Nog niemand geofferd in Hollands zuiveringsritueel

DEN HAAG, 25 MAART. Wie zal er opstappen in de slotakte van de IRT-tragedie? De Amsterdamse politiecommissaris Van Riessen? Hoofdofficier Vrakking? Hoofdcommissaris Nordholt danwel procureur-generaal Van Randwijck? Of toch minister van justitie Hirsch Ballin (CDA) en ook minister van binnenlandse zaken Van Thijn (PvdA)? Gisteren bleek dat vooralsnog geen enkele leidinggevende of politiek verantwoordelijke functionaris consequenties trekt uit het debâcle rond het onverantwoorde opdoeken van het superrechercheteam IRT.

Hoewel premier Lubbers gisteren verklaarde dat de commissie “niet was geprogrammeerd op koppensnellen”, leidde het uitblijven daarvan tot verontwaardiging bij burgemeester H. Wierenga van Enschede. Hij was immers voorzitter van de zware commmissie die een dodelijk oordeel velde over de meeste hoofdrolspelers in de IRT-kwestie. Gisterenavond zei Wierenga in het tv-programma Nova het vreemd te vinden dat alle betrokkenen in Amsterdam gewoon doorgaan. “Dat geeft het idee dat de hoge heren elkaar de hand boven het hoofd houden.”

Het rapport van de commissie schetst een inktzwart beeld van de praktijk van de bestrijding van de zware criminaliteit. Het gewicht van de affaire overstijgt verre de relatief geringe omvang van het interregionale team, dat slechts 120 man telt. De bestrijding van de georganiseerde misdaad is Kamerbreed aangemoedigde prioriteit van minister Hirsch Ballin. De bestrijding van de georganiseerde misdaad vormde ook een reden om over te gaan tot de energieverslindende grootscheepse reorganisatie van de politie. Kamerlid en politiespecialist Van der Heijden (CDA) toonde zich gisteren dan ook teleurgesteld over de in het rapport beschreven puinhopen. “Dat team staat voor 200 miljoen gulden op de begroting. Als dit dan het resultaat is, vraag je je af waar je al die tijd mee bezig bent geweest.”

Overigens blijft de afloop van de verwikkelingen rond het IRT-schandaal onvoorspelbaar. Volgende week donderdag zal de Kamer over de kwestie debatteren met de verantwoordelijke bewindslieden. Het afgelopen etmaal werd duidelijk dat alle vingers met name wijzen in de richting van Hirsch Ballin. Niet alleen kan hij rekenen op de voorspelbare afkeuring van de oppositie-partijen VVD, D66 en GroenLinks, maar ook de gezagsgetrouwe kleine christelijke partijen hebben reeds een bestraffend oordeel uitgesproken. Onheilspellender is echter dat de coalitiepartijen CDA en PvdA zeggen vragen te hebben over het optreden van de minister. Hij was immers formeel direct verantwoordelijk voor datgene wat er in de 'justitiële lijn' is misgelopen. Politiespecialist in de Tweede Kamer van de PvdA Stoffelen vindt dat de minister zich meer had moeten inspannen om een eind te maken aan de zwaar verziekte sfeer in Amsterdam. Bovendien is het de vraag of Hirsch Ballin voldoende gewaakt heeft over de toepassing van de gewraakte werkmethode. En zijn partijgenoot Van der Heijden, die benadrukt dat Nederland niet de cultuur kent dat bewindslieden worden heengezonden wanneer hun beleid niet van de grond komt, geeft onomwonden toe dat Hirsch Ballin, “theoretisch erg sterk is, maar geen echt sterke manager”.

Wanneer de regeringspartijen deze lijn vasthouden in het Kamerdebat volgende week, spelen zij hoog spel, want Hirsch Ballin staat bekend als licht ontvlambaar.

Ondertussen lijkt er ten onrechte minder aandacht voor de positie van de onlangs met trompetgeschal door de PvdA ingehaalde minister Van Thijn. Op een persconferentie gisteren was hij aanvankelijk weinig spraakzaam, met als reden dat hij “geen rechter in eigen zaak” wil spelen. Hij behoort immers als toenmalig burgemeester van Amsterdam, en dus lid van het driehoeksoverleg, met hoofdofficier Vrakking en hoofdcommissaris Nordholt tot de gewraakte hoofrolspelers. Opmerkelijk genoeg blijft hij in het rapport van de commissie-Wierenga buiten schot, terwijl hij toch ook verantwoordelijk is voor het omstreden besluit om het IRT abrupt op te heffen.

Ingewijden meldden gisteren dat de kwestie al in de ministerraad van vorige week is besproken. Hierbij zou de vraag aan de orde zijn geweest of er in Amsterdam twee danwel vier functionarissen moesten sneuvelen. Ofwel: moesten alleen de mindere goden Van Riessen en Vrakking het veld ruimen, of ook Nordholt en Van Randwijck? Volgens dezelfde bronnen heeft Van Thijn echter van meet af aan voet bij stuk gehouden: geen der verantwoordelijke functionarissen mocht worden geofferd. De reden daarvoor ligt voor de hand: ontslag van Nordholt of Vrakking zou direct vragen opgeroepen hebben naar de Dritte im Bunde, de burgemeester van Amsterdam.

Duidelijk is dat inmiddels een haast onneembare verdedigingslinie is opgetrokken rond alle betrokken personen. Premier Lubbers maakte gisteren glashelder dat wie een vinger uitsteekt naar Hirsch Ballin of Van Thijn (en aan hem gekoppeld de top van de Amsterdamse justitie en politie) het voortbestaan van het kabinet in gevaar brengt.

Toch is het de vraag of het blijft bij geknakte reputaties. Onderzoeken als door de commissie-Wierenga behoren bij het typisch Hollandse zuiveringsritueel, bedoeld om bestuurlijk falen te neutraliseren. Dat gebeurt pas als een paar verantwoordelijke functionarissen opzij worden gezet.

    • Frank Vermeulen