteugelen, in het Westen over het algemeen toegejuicht, maar de onthullende beschrijving van de uitvoering ervan kan als een krachtig wapen in de handen van de anti-abortus-beweging worden gezien. Passages als de hierboven geciteerde zijn natuurlijk koren op de molen van de, vooral in Amerika felle, 'pro life'-lobby. Is Chi Ans levensverhaal opgetekend om als aanklacht te fungeren? Als pleidooi voor een humanere aanpak? Of voor de afschaffing van het één-kind-beleid? Dat wordt niet duidelijk.

In dit, en ook in menig ander opzicht lijkt Moeder van de rekening in het geheel niet op Wilde zwanen, het succes-epos van Chi Ans land- en generatiegenote Jung Chang, ook al ligt die vergelijking op het eerste gezicht misschien voor de hand. Hoewel de belevenissen van Jung Chang en Chi An als jonge meisjes en de door hen geboden blik achter de schermen van hun geboorteland overeenkomsten vertonen, lopen hun sociale achtergrond, hun leven en de door hen gekozen invalshoek te zeer uiteen om zo'n vergelijking te kunnen doorstaan.

Er is nog een verschil: Jung Chang schreef haar boek zelf, terwijl in Moeder van de rekening niet Chi An, maar nadrukkelijk Steven W. Mosher als schrijver optreedt. Ter wille van de directheid en zuiverheid zoals hij zelf zegt, heeft hij het boek in de eerste persoon geschreven, zonder Chi An nochtans als co-auteur te vermelden - een autobiografie waarvan een ander zich het auteurschap heeft toegeëigend. Het is haar verhaal, maar het is zijn boek geworden.

    • Dick van de Pol