Voetbal

In zijn column 'Cats tegenover Kwakkernaat' vraagt H.J.A. Hofland (CS 11-3) zich af wat zijn generatie van de dichtkunst had geweten als in de jaren dertig het poëzievijandige bondgenootschap tussen voetbal en televisie had bestaan.

Hij kent volwassen mannen van een jaar of vijfendertig, die als opgroeiend jongetje onder dat bondgenootschap hebben geleden. Als hij tegen die mannen zegt 'vierenveertig' antwoorden zij 'Kwakkernaat'. Als jongetjes hadden die mannen een voetbalplaatjesalbum en het plaatje met het portret van Thijs Kwakkernaat, speler van Excelsior, moest onder dat nummer worden ingeplakt.

In het begin van de jaren dertig heb ik, een in de Zaanstreek opgroeiend jongetje, ook voetbalplaatjes gespaard en in een album geplakt. Hoflands verhaal deed mij te binnen schieten dat in mijn album het portret van Jo Kruiver, befaamd linksbuiten van KFC, Koog aan de Zaan, 1e kl., ondere nr. 149 moest worden ingeplakt. Achterin een kast bij mij thuis heb ik opgediept het 'Miss Blanche Luxe Album, 4e serie, 200 vooraanstaande voetballers, Competitie 1931-1932 KNVB'. Mijn geheugen had me niet in de steek gelaten.

Wat Hofland voor de Kwakkernaatmannen laat gelden, geldt dus ook voor mij. Hiermee zijn we aangeland bij een zwak punt in het essay van Hofland. Mijn geval toont aan dat in de jaren dertig ook zonder televisie jonge hersenen met voetbal konden worden gespoeld.

Dat spoelen heeft mij weinig poëzie-herinneringen uit die tijd overgelaten. Maar toch wel wat. Als mijn vader na het middaguur weer naar zijn werk ging, zei hij vaak: “Kinderen van het Licht aan het werk getogen.”. Duidelijk een dichtregel. Denkelijk afkomstig uit het sociaal-democratisch gedachtengoed.

    • J. Bos