Massagraf

In het exotische landschap van het Nederlandse voetbal is veel mogelijk. Van varkensfokker tot voetbalpraeses, van welzijnswerker tot generaal, van kantinemeisje tot maîtresse van de penningmeester, de hiërarchische klim is ondoorgrondelijk en onbegrensd. Soms ontwaar je zelfs een pedofiel, een morsige kapelaan of een schreeuwlelijke variant van Jesus Gil y Gil op het ereterras van een club met een groots verleden. Gelukkig is Willeke Alberti dan nog altijd in de buurt om het debiet van de gewone mens te incarneren.

Zoals het een voetbalclub in verval betaamt heeft PSV voor een primeur gezorgd in het arbeidsethos van deze voetbalnatie. De heer Maeyer mag dan wel als president worden aangesproken, eigenlijk is hij thanatoloog. Bij mijn weten, de enige voetballeider die kan denken in afwezigheid van leven. Sterker, de beleidsdaden van Bill Maeyer kabbelen op de wijsheid van een doodvonnis. Met gepaste trots kwam de voorzitter dezer dagen melden dat zowat het hele elftal van PSV zou gedecimeerd worden. Alleen aan het clubhuis, de business seats en de doelpalen zou niet worden geraakt. Aad de Mos mocht misschien ook blijven maar dan in zijn spécialité de la maison: als lijkschouwer.

Forza Eindhoven in het sterfhuis: Sag mir wo die Blumen sind? Kieft, Van Breukelen, Koeman, Kalusha... ooit moet PSV voor hen geweest zijn wat een poster van Milan voor het jongetje in een sloppenwijk van Lima is. De kwadratuur van een droom. Een kruisbestuiving van Napoleon en Mona Lisa, van roes en onschuld. De laatste oase waar de predestinatie verdampt aan het primaat van talent. Sociaal-democratie op rijm.

Ach PSV: leugenachtiger kan een idylle niet zijn. De puinruimer Maeyer is niet eens de terrorist in het jongensboek. Hij is veeleer slachtoffer en resultaat van een bedrijfscultuur. De voorzitter denkt, handelt en leeft met de ziel van een knecht. Of tenminste als een hoveling die het recht is ontzegd minnaar te worden. PSV, zo blijkt nu, is nooit een autonome werkelijkheid geweest. De voetbalorganisatie was en is een echokamer van het Philips-model, van het Timmer-syndroom. Het licht gaat naar boven en wie beneden zit staat in dienst van tanks en banken.

Juul Ellerman en Linskens kunnen van dit misverstand en bedrog nog genezen: het voorrecht van provincialen. Vedetten als Van Breukelen, Koeman en Kieft kunnen dat niet. Hun beste jaren zijn naar de verkeerde club gegaan en dat weten ze nu. Na deze doodschop is elk plezier vergrendeld. Een transfer kan nog net, een zielsverhuizing niet meer. En dus blijft alleen het perspectief van werkvoetbal. Met een beetje zelfrespect begin je daar op je tweeëndertigste ook niet meer aan.

PSV als massagraf van reputaties, dat kan nooit het verleden zijn van een warmbloedige voetbalclub. Het sociale geheugen van de echte supporter laat dat niet toe. Daarom: Timmer en Maeyer kunnen straks wel een nieuw elftal kopen voor om en bij de twintig miljoen gulden - de clubliefde van de legioenen zijn ze kwijt. Een fetisj als Van Breukelen gooi je niet op straat, die doe je uitgeleide met de egards van een historisch verlies. Gevoelige jongens als Taument, Vink, Van Vossen of Nilis kunnen na de sociale barbarij in Eindhoven niet meer met goed fatsoen voor PSV spelen. Mij zou het niet verbazen als de al even gevoelige Jan Wouters, na het WK in Amerika, het bestuur gaat bestoken met een ticker-tape van doktersbriefjes. Tot hij weer naar München mag vertrekken. Kortom, wil PSV nog een poosje meedraaien in de eredivisie, dan zal het na de zomer met een elftal van genaturaliseerde Duitsers en Oekraïners moeten aantreden.

Hoe zou Frank Arnesen zich voelen? Zou hij dan toch de geschiedenis in willen gaan als de slager van Eindhoven? Arnesen zal zeker wat ranzige kunstjes in behagen en begeren hebben aangeleerd, anders word je geen manager. Maar dit beulswerk kan aan de joviale Deen, die voornamelijk bestaat uit liefde en Sehnsucht, niet besteed zijn. Bovendien: hij heeft een te charismatisch voetbalverleden om zich nu nog te laten vereeuwigen in een abattoir. Ik denk dat Frank over enkele maanden zal te zien zijn op de bank van Anderlecht. Ouderwets monkelend naar lieden van gelijke strekking.