KO WIERENGA; Harde werker

Typisch Ko Wierenga, zeggen mensen die hem kennen. In de maand dat hij om gezondheidsredenen afscheid neemt als burgemeester van Enschede en in Den Haag een verwoede strijd voerde om de fusie tussen zijn stad en Hengelo erdoor te krijgen, doet hij er nog 'even' het voorzitterschap van de onderzoekscommissie naar het Interregionaal Recherche Team (IRT) erbij.

Die commissie bestond naast voorzitter Wierenga uit mr. C.J.G. Bleichrodt, raadsheer bij de Hoge Raad; generaal-majoor b.d. H.C. Rademaker, oud-commandant van het Wapen der Koninklijke Marechaussee en mr. W.H. Schipper, Staatsraad in buitengewone dienst en oud-voorzitter van de Centrale Raad van Beroep.Acht weken lang pendelde Wierenga tussen Enschede en Den Haag, werkte ook in de weekeinden door en publiceerde vervolgens een rapport dat in ieder geval door zijn gedegenheid en presentatie alom respect kreeg.

Wierenga (61) houdt niet van half werk. Hij vindt “werken leuk”, is een workaholic dus. Het type dat weinig slaap nodig heeft en wel eens vergeet dat anderen niet zo gebouwd zijn. Een man die hoge eisen stelt aan zijn omgeving, maar ook aan zichzelf. En een bestuurder die altijd zijn contacten heeft onderhouden.

Het is daarom ook niet toevallig dat Wierenga voor de klus gevraagd werd door de pas op het ministerie van binnenlandse zaken (her)benoemde Ed van Thijn. Beiden stapten in 1967 op dezelfde dag voor de PvdA de Tweede Kamer in. Wierenga bleef tien jaar in de landspolitiek actief en was onder meer woordvoerder Economische Zaken voor zijn fractie. In 1977 werd hij gevraagd voor het burgemeesterschap van Enschede en pakte hij de uitdaging om Twente uit de textiel-malaise te halen met beide handen aan.

Hij staat bekend als de 'hardste werker' op het stadhuis, ondanks het feit dat zijn gezondheid de laatste jaren te wensen over laat. Sommigen noemen hem pedant, maar Wierenga is wel een van de weinige burgemeesters van de grote steden die normaal in het telefoonboek staat omdat hij voor de burgers van zijn stad altijd aanspreekbaar wil zijn.

Als korpsbeheerder van de regiopolitie Twente beschikte hij bovendien over het benodigde inzicht in de problematiek van een IRT. Zijn vaak gehoorde klacht dat het 'oosten' voor Den Haag toch een beetje een ondergeschoven kindje was, werkte nu eindelijk eens in zijn voordeel. Hij was min of meer de perfecte buitenstaander om de klus te klaren.