Vrijdag 25; Hartstocht op tv

Ze hingen aan haar lippen, de Nederlandse tv-medewerkers die zich vorige week in Amsterdam onder het gehoor bevonden van Sarah Dunant.

Niet alleen omdat de Engelse programmamaakster veel vertelde over de organisatie van The late show, de dagelijkse cultuurrubriek van de BBC waaraan zij meewerkt, maar vooral ook om de manier waaròp zij dat een half uur lang deed: geïmproviseerd en met een passie die alle aanwezigheden meesleepte en enthousiasmeerde. Ja natuurlijk, beaamden ze allemaal - zo moet kunst op de televisie worden gebracht, in een dagelijkse frequentie die automatisch het belang ervan impliceert, en met een neus voor de raakvlakken tussen kunst en maatschappij die de kunsten weghaalt uit hun ogenschijnlijke isolement en in het middelpunt van de maatschappelijke discussie plaatst.

Dit seizoen telt de Nederlandse televisie twee wekelijkse kunstrubrieken: Roerend goed (VPRO) op de late dinsdagavond en Kunstmest (NOS) op de vrijdagavond om half negen. Door de ondoorgrondelijkheden van het omroepbestel wordt Roerend goed eind mei opgeheven en komt Kunstmest daar na de zomer voor in de plaats. Van enige continuïteit kan hier blijkbaar nimmer sprake zijn; nog nooit heeft in Nederland een kunstrubriek de kans gekregen zich in de loop der seizoenen te ontwikkelen. Elk jaar houdt in mei alles op en is in oktober alles weer anders. En het idee voor een dagelijkse frequentie is in Hilversum nog ver te halen; weliswaar is Nova afgekeken van het BBC-programma Newsnight, maar de omroepdirecties voelen er niets voor om daar, eveneens in navolging van de BBC, een dagelijkse Late show aan vast te plakken. Te veel en te zwaar, luidt hun kijkcijferwijsheid.

Maar er mankeert nòg iets aan de Nederlandse kunstrubrieken - en dat is hun uitstraling. Kunstmest, bedoeld voor een breed publiek dat echter niet wordt bereikt, staat in het teken van de ik-ben-ook-maar-een-gewoon-mens-houding van presentatrice Mieke van der Weij en beperkt zich derhalve tot alles wat kan worden gepopulariseerd. Niet voor niets trok een criticus tijdens de discussie, ten huize van het Stimuleringsfonds voor Bijzondere Culturele Omroepprodukties, een vergelijking met Van gewest tot gewest: aardige wetenswaardigheden, weinig tegenin te brengen, maar niet het pakkende programma dat een cultuurrubriek zou moeten zijn. Daarentegen is Roerend goed bijkans het andere uiterste: zo ingetogen en onderkoeld dat het bijna doods wordt. Op een enkele discussie-aflevering (over Schindler's list) na, komt het programma tot dusver niet veel verder dan ordentelijke interviews en reportages over actualiteiten uit de kunstagenda.

Wat ontbreekt, is de aanstekelijke hartstocht die Sarah Dunant uitstraalde - niet alleen vorige week in Amsterdam, maar ook in de door haar gepresenteerde afleveringen van The late show. Als zij aan het woord komt, is er iets aan de hand. Let op, luidt haar boodschap, dit gaat over iets bijzonders. Wie niet blijft kijken, mist iets en staat morgen met de mond vol tanden. Dàt is de urgentie en de importantie die de Nederlandse kunstrubrieken ontberen. En daarin speelt de frequentie lang geen doorslaggevende rol.

    • Henk van Gelder