Scaffidi wil geen slaaf van de mafia worden

CAPO D'ORLANDO, 25 MAART. De eerste waarschuwing kwam toen twee mannen de grote kledingwinkel van Antonio Scaffidi binnenstapten en zeiden dat hij problemen had. “Ik dacht eerst dat het een grap was,” vertelt Scaffidi. “Ik had helemaal geen problemen. Ze zeiden dat ik anonieme telefoontjes had gehad, dat mijn vrouw en kinderen waren bedreigd, maar dat ik niet bang hoefde te zijn omdat zij mij zouden beschermen.”

Duizenden Italiaanse ondernemers en winkeliers krijgen dergelijke bezoekjes. Het fenomeen van de pizzo, beschermingsgeld, heeft zich de afgelopen jaren in hoog tempo verspreid van traditionele mafiagebieden naar steden die tot dan toe met rust waren gelaten. Zo kwam ook de rustige, betrekkelijk welvarende Siciliaanse badplaats Capo d'Orlando, volgens de overlevering gesticht door een zoon van Aeolus, de god van de wind, in het vizier van de mafiabendes uit de bergdorp in de buurt.

Scaffidi zei dat hij geen bescherming nodig had. Na een dag of vijf werden 's nachts, terwijl de winkelier en zijn vrouw in hun woning boven de winkel lagen te slapen, de etalages stukgeschoten. De kogelgaten zitten er nog steeds, achter stickers. Een paar dagen later liepen er weer twee mannen de zaak binnen, andere dan de eerste keer. “Ze zeiden tegen me, zie je wel dat u problemen heeft. Ze hebben op u geschoten. U moet zeggen wat u wilt doen. We kunnen geen tijd verliezen.” Veertigduizend gulden vroegen ze als eerste aanbetaling, en daarna nog eens vierduizend gulden per maand. “Een absurd bedrag”, zegt Scaffidi. “Natuurlijk was ik doodsbang. Maar toch zijn we naar de carabinieri gegaan. Ik had geen keus. Of je stapt naar de politie en je doet aangifte, of je komt in hun handen. Na zoveel jaar werk in vrijheid zou ik slaaf zijn geworden van deze mafiosi.”

Een maand later kwam er weer een onbekende de winkel binnen. “Hij zei dat hij de baas was”, herinnert Scaffidi zich. “Laat ons weten wat u wilt doen, zei hij. Dit is de laatste waarschuwing. Als u nu tegen mij zegt dat u niet van plan bent te betalen, blazen we de winkel op.”

Toen gebeurde iets wat nog nooit eerder was gebeurd in Sicilië. Onder aanvoering van Tano Grasso, eigenaar van een schoenenwinkel, verenigden de winkeliers van Capo d'Orlando zich. Scaffidi zelf, plus de restauranthouder die was bedreigd en de autodealer bij wie ze vijf wagens in brand hadden gestoken. En met hen de winkeliers die als volgende op de lijst stonden. “Het was vandaag ik, morgen al de anderen”, zegt Scaffidi. “We wilden voorkomen dat het fenomeen zich zou uitbreiden.”

De winkeliers hadden het geluk dat de questore, de politiecommandant in Messina, de dichtstbijzijnde grote stad, extra agenten wilde sturen. Capo d'Orlando had eerst drie carabinieri, maar er kwamen 120 man uit Messina om de bedreigde winkeliers te beschermen. Een plan voor een bomaanslag op de winkel van Scaffidi, die hem waarschijnlijk het leven had gekost, werd net op tijd verijdeld. De afpersers werden na een valstrik gearresteerd. Het kwam tot een proces waarop de mensen die waren bedreigd ondanks hun angst hun beschuldigingen in het openbaar herhaalden, en een tiental mafiosi werd veroordeeld.

Hierdoor is Capo d'Orlando een symbool geworden van het nieuwe Italië, van het verzet tegen corruptie en mafiapraktijken. Grasso heeft de leiding van zijn schoenenwinkel overgedragen aan zijn broer en is de politiek ingegaan, als onafhankelijke op de lijst van de ex-communistische Democratische Partij van Links. Twee jaar terug won hij een Kamerzetel en ook in deze campagne is hij in het district waarin Capo d'Orlando valt de sterkste kandidaat in een veld van vier. Zijn tegenstanders zijn de neofascist Lucio Carrara, die ook hier het rechtse protest tegen het oude bestel vertegenwoordigt; de socialist Nicola Capria, die hoopt dat het cliëntelisme sterk genoeg is om de kiezers te doen vergeten dat er een justitieel onderzoek wegens corruptie tegen hem loopt; en de centrist Sanzariello, die vooral voor de vorm meedoet.

Grasso weet zich verzekerd van de steun van de associatie van winkeliers die hij vroeger heeft geleid. Elders in het land klappen de meeste winkeliers en kleine ondernemers voor de rechtse alliantie onder leiding van mediamagnaat Silvio Berlusconi, maar hier is het verzet tegen de mafia belangrijker dan eventuele aarzelingen over het economische beleid van een linkse regering.

“Natuurlijk steunen we Grasso”, zegt Luigi Schifano, de voorzitter van de winkeliersvereniging. “Mensen zijn hier belangrijker dan partijen. We moeten ervoor zorgen dat het vuur tegen de mafia aan blijft. De strijd is nog lang niet gewonnen.” In zijn juwelierswinkel, waar het zilver staat te blinken in de vitrines, zegt Schifano dat de winkeliers van Capo d'Orlando de rest van Sicilië en heel het land de weg hebben gewezen naar de toekomst. Hij pakt een boekje waarin scholieren uit een dorp in de buurt oude spreekwoorden hebben verzameld om de mafiose mentaliteit en de omertà (mond houden) te laten zien. Cu non vidi, nun senti e taci campa cent'anni 'n paci - wie niets ziet, niets hoort en zwijgt, wordt in vrede honderd jaar. “Dat laat zien dat de mafia in ons hoofd zit, in onze manier van denken,” zegt Schifano. Wij moeten dat doorbreken, voor onze kinderen. Praten is belangrijk.”

De bedreigde dealer gaat daar later op in, tussen de auto's in zijn showroom aan de rand van de stad. “Mijn vader had een houtzagerij in Barcellona, een stadje in de buurt”, vertelt autohandelaar Signorino. “Hij heeft wel de pizzo betaald. Toen ik hier mijn zaak opende, dacht ik dat het nooit zou gebeuren. Maar je merkt dat je alleen staat zodra je wordt afgeperst. Je zegt het niet tegen je vrouw, want die wil dat je betaalt. Je houdt het ook stil voor je ouders. Er is moed voor nodig om te gaan praten. Maar als we ons niet hadden verzet, zouden we hier allemaal onder de heerschappij van de mafia zijn gekomen.”

Signorino voelt zich nog niet veilig en vertelt dat hij 's avonds de deur niet uitgaat zonder pistool. Bij het restaurant La Tartaruga, waarvan de eigenaar een hoofdrol heeft gespeeld in het proces, staan permanent twee soldaten op wacht. En Tano Grasso, de aanvoerder van het protest, reist de stadjes en dorpjes van zijn uitgestrekte kiesdistrict rond met een escorte. Met getrokken pistool lopen zijn bewakers naast hem als hij naar de afspraak komt op zijn hoofdkwartier, aan het einde van de hoofdstraat van Capo d'Orlando. Als eerste inspecteert Grasso de schoenen van zijn buitenlandse bezoek. De politicus is zijn oude vak niet vergeten. Daarna steekt hij een donkere Toscaanse sigaar op en vertelt dat in heel het land winkeliers het voorbeeld van Capo d'Orlando aan het volgen zijn. Er zijn al tegen de veertig van dergelijke associaties opgezet, vooral op Sicilië, maar ook in andere Zuiditaliaanse regio's als Calabrië en Puglia. Napels en omgeving blijven nog wat achter.

“In het zuiden zijn de grootste problemen, maar geen enkel deel van Italië is vrij van deze vorm van afpersing”, zegt Grasso. Het is een bewijs dat de mafia de afgelopen jaren vanuit het zuiden haar tentakels heeft uitgestrekt naar het noorden. “De pizzo is een van de pilaren van de macht van de mafia”, vertelt hij. “Natuurlijk is het geld daarbij belangrijk, maar dat niet alleen. Op deze manier, door mensen bang te maken en ervoor te zorgen dat ze zwijgen, kan je een heel gebied in je macht krijgen.”

Grasso is vooral met zijn eigen strijd tegen de pizzo bezig en minder met het gevecht op nationaal-politiek niveau. “Ik weet niet of het door deze verkiezingen beter of slechter wordt. We moeten in ieder geval ervoor zorgen dat de zaken veranderen. We gaan door een overgangsfase met veel onzekerheden.”

Hoewel Capo d'Orlando een begrip is geworden in Italië, is niet iedereen het eens met de actie van de winkeliers. “Ze hebben de mafia verzonnen om politieke redenen”, zegt een man op het dorpspleintje, terwijl naast hem een handelaar stokvis verkoopt vanuit de kofferbak van zijn auto. “Dit is het kalmste stadje ter wereld. Hier is geen mafia. Het is allemaal een politiek spel.”

Zijn gesprekspartner valt hem bij. “Kijk om je heen”, zegt hij met een weids gebaar naar de sinaasappelbomen, naar de bloemen die overal staan te bloeien. “Sicilië is toch prachtig. De mafia is hier geen probleem. Weet u wat een probleem is? De belasting. Wij betalen veel te veel belasting. En daarom zal ik Grasso nooit steunen. Die is van links en die willen ons alleen maar meer laten betalen.”

Schifano zucht als hij later wordt geconfronteerd met de onverschilligheid van mensen op straat, van marktkooplui die zeggen dat de winkeliers bezig zijn met een spelletje. “De bevolking heeft wel meegedaan met onze actie, maar dat was maar even. Het is net als met eten. Ik eet graag en neem al gauw te veel en aan het einde neem ik dan koffie zonder suiker. Zo los je het probleem niet op. De mensen zijn eraan gewend in de illegaliteit te leven. Ze dragen een fakkel als er iemand wordt doodgeschoten, maar daarna houden ze hun mond. Zo gaat dat in Sicilië.”

“Daarom zijn deze verkiezingen belangrijk voor ons in Capo d'Orlando”, vervolgt hij, “om hier door te gaan met de strijd tegen de mafia. Maar nog meer in Rome, voor een politieke verandering in heel het land. De oude machten moeten verdwijnen. Dat is het allerbelangrijkste. De generaals moeten veranderen. Wij zijn als soldaten die willen vechten en desnoods hun leven willen geven, maar als de generaals de slag verkopen heeft onze strijd geen zin.”