Kamer wil barrière voor speciaal onderwijs

DEN HAAG, 25 MAART. Basisscholen mogen probleemleerlingen niet langer zomaar doorverwijzen naar het speciaal onderwijs. Daarvoor is een positief advies nodig van een regionale verwijzingscommissie. Dit stelde de Tweede Kamer gisteren voor aan minister Ritzen (onderwijs) in een overleg over het wetsvoorstel WSNS (Weer Samen Naar School).

Doel van die wet is nauwe samenwerking tussen basis- en speciaal onderwijs te stimuleren. Probleemleerlingen moeten met extra begeleiding langer in het basisonderwijs blijven, zodat zij niet doorverwezen hoeven te worden naar het veel duurdere speciaal onderwijs.

Sinds een paar jaar werken de speciale scholen al samen met de reguliere basisscholen, maar dat heeft nog niet overal tot het gewenste resultaat geleid. Op dit moment bepaalt een commissie van onderzoek van de speciale school of een leerling geschikt is voor het speciaal onderwijs. Volgens H. Keesenberg, adjunct-secretaris van het bureau dat de invoering van Weer Samen Naar School begeleidt, bestaan hiertegen al langer bedenkingen. “De speciale scholen hebben natuurlijk belang bij zoveel mogelijk leerlingen.”

De regionale verwijzingscommissies die nu ingesteld moeten worden beslissen of het noodzakelijk is dat bepaalde probleemleerlingen op een school voor speciaal onderwijs worden geplaatst. Ouders die bezwaar hebben tegen een verwijzing van de basisschool kunnen ook zelf om een advies vragen van de regionale verwijzingscommissie. Het advies van de commissie is bindend.

J. de Haan van de Besturenraad Protestants Christelijk Onderwijs (BPCO) heeft grote bezwaren tegen het verplichte karakter van het advies, vooral omdat de regionale commissies samengesteld moeten worden met medewerkers van de huidige schoolbegeleidingsdiensten. “Zo worden die de beoordelaar van hun eigen klanten. Dat is natuurlijk een rare situatie.”

De Tweede Kamer stelde gisteren ook voor de samenwerking tussen speciale scholen en basisscholen dwingend voor te schrijven. De Haan is fel gekant tegen dit voorstel, omdat er volgens hem op vrijwillige basis al op ruime schaal wordt samengewerkt.