Opluchting in Suriname over militaire actie tegen 'Front'

In Suriname zijn de gissingen over het Suriname Liberation Front begonnen. Bouterse verdenkt 'inlichtingen- diensten', anderen zien in Bouterse zelf de instigator.

PARAMARIBO, 25 MAART. Om vijf uur 's ochtends kreeg de Surinaamse minister van defensie Siegfried Gilds gisteren het bevrijdende telefoontje: de militaire actie bij de Afobaka-dam was geslaagd. Het leger had de terroristen van het obscure Suriname Liberation Front dat de dam en de waterkrachtcentrale vanaf maandag bezet had gehouden op de vlucht gedreven.

Het 'Bevrijdingsfront' had het aftreden geëist van de regering-Venetiaan uit protest tegen de verpaupering van Suriname. Om hun eis kracht bij te zetten sloten de bezetters, veelal bosland-creolen en enkele Guyanese criminelen onder leiding van de ontsnapte crimineel Cornelis Maaisi, twee van de vijf turbines van de waterkrachtcentrale af, waardoor grote delen van Paramaribo zonder stroom kwamen te zitten. Na drie dagen onderhandelen had de regering geen andere keus meer dan hard in te grijpen, zegt Gilds. “We hebben als regering de dure taak duidelijk te maken dat dit soort acties niet zal worden getolereerd.”

Toen Gilds bij het krieken van de dag werd gebeld, was nog niet duidelijk of bij de confrontatie tussen leger en bandieten doden waren gevallen; de eerste berichten maakten geen melding van slachtoffers. 's Middags bleek de terreuractie, die steeds meer operette was geworden, toch een tragische afloop te hebben gekregen. Op een persconferentie maakten bevelhebber Gorré en commandant van de landmacht H. Jannasch bekend dat bij de nachtelijke bestorming van de dam enkele “terroristen waren geneutraliseerd”. Ook een groep van vijf of zes bandieten die met een bootje over het stuwmeer hadden geprobeerd te vluchten was beschoten en “die boot was een duikboot geworden”, aldus een lachende Gorré, “ en misschien kunnen ze wel heel lang onder water blijven.” De drenkelingen hebben vermoedelijk het leven gelaten.

Het nieuws van de afrekening met het bevrijdingsfront is in de hoofdstad Paramaribo met opluchting begroet. President Venetiaan feliciteerde gisteravond voor de televisie de bevrijde gijzelaars en hun familie, het Nationaal Leger, en “de gemeenschap”. Die had zich namelijk “niet achter de gijzelnemers geschaard, ondanks de problemen die men voelt”. Minister Gilds vindt het dankwoord van de president aan het adres van de bevolking volkomen op zijn plaats: “We leven in een moeilijke tijd, het ongerief is in elk huishouden voelbaar. Maar dat men rustig gebleven is maakt duidelijk dat het volk geen ondemocratische oplossingen wil.” Straatinterviews met Surinamers voor de nieuwszender STVS leken dit te bevestigen. “Prima toch? Hier is het leger voor”, zei een creoolse man. Een ander: “Ik ben voor vrede. Terroristen moeten doodgeschoten worden.”

De regering-Venetiaan beleefde vorige zomer weken van grote spanning toen ze de oude legertop van Bouterse-getrouwen verving door de nieuwe bevelhebber Gorré. “Dit was wat mij betreft geen test voor het leger”, zegt Gilds. “Ik heb altijd vertrouwd op de loyaliteit van het leger sinds we de nieuwe bevelhebber hebben. Maar als er daarover bij anderen nog twijfels hebben bestaan, dan is daar nu geen reden meer voor.”

Maar de opluchting heeft geen einde gemaakt aan speculaties over de ware achtergronden van de aanslag op de dam. Het ontbreken van arrestanten heeft argwaan gewekt, evenals het feit dat de legereenheid onder leiding stond van overste Melvin Linscheer, een militair die in de Bouterse-tijd een bloeddorstige reputatie heeft opgebouwd. “Een paar ontevreden bosnegers en Guyanese boeven die opeens Suriname willen bevrijden en dan omkomen of mysterieus verdwijnen, dat gelooft toch niemand?” zegt een bankemployé die met zijn familie het televisienieuws volgt.

Op straat liggen twee aantijgingen: één van ex-legerleider Bouterse en een aan hem geadresseerd. Tegenover het dagblad De Ware Tijd verklaarde Bouterse dat “buitenlandse inlichtingendiensten” achter de bezetting van de dam staan, merkwaardig genoeg volgens hem in een poging om de regering-Venetiaan te helpen. De aandacht zou zo kunnen worden afgeleid van de economische misère in het land. Bouterse wordt er anderzijds zelf van beschuldigd de instigator te zijn van de terreuractie, in een poging de situatie in Suriname verder te destabiliseren. Ook de Nederlandse minister Pronk suggereerde deze week dat “kringen” in de politieke partij van Bouterses NDP verantwoordelijk zouden zijn voor het plotselinge verschijnen van het Bevrijdingsfront.

Bewijzen voor een van beide theorieën ontbreken vooralsnog. “De regering weet van geen enkel scenario”, aldus Venetiaan gisteravond voor de televisie. Minister Gilds zegt niet uit te sluiten dat “derden” een rol hebben gespeeld in de zaak, al onderstreept ook hij dat het louter gaat om gissingen. “Zodra we die gevluchte kerels nog te pakken krijgen, moet er duidelijkheid komen”, aldus Gilds. Door de criminalisering van het Surinaamse binnenland en de wrok onder de voormalige rebellen over het niet naleven van het vredesakkoord dat de regering in 1992 met hen sloot, is het niet onmogelijk dat de gijzelingsdaad niet meer was dan een actie van een groep ontevreden bosland-creolen.

    • Sjoerd de Jong