Toch ben ik heel ... ja, onzeker; Willeke Alberti in de nationale finale van het Songfestival

“Willeke Alberti heeft, voor iedereen beneden de pensioengerechtigde leeftijd, altijd bestaan.” Morgenavond zingt ze acht liedjes in de nationale finale van het Eurovisie Songfestival. Ze doet voor de eerste keer mee, op instigatie van haar nieuwe mentor, Paul de Leeuw, die het programma niet alleen presenteert maar ook voor twee liedjes ook de tekst schreef.

De nationale finale van het Eurovisie Songfestival wordt zaterdagavond uitgezonden op Nederland 3, 20.15-22.00u.

Willeke Alberti: The Collection. Polydor 519 003-2.

Mijn hoofd is vol Willeke Alberti. Dat komt door The Collection, een met weinig zorg geproduceerde dubbel-cd die niettemin in dertig nummers een zangcarrière van drie decennia omspant. Tijdens het luisteren had ik een archiefmap op schoot, waarin het eerste bericht dateert uit 1964. Het vermeldt de verkoop van 100.000 exemplaren van Spiegelbeeld. Ze was toen negentien; ik herinner me de radio-opname van haar dankwoordje toen ze de gouden plaat kreeg en alle betrokkenen met u aansprak: meneer Den Braber die de tekst had gemaakt, meneer Bulterman die de plaat geproduceerd had, juffrouw Geveke die haar namens de platenmaatschappij had bijgestaan - zo lagen de verhoudingen toen nog.

Ik hoor haar zingen en bedenk dat Willeke Alberti nu 49 moet zijn. Het eerste nummer op de cd is Samen zijn uit 1987, het tweede is Mijn dagboek uit 1967. Daar zitten dus twintig jaar tussen, maar het is dezelfde stem die de woorden tot een zelfportretje heeft gemaakt, met een trillertje, een lachje hier en een snikje daar, alsof het woord voor woord haar eigen teksten zijn en alsof ze niets liever wil dan ons vertellen wat haar zojuist is ingevallen. “Samen zijn, dat wil toch iedereen?” Een verrassende gedachte is het niet, nee, maar er rest niets anders dan knikken, ja natuurlijk, je zou er bijna een brok in de keel van krijgen.

Het is een glasheldere stem die in mijn oren zingt, vaak door violen omspoeld en toch zonder het timbre van de diva die op een verhoging staat. Integendeel, dit is iemand die, hoe klankomrankt ook, de luisteraar recht in de ogen kijkt en in vertrouwen wil nemen. Niemand dan ook, die in haar liedjes zo vaak práát als Willeke Alberti. Bijna ongemerkt laat ze haar zingen overgaan in praten en daarna weer in zingen. Twintig nummers verderop hoor ik haar zelfs even aarzelen, in een tekst vol fletse gemeenplaatsen, alsof ze nog naar het juiste woord moet zoeken: “Toch ben ik heel... ja, onzeker.” Waarschijnlijk luidde de tekst gewoon: “Toch ben ik heel onzeker.” Maar bij Willeke Alberti komt er dat minieme jaatje tussen, misschien is het zelfs wel een tjaatje, net genoeg om te maken dat ik haar geloof.

Buurmeisje

Het buitenland houdt van sterren die op een verhoging staan. Barbra Streisand en Liza Minelli zijn op een voetstuk geplaatst en worden aanbeden. Wij hebben dat gedweep liever niet, onze sterren moet gewóón blijven. Natuurlijk is Willeke Alberti helemaal niet gewoon. Ook als haar talent grotendeels op intuïtie gebouwd is, blijft het een talent - dat blijkt alleen al uit de kundige manier waarop ze haar liedjes kan reproduceren zodat ze telkens weer als nieuw klinken. Maar ze zou nog steeds je zusje kunnen zijn, of je buurmeisje. Het zit in onze landsaard, zo zien wij onze sterren nu eenmaal het liefst.

En we zijn met haar opgegroeid, dat helpt natuurlijk ook. Willeke Alberti heeft, voor iedereen beneden de pensioengerechtigde leeftijd, altijd bestaan. Vanaf het moment dat ze, als een schuchter zangeresje in petticoats, in Spiegelbeeld afscheid nam van haar jeugd (“is het waar, ben ik twintig, is m'n tienertijd voorbij?”) heeft ze bij ons gehoord. Ze leefde in het openbaar. Haar verloving met gitarist Joop Oonk, eind 1964, werd bekendgemaakt op de nieuwjaarsreceptie van Phonogram, haar platenmaatschappij, en de daaropvolgende trouwpartij werd publicitair begeleid door de perschef.

Sindsdien hebben we haar privé-leven op de voet kunnen volgen. En wat wàs er veel privé-leven! Drie huwelijken, en kinderen met drie verschillende achternamen (Oonk, De Mol, Lerby). Noem het maar gewoon. Het zou haar in Hollywood een reputatie als die van Liz Taylor of Zsa Zsa Gabor hebben opgeleverd. Des te verbazingwekkender dat dat haar Hollandse populariteit niettemin geen moment heeft geschaad. Het heeft haar, sterker nog, alleen maar goed gedaan. Nu konden we woord voor woord meeleven met het lied uit de film Rooie Sien: “Telkens weer/ haal ik me in mijn hoofd/ dat ik die hemel krijg/ die me wordt beloofd/ Telkens weer/ wordt alle blauw weer grauw/ sta ik teleurgesteld/ buiten in de kou...”

Alles in haar carrière kwam precies op tijd. Na haar eerste gouden plaat werd ze in een serie zaterdagavondshows gekoppeld aan haar beroemde vader Willy Alberti, zodat ze elke maand prominent op het tv-scherm verscheen en kon vervolmaken wat haar grootste kracht zou worden: recht in de camera kijken, het kopje een beetje schuin, de ogen wijd open, de onderlip op gepaste momenten in een vertederend pruilstandje, en de doorbrekende glimlach als een bevrijdend moment na een verdrietig liedje. In één seizoen ontwikkelde ze zich volgens de recensent van het Algemeen Handelsblad tot “een volwaardige vedette met een fenomenaal talent om lieve plaatjes van zich te laten schieten, zonder dat haar niet overdadige stemcapaciteiten daardoor al te zeer in het oog springen.”

En juist op het moment dat het tienerrepertoire uitgeput raakte, waagde de geliefde tv-regisseur Willy van Hemert het haar in de hoofdrol van de 26-delige serie De kleine waarheid te zetten. Heel het land drukte Marleen Spaargaren aan het hart; de gemiddelde kijkdichtheid bereikte de nu ongekende hoogte van 60 procent, met vijf tot zes miljoen kijkers per aflevering. Het mocht dan volgens sommige critici 'confectiesentiment' zijn, maar het door Van Hemert bewust opgebouwde beeld van 'het kindvrouwtje' miste zijn uitwerking niet. De serie leverde Willeke Alberti de start van een loopbaan als actrice op, met hoofdrollen in enkele blijspelen en tenslotte ook in de verfilming van Rooie Sien, waarin Frans Weisz dezelfde gevoelige snaren beroerde als Van Hemert had gedaan. Dat het daarna afgelopen was met acteren, had puur particuliere redenen: het gezinsleven liet zich makkelijker combineren met zingen dan met vaste toneelcontracten.

Oma

Nu ze intussen al hoog en breed oma is geworden, is er opnieuw een man in haar leven gekomen in wie ze hetzelfde artistieke vertrouwen stelt als eerder in Willy Alberti, Jack Bulterman, Willy van Hemert en Frans Weisz. Hoewel hij in tegenstelling tot zijn voorgangers veel jonger is dan zij, heeft Willeke Alberti zich met volle overtuiging overgeleverd aan haar nieuwe mentor Paul de Leeuw. Toen hij haar suggereerde dit jaar namens Nederland naar het Eurovisie Songfestival te gaan, ging ze onmiddellijk akkoord. Het is de eerste keer, want tot dusver had vader Willy het haar altijd afgeraden. “Eerst omdat hij mij niet goed genoeg vond voor het festival,” zei ze in de door Van Hemert in fondant gedoopte biografie Waar een Willeke is..., “en later omdat hij het festival niet goed genoeg vond voor mij.” Maar het feit dat Paul de Leeuw eraan verslingerd is, was voor Willeke Alberti voldoende om zich alsnog in de strijd te werpen. Zelf schreef De Leeuw bovendien de tekst voor twee van de acht liedjes waaruit morgenavond een keus moet worden gemaakt voor de internationale finale op 30 april.

Ik luister nog één keer naar het hypercommerciële Vrienden blijven doen we altijd, een uit 1987 daterend duet met André van Duin. “Wat hebben we elkaar lang niet meer gezien,” begint Van Duin - en het gelegenheidssentiment ligt er ongeloofwaardig dik bovenop. “Veel te lang,” zegt Willeke Alberti zonder enig vertoon - en je zou zweren dat ze de waarheid sprak.

    • Henk van Gelder